Magazijn Hollandia
Magazijn Hollandia © Keke Keukelaar / Mark Kohn

Vocaal ensemble Frommermann zingt op virtuoze wijze honderd jaar aan Nederlandse liederen

Theater - Magazijn Hollandia

De avond heeft een uitgekiende balans tussen sentiment, ironie en pure gekkigheid.

11 april, Singer, Laren. Tournee t/m 6/5. frommermann.nl

Midden tussen de robuuste noten van Merck doch hoe sterck gooit de pianist een vreemde eend in de bijt, een bekend pingeltje. Dan valt het kwartje: verhip, jarenzestigtelevisie, Pipo! Van dit soort muzikale en visuele kwinkslagen wemelt het in Magazijn Hollandia, de voorstelling waarin vocaal ensemble Frommermann een keur aan Nederlandse liederen bijeenbrengt en laat horen waarin een land, en vooral zijn kleinkunst, groot kan zijn.

Er zit een politiek angeltje in de voorstelling, dat vooral in de gesproken inleiding naar voren komt. Want al die vocale pareltjes liggen opgeslagen in muziekarchieven die, hoe rijkgevuld ook, de afgelopen tien jaar zijn geconfronteerd met dusdanige bezuinigingen dat de toegankelijkheid en de publieke functie in gevaar kwamen.

Louis Davids, de Ramblers, Jules de Corte, Harry Bannink, Ramses Shaffy, Marco Borsato, ze komen allemaal langs

Frommermann brengt een ode aan de bibliothecarissen die vechten voor het behoud van dit luisterrijk cultuurbezit. Vijf harmonieus kwelende heren in stofjassen, een pianist en een gitarist voeren als beheerders van een 'restdepot van overtollig muzikaal erfgoed' een strijd tegen de tand des tijds - wat voor het overige vooral aanleiding is om er een heerlijk avondje van te maken.

Met een paar uitschieters naar heel vroeger bestrijkt het repertoire vooral de afgelopen honderd jaar. Louis Davids, de Ramblers, Jules de Corte, Harry Bannink, Ramses Shaffy, Marco Borsato, ze komen allemaal langs, maar de chronologie is prikkelend door elkaar gehusseld, zodat een loflied op de elektriciteit uit 1931 vrijwel naadloos aansluit op een liedje over internet van Jan Rot. Tussen vertrouwde meezingers - een term die door sommige concertgangers maar meteen letterlijk wordt opgevat - schuilen minder bekende verrassingen.

Niet alleen valt telkens weer op hoe gewiekst vooral die oude beproefde liedjes en teksten in elkaar zitten, maar Frommermann en regisseur David Prins tillen dit allemaal nog een eindje verder op, met goedklinkende en vindingrijke arrangementen en een uitgekiende balans tussen sentiment, ironie en pure gekkigheid. Soli komen vanzelfsprekend naar voren uit ensemblezang, en de pasjes en gebaren sluiten daar naadloos op aan. Hilarisch hoogtepunt is Nacht over Java, dat begint met smeltende zang met ukulelebegeleiding , die door de verglijdende tonen van een hawaii-gitaar al snel over de top wordt gejaagd, waarna het nummer geleidelijk ontaardt in een jungle vol oerwoudgeluiden.

Daarna brengt Frommermann een muzikale stroomversnelling op gang met een medley, een caleidoscopische aaneenschakeling van listig aaneengesmede muzikale flarden, en een toegift die helemaal van deze tijd is. Nee, grote diepgang moet je niet verwachten van deze bonbondoos vol vocale versnaperingen, maar het topniveau waarop Frommermann zich beweegt compenseert volkomen dat 'jou' toch weer blijkt te rijmen op 'trouw'.