Bryan Cranston in Network.
Bryan Cranston in Network. © Jan Versweyveld

Voor Bryan Cranston schieten superlatieven tekort in Network (regie Ivo van Hove)

Theater - Network (National Theatre)

Zou Network, een film uit 1976, ook relevant zijn in tijden van smartphones, 'fake news' en een twitterende president? Ja. En hoe. De actualiteit zindert en smeult. En voor de prestatie van acteur Bryan Cranston (Breaking Bad) schieten superlatieven tekort.

Network

Door het National Theatre
Gezien: 13/11, Lyttelton Theatre, Londen

'I'm mad as hell and I'm not going to take this anymore!' Wij, toeschouwers in de zaal van het Londense National Theatre, moeten ze schreeuwen, de beroemde woorden van de boze profeet Howard Beale, uit de film Network (1976). Maar ze blijven ongemakkelijk steken in je keel. Beale, op toneel monumentaal vertolkt door Bryan Cranston (Walter White uit Breaking Bad), heeft ons, in de mooiste scène van de voorstelling, immers net aangesproken op onze autonomie en vrijheid van geest. Laat je niet reduceren tot consument, zegt hij aangedaan. Sta op, weiger, spreek je uit, dóe iets. 'First, you got to get mad'.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Sta op, weiger, spreek je uit, dóe iets

Even later wordt die aangrijpende, onvolmaakte uiting van menselijkheid en bezieling alweer geperverteerd tot soundbite in een commerciële tv-show. En dat voel je. Elke vezel in je lichaam zegt: nee. De voorstelling Network bij het National Theatre, in regie van Ivo van Hove, maakt het hedendaags ongemak van enkel consument zijn fysiek voelbaar.

Dat is knap, want vooraf kon je je afvragen of het zou werken: Network op toneel, anno 2017. De met Oscars overladen film van Sidney Lumet en scenarist Paddy Chayefsky was destijds een bijtende satire over de immorele afgrond van een jong massamedium: televisie. Vrijwel alle dystopische voorspellingen uit de film, over de verstrengeling van nieuws en amusement, zijn intussen waarheid geworden, en als middel tot massamanipulatie heeft tv fors terrein verloren aan andere schermen en social media. Zou Network in tijden van smartphones, 'fake news' en een twitterende president nog relevant zijn? Het antwoord luidt: ja. En hoe.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Zou Network in tijden van 'fake news' nog relevant zijn?

Network gaat over de gerespecteerde nieuwspresentator Beale, die wordt ontslagen wegens slechte kijkcijfers. Als hij vervolgens live op tv zijn zelfmoord aankondigt, schieten de cijfers door het dak. Beale heeft niets meer te verliezen en zegt live op tv waar het op staat: hij is klaar met alle 'bullshit'. Kijkers in het hele land herkennen zijn frustratie en zijn oproep om méér te zijn dan klant en klapvee vindt massaal weerklank. Ironisch genoeg herkent een gehaaide tv-producente meteen de commerciële potentie van deze 'hedendaagse profeet die de hypocrisie van onze tijd aanklaagt'. Op haar aandringen geeft zender UBS Beale een eigen show, met klapvee en al. Totdat de cijfers opnieuw beginnen te dalen, uiteraard.

Regisseur Ivo van Hove en zijn vaste scenograaf Jan Versweyveld kozen ervoor de teloorgang van Beale niet opzichtig te actualiseren: de setting is het Amerika van de late jaren zeventig. Maar die nostalgische context is slechts een dun membraan waaronder de actualiteit smeult en zindert.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

De nostalgische context is een dun membraan waaronder de actualiteit smeult en zindert

Dat komt vooral door de duizelingwekkende veelheid van schermen en beelden op toneel (video-ontwerp: Tal Yarden), samen een effectieve reflectie van de hedendaagse informatie-overload. Ook het gevaarlijke gelijkschakelen van beelden - moordpartij naast chocolareclame-  is pijnlijk herkenbaar. Daarnaast verwijst Van Hove subtiel naar het nieuws van vandaag, door een angstwekkende aanslag te ensceneren die een exacte echo is van die op de Russische ambassadeur in Istanbul, december vorig jaar. Vrijwel elk aspect van deze productie ademt, nee schreeuwt, het nu. 

Het decor behoort tot het mooiste dat Van Hove en Versweyveld ooit maakten, en is in zijn verbluffende precisie even verleidelijk als angstaanjagend. We bevinden ons in het kloppend hart van de zender: middenin de verslavende opwinding van de televisiestudio. Links een levensgrote glazen opnamestudio, rechts een restaurant, achter op toneel kleedruimtes en make-upstudio. Boven dit alles zweeft een tv-scherm zo groot als een flatgebouw, waarop we alle actie en acteurs in close-up te zien krijgen. En centraal op toneel zit Bryan Cranston achter zijn bureau, vanwaar hij zijn onvrede en verdriet de wereld in slingert. In de slimme toneelbewerking van Lee Hall is Howard Beale, en dus Cranston, veel meer dan in de film de spil van het verhaal. En dat is een zegen.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Voor de prestatie van Cranston schieten superlatieven tekort

Voor de prestatie van Cranston schieten superlatieven tekort. Hypnotiserend is hij, magnetisch, miraculeus. Met zijn gekerfde mond en gegroefde wangen, zijn diepliggende ogen tot spleetjes geknepen, is hij de ideale evangelist van de onvrede. Kwaad is Cranston een natuurkracht, een tornado. Maar hij voert ons ook mee naar het oog van de orkaan, daar waar het stil is. Want bovenal is Beale gebroken, en gedoemd. Oneindig kwetsbaar is Cranston dan, met gebogen hoofd en afhangende schouders, een ongewenste traan die zich opdringt in zijn ooghoek. Hij trilt als een snaar en de zaal vibreert mee.

In een hartroerend mooie, nieuwe epiloog komt Cranston in volkomen stilte aan de rand van het toneel zitten, en verwoordt op ingetogen, haast ontspannen toon, alsof hij met een vriend praat, de essentie van de voorstelling: een oproep tot medemenselijkheid in tijden van massamanipulatie, kapitalisme en commercie. Andere mensen zijn onze redding, zegt hij, hoe pijnlijk onvolkomen ze, we, ook zijn. Die boodschap emotioneert, zeker daar waar negenhonderd toeschouwers, negenhonderd mensen, hem samen, zij aan zij, gebroederlijk aanhoren en omarmen. Al is dat dan voor even.