© Marcel van den Bergh / de Volkskrant
© Marcel van den Bergh / de Volkskrant © UNKNOWN

'Roken richt blijvende schade aan in puberbrein'

AMSTERDAM - Roken leidt tot blijvende hersenschade in het puberbrein. Door de nicotine neemt het concentratievermogen af en neemt de impulsiviteit toe, waardoor de leerprestaties kunnen afnemen. Deze schade wordt in de loop van het leven niet hersteld. Dat blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam, dat is gepubliceerd in Nature Neuroscience.

Het onderzoek werd uitgevoerd bij ratten, maar volgens hersenonderzoeker en universitair docent Sabine Spijker van de VU in Amsterdam is het aannemelijk dat het effect bij mensen hetzelfde is, gezien de overeenkomsten tussen de hersenen van ratten en mensen. 'Dit zou kunnen betekenen dat jong beginnen met roken bijdraagt aan het ontwikkelen van aandachts- en impulsitiviteitsstoornissen zoals adhd', stelt ze.

Gevoeliger
Het is de eerste keer dat het effect van nicotine op het puberbrein is onderzocht, aldus de wetenschappers. Bovendien werd aangetoond wat nicotine precies doet in de hersenen. Eerder werd al wel aangetoond dat roken jongeren gevoeliger maakt voor verslaving op latere leeftijd.

Opvallend is dat de hersenschade niet optrad als volwassen hersenen werden blootgesteld aan nicotine.  Een verklaring daarvoor is dat puberhersenen nog in ontwikkeling zijn, en daardoor extra kwetsbaar zijn.

Voor het onderzoek werden ratten in een kooi geplaatst naast vijf lampjes met gaatjes eronder. Zodra er een lampje ging branden, moesten ze hun snuit zo snel mogelijk door het bijbehorende gaatje steken. Zo werd hun concentratievermogen getest: alleen als ze op tijd waren en zich niet vergisten, werden ze beloond met een snoepje. 

Aandacht
Ratten die in hun puberteit nicotine kregen, presteerden later in hun leven 5 tot 10 procent slechter dan ratten die niets hadden gekregen. 'Op het moment dat van hen heel veel aandacht werd gevraagd, misten ze af en toe een lampje', zegt de onderzoeker. Ratten die pas als volwassene nicotine hadden gekregen, bleven echter even goed presteren. Nicotine had geen effect op het leervermogen van de ratten. 'Ze deden er allemaal even lang over om de truc met de lampjes te leren.'

'Als je dit naar een menselijke situatie zou vertalen, heb je het over jongeren die met roken beginnen tussen hun 12de en hun 16de', aldus Spijker. 'In hun latere leven zouden dat  werknemers zijn die het op zich prima doen. Maar zodra het op bepaalde momenten heel moeilijk wordt en er veel van hen wordt gevraagd, haken ze eerder af dan anderen. Dan kunnen ze hun aandacht er niet helemaal bijhouden.'

Nicotine maakte ratten ook impulsiever. 'Dit is vergelijkbaar met mensen die zich niet goed kunnen inhouden en snel voor hun beurt praten. Ze hebben minder controle over zichzelf en flappen er van alles uit.'

Eiwit
De onderzoekers ontdekten dat nicotine in de hersenen leidt tot een blijvende afname van een specifiek eiwit, mGluR2. Dit eiwit bevindt zich in het deel van de hersenen dat aandacht en concentratie reguleert. Alleen door het eiwit met medicijnen te stimuleren, kon de verminderde aandacht worden hersteld. 'Maar dit kon alleen tijdelijk', aldus Spijker.

Volgens de onderzoeker geven de resultaten aan dat nog eens goed gekeken moet worden naar mogelijkheden om pubers van het roken af te houden. 'Iedereen is heel hard bezig om jongeren niet te laten drinken, en ouders hier op aan te spreken. Roken is natuurlijk niet hetzelfde als comazuipen, maar dit roept wel de vraag op of je zoiets ook niet met roken zou moeten doen.'

De onderzoekers van de VU doen inmiddels ook onderzoek naar het effect van overmatig alcoholgebruik op het puberbrein.