Staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. © ANP

Staatssecretaris Van Rijn: 'Gemeenten, ga aan de slag!'

De gemeenten hebben geen reden meer om de stelselwijziging tegen te werken, meent staatssecretaris Martin van Rijn. Hij reageert in de Volkskrant op zes bezwaren over de decentralisering van overheidstaken.

Gemeenten hebben nu duidelijkheid over de aantallen mensen die zorg nodig hebben en welke zorg dat is.

Staatssecretaris Van Rijn

PvdA-bewindsman Van Rijn is de architect, de projectontwikkelaar én de aannemer van het grootste project van Rutte II, misschien wel de grootste stelselwijziging in de afgelopen decennia: de overdracht aan de gemeenten van de jeugdzorg, de zorg aan thuiswonende hulpbehoevenden en de inkomenssteun voor chronisch zieken en gehandicapten.

Beslissende fase
Dat project belandt nu in de beslissende fase. Over de jeugdzorg die Van Rijn samen met Fred Teeven (VVD) van Justitie 'doet', is het definitieve besluit al gevallen: alle zorg aan kinderen tot 18 jaar ligt vanaf 1 januari 2015 op het bord van de gemeenten. De Eerste Kamer neemt binnenkort het definitieve besluit over de twee andere projecten van Van Rijn. Vandaag stuurt het kabinet bovendien de zogenoemde mei-circulaire naar de Tweede Kamer en de gemeenten. Daarin staan de bedragen en aantallen mensen waarmee gemeenten volgend jaar aan de slag moeten.

Daarmee hoopt Van Rijn de groeiende onrust te bezweren die de afgelopen maanden in veel gemeenten is ontstaan. Onder medewerkers in de jeugdzorg heerst grote onzekerheid omdat gemeenten wachten met het afsluiten van contracten voor de jeugdzorg in 2015. Bij zorginstellingen is duizenden mensen ontslag aangezegd omdat er geen duidelijkheid is over die contracten. Gemeenten klagen intussen dat ze te weinig tijd en te weinig geld hebben om alles in goede banen te leiden.

Nu het kabinet alle euro's en cijfers op een rijtje heeft gezet, reageert Van Rijn op de belangrijkste bezwaren die hem steeds worden tegengeworpen door critici binnen en buiten de Tweede Kamer.

Alles is lang voorbereid. In de jeugdzorg wordt hier al tien jaar over gesproken. De sfeer moet zijn: nu aan de slag.

Staatssecretaris Van Rijn

1. Er is te veel onduidelijkheid over het geld dat gemeenten krijgen.
'Doe nu eens even normaal.' Hij spreekt de gemeenten die nu drastisch minder zorg inkopen rechtstreeks aan: 'Er is nu volledige duidelijkheid over de bedragen die iedere gemeente krijgt voor de zorg. Daar zit een heel kleine korting op ten opzichte van de bedragen die daar nu in omgaan. Het gaat om slechts 3 procent voor de jeugdzorg in 2015. Dat is te verhapstukken.'

2. Gemeenten hebben slecht zicht op de populaties probleemjongeren en ouderen die straks aanspraak maken op hulp.
'Dat gaat ook niet meer op. Gemeenten hebben nu duidelijkheid over de aantallen mensen die zorg nodig hebben en welke zorg dat is.'
Hij maant de gemeenten tot actie. 'Het gaat om een enorm grote operatie. Gemeenten kunnen nu zorgen dat de verhuisdozen netjes verplaatst worden. Het moet mogelijk zijn daar nu verantwoorde afspraken over te maken met zorginstellingen. Ga aan de slag. Als je normaal doet, kom je een heel eind. Het gaat om een overgangsjaar. Volgend jaar gaan we de budgetten vaststellen op zorgbehoefte, nu is dat nog op het zorggebruik in de afgelopen jaren.'

3. Gemeenten kunnen al dat werk niet aan.
'De ene gemeente is natuurlijk verder dan de andere. Als er nog geen nieuwe wethouder is, is dat misschien lastig. Maar alles is lang voorbereid. In de jeugdzorg wordt hier al tien jaar over gesproken. De sfeer moet zijn: nu aan de slag. Dat is overigens ook de sfeer die ik woensdag trof op een bijeenkomst van raadsleden en wethouders. Die zetten de schouders eronder.'

Ik zal de laatste zijn om te zeggen dat er helemaal geen problemen zijn. Maar alle berekeningen zijn doorgesproken, beklopt en bekeken, ook door de Algemene Rekenkamer. Gemeenten en instellingen moeten nu aan de bak.

Staatssecretaris Van Rijn

4. Het kabinet wil te snel en te veel. Uitstel is verstandiger.
'Nee. Over deze aanpak wordt al jaren gesproken. Er is heel veel voorbereid. Ik zal overigens de laatste zijn om te zeggen dat er helemaal geen problemen zijn. Maar alle berekeningen zijn doorgesproken, beklopt en bekeken, ook door de Algemene Rekenkamer. Gemeenten en instellingen moeten nu aan de bak.'

5. Er moet een evaluatie komen dit najaar, zoals de Rekenkamer bepleit, om te zien of alles op schema ligt.
'We houden continu de vinger aan de pols. Nederland is klein genoeg om alle incidenten te kennen. Dat is dan zo. In eerste instantie zijn gemeenten straks verantwoordelijk. Ik ben hier niet om wetten alleen maar door het parlement te loodsen. Maar ook om ze goed ingevoerd te rijgen. Het is de kunst om de roep te weerstaan de regels meten aan te passen.'

6. Nu elke gemeenten zijn eigen regels kan maken, zal willekeur ontstaan: verschillen in zorgkwaliteit.
'Ik wil het omdraaien. Omdat we nu ongelijke gevallen gelijk behandelen, is er meer ongelijkheid. Rechtsgelijkheid is rekening houden met persoonlijke omstandigheden: passende zorg voor kwetsbare mensen. Dat kan beter als we het lokaal regelen, dicht bij de mensen.'