Advocaat van Richard van O., H. van Kregten, staat de pers te woord.
Advocaat van Richard van O., H. van Kregten, staat de pers te woord. © ANP

Over wie de verdachte in een mediaproces beschermt

Verdachten in strafzaken worden steeds vaker en met steeds groter gemak slachtoffer van een zogeheten trial by media: publiek en pers veroordelen iemand zodra die is aangehouden op verdenking van het plegen van een ernstig misdrijf en verliezen daarbij de vuistregel uit het oog dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen.

Dat schrijft Peter Schouten in zijn vandaag verschenen boek Trial by media - Wie beschermt de verdachte in een mediaproces?
 
De sterk toegenomen en nog steeds toenemende aandacht in de media voor strafzaken leidt soms tot demonisering van een verdachte, zoals bijvoorbeeld Robert M. in de Amsterdamse zedenzaak of Sander V. in de zaak-Milly Boele. Eerst vindt de berechting door de publieke opinie plaats, pas daarna door de rechtbank, aldus Schouten. Internet heeft die publieke opinie een groot, nieuw platform bezorgd.

Weinig bescherming
Een doorsnee verdachte moet zich dit laten welgevallen, want er valt nauwelijks iets tegen te doen. De persvrijheid en de uitingsvrijheid van burgers is veel beter beschermd, onder andere door Europese wetgeving. Een advocaat kan op dit front maar weinig voor zijn cliënt ondernemen.
 
Schouten vindt het beeld dat het Openbaar Ministerie graag optrekt van strafrechtadvocaten die de media voor hun karretje en dat van hun clientèle spannen 'schromelijk overdreven'.
 
Publieke waakhond
Wat betreft de schrijver moeten media als publieke waakhond 'echtheid, geldigheid en juistheid' als leidende principes te hanteren in hun berichtgeving over strafzaken. Zij hebben een autonome verantwoordelijkheid en mogen die niet afschuiven op bronnen. De grootste verantwoordelijkheid om de gevaren van een trial by media in te perken, ligt volgens Schouten echter bij de wetgever, het OM en de rechterlijke macht.