Victor Reinier en Renée Soutendijk in Roem.
Victor Reinier en Renée Soutendijk in Roem. © Ben van Duin

Vlot spel maakt Roems ongeloofwaardig romantisch plotlijntje goed

Theater - Roem, door Hummelinck Stuurman Theaterbureau

Vlot spel van Victor Reinier en Renée Soutendijk levert smakelijke komedie op. De voorstelling over het afkicken van roem mondt echter uit in een niet al te serieus te nemen drama met een ongeloofwaardig romantisch plotlijntje.

Roem

Theater

Van Ger Thijs door Hummelinck Stuurman Theaterbureau. Regie Hanneke Braam. 22/12, Leidse Schouwburg. Tournee t/m 21/4.

Lady Gaga zong erover. Fame, de film, serie en musical, was en is nog steeds razend populair. Roem, iedereen ambieert het. Maar, en deze vraag hoor je minder vaak, hoe kom je er weer vanaf? Daarover gaat Roem, het nieuwste toneelstuk van Ger Thijs, dat afgelopen vrijdag in een productie van Hummelinck Stuurman Theaterbureau in de Leidse schouwburg in première ging.

Roem is speciaal geschreven voor de van televisie en film bekende acteurs Victor Reinier en Renée Soutendijk. Reinier in de rol van tv-acteur, die na tien jaar hetzelfde personage in een politieserie te hebben gespeeld plots wordt geconfronteerd met zijn eigen sterfscène. Hij wordt tegen zijn zin uit de serie geschreven. Soutendijk speelt de psychiater die de acteur bezoekt om zijn existentiële crisis te laten behandelen. Tot zover alles interessant.

Thijs heeft het verhaal vormgegeven als raamvertelling. De psychiater komt aanvankelijk op om een theatercollege over narcisme te geven en toont het publiek de casus van deze acteur die ooit in haar praktijk kwam. Tussen de scènes door geeft ze commentaar op de behandeling, die al snel ontspoort omdat de patiënt verliefd wordt op de behandelaar.

Het stuk is een komedie. De acteur is een ijdele vent, die met een grote bek de behandelkamer binnen dendert en de psychiater is een steile, academische vrouw die nooit tv kijkt. Met andere woorden: clichés en voorspelbare grappen worden niet geschuwd in Roem. Dat de confrontatie tussen deze twee tegenpolen desondanks smakelijke komedie oplevert, is met name dankzij vlot en vet spel van Reinier en Soutendijk. De grapjes over psychiatrie (tissues), acteurs (allemaal narcisten!) en roem (het blijkt niet zaligmakend) krijgen bij deze twee spelers, geregisseerd door Hanneke Braam, vaak een prettige zweem van ironie mee.

Maar in de tweede helft verandert deze voorstelling van een niet al te serieus te nemen komedie in een niet al te serieus te nemen romantisch drama. De opgeworpen vragen over narcisme en de keerzijde van roem blijven onbeantwoord, ten faveure van een ongeloofwaardig romantisch plotlijntje dat uiteindelijk moet leiden tot een rolomkering. Niemand blijkt ongevoelig voor de verlokkingen van roem, ja ja. Maar deze ontwikkeling is te slecht uitgewerkt om echt iets teweeg te brengen.

De grootste verrassing kwam eigenlijk na afloop van de première, toen de Leidse wethouder Robert Strijk op het podium verscheen om uit naam van de koning een lintje aan Ger Thijs te overhandigen voor zijn vele jaren verdienstelijk werk als toneelschrijver, -bewerker en regisseur.

Recent werk als De Kus (2011) en zijn Couperus-bewerkingen werden terecht genoemd als voorbeelden van Thijs op de toppen van zijn kunnen.