Werk van de Britse kunstenaar Frank Shepherd.
Werk van de Britse kunstenaar Frank Shepherd. © AFP

'Armstrong over 20 jaar: 'Je speelt alleen vals als je de enige bent die doping doet''

Misschien dat Lance Armstrong een voorbeeld zal nemen aan sprinter Ben Johnson, die zich ondanks dopinggebruik nog steeds als de winnaar ziet op de 100 meter van de Olympische Spelen in 1988. 'De concurrenten deden het ook. Sport is a level playing field', schrijft Jean Wagemans in zijn column.

Volgens advocaat en hoogleraar internationaal strafrecht Geert-Jan Knoops valt er behoorlijk wat aan te merken op de 'veroordeling' van wielrenner Lance Armstrong door de USADA. De totstandkoming van het bewijs in deze dopingzaak 'staat op gespannen voet met meerdere internationaal-rechterlijke beginselen' (NRC Handelsblad, 17 november 2012).

De totstandkoming van het bewijs, dat voornamelijk uit getuigenverklaringen en verdachte bloedwaarden bestaat, is echter niet het enige probleem in deze zaak. Want waaraan ontleent het bewijs eigenlijk zijn overtuigingskracht?

Betrouwbaarheid van getuigenverklaring
In de eerste plaats aan de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen. Nu schijnt de USADA aan sommige renners te hebben beloofd dat ze in ruil voor het afleggen van een verklaring een vermindering of uitstel van hun straf krijgen. Dergelijke afspraken maken een getuigenverklaring waardeloos.

Verder dient een getuigenverklaring op een duidelijke manier aan de beschuldiging te zijn gerelateerd. Het is dus niet voldoende om Armstrong een keertje aan een infuus te hebben zien liggen. Want hoe weet je dat daar doping in zit?

Extern bewijs
Ten slotte worden de verklaringen niet ondersteund door extern bewijs. Er zijn weliswaar verdachte bloedwaarden, maar die kunnen ook een andere oorzaak hebben. Armstrong is nog nooit positief getest op doping.

Het bewijs in deze zaak is dus helemaal niet zo overtuigend als de USADA doet voorkomen. In dit licht zijn de recente boetedoeningen van sportjournalisten die zich al die tijd achter Armstrong hadden geschaard, nogal voorbarig. Net als de rehabilitatie van de enkele sportjournalist die het van begin af aan al verdacht vond dat hij zo hard kon fietsen.  

Level playing field
Op het IDFA draait momenteel de documentaire '9.79*'. De titel verwijst naar de winnende tijd van de sprinter Ben Johnson op de 100 meter van de Olympische Spelen in 1988 in Seoul. Zoals bekend heeft Johnson niet lang van zijn gouden plak kunnen genieten. Enkele dagen later werd hij betrapt op het gebruik van steroïden.

Uit een interview blijkt dat Johnson zichzelf nog steeds als de winnaar van die race beschouwt. Volgens hem was er sprake van een eerlijke wedstrijd, omdat het merendeel van zijn concurrenten ook doping gebruikte: 'To me and any other people, it is just a level playing field. You only cheat if you are the only one doing it. I am still the best' (NOS.nl, 19 november 2012).

Winnaars
Ook Armstrong ziet zichzelf nog steeds als de beste. Dat wil zeggen, onlangs twitterde hij een foto van zichzelf, liggend op de bank met alle zeven gele truien keurig ingelijst aan de muren: Back in Austin and just layin' around...'

Mocht er tegen Armstrong alsnog overtuigend bewijs komen, dan kan hij een voorbeeld nemen aan Johnson. Gewoon over een jaar of twintig in een documentaire beweren dat iedereen destijds gedrogeerd was, en dat hij zelf de beste renner was in een eerlijke wedstrijd. Ik denk dat '7' een goede titel voor die documentaire zou zijn.

Jean Wagemans is filosoof en universitair docent argumentatietheorie.