Anne stapt in de trein op het station Delft . Zij reist dagelijks anderhalf uur enkele reis van Amsterdam naar Delft terug met het openbaar vervoer woon-werk verkeer. Foto: Arie Kieviet/ de Volkskrant
Anne stapt in de trein op het station Delft . Zij reist dagelijks anderhalf uur enkele reis van Amsterdam naar Delft terug met het openbaar vervoer woon-werk verkeer. Foto: Arie Kieviet/ de Volkskrant © UNKNOWN

Nederlanders zijn langst onderweg naar het werk

AMSTERDAM - Nederlanders zijn van alle Europeanen de meeste tijd kwijt aan woon-werkverkeer. Gemiddeld reizen Nederlandse werknemers 50 minuten per dag. Dat is meer dan 5 minuten langer dan de Hongaren en Britten - de nummers twee en drie op de ranglijst. De Noren en de Oostenrijkers zijn de minste tijd kwijt aan woon-werkverkeer.

Dit blijkt uit een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Aart Jan de Geus, oud-minister en de huidige plaatsvervangend secretaris-generaal van de organisatie, vindt dit een signaal over de inflexibiliteit van de Nederlandse economie. 'Waarom wonen Nederlanders zo ver van hun werk? Dat heeft enerzijds te maken met de strikte ontslagbescherming en anderzijds met de inrichting van de huizenmarkt.'
 
De ontslagbescherming, waar het huidige kabinet overigens niet aan wil tornen, is beter dan in veel andere landen. Dit nodigt volgens De Geus Nederlanders niet snel uit om een andere baan te zoeken en te verhuizen. Van de sociale huurhuizen in Nederland wordt maar 40 procent bewoond door mensen die er gezien hun inkomen ook daadwerkelijk in zouden moeten wonen. De andere 60 procent zou eigenlijk moeten doorstromen, maar blijft liever goedkoop huren.
Opvallend is dat in Nederland meer dan 20 procent van de werknemers dagelijks meer dan een uur kwijt is aan het woon-werkverkeer. Daarbij speelt de congestie in de Randstad een rol.

Openbaar vervoer
Volgens De Geus hangt dat samen met het openbaar vervoer in Nederland, dat niet is mee gegroeid met het feit dat steeds meer werknemers verder van hun werk wonen. 'In 1950 reisde in Nederland 55 procent van de werknemers met het openbaar vervoer. Zestig jaar later is dat nog maar 10 procent.'
Hoewel de cijfers enigszins gedateerd zijn - van 2005 - is het beeld volgens De Geus niet gewijzigd. 'Nog altijd is Nederland de Europees kampioen in woon-werkverkeer. De tijd is eerder langer geworden dan korter.'
 
Een van de oorzaken is volgens de OESO dat de ontwikkeling van het Nederlandse wegen- en spoorwegennet achterblijft bij die van andere landen.

Viervoudig
Maar de oorzaak ligt niet alleen bij de gebrekkige infrastructuur. De Geus: 'Nederland heeft een viervoudig mobiliteitsprobleem. Naast het vervoer, het werk en het wonen is dat het onderwijs. Anders dan bijvoorbeeld in Scandinavische landen compenseert het onderwijs in Nederland nauwelijks de achterstanden die bestaan bij het begin van de schoolloopbaan. Door vroege selectie is de mobiliteit in opleidingstrajecten eveneens laag.'