De dood van Ricky Martin op ITS.
De dood van Ricky Martin op ITS. © Coco Duivenvoorde

Theaterfestival ITS is fijn parelduiken voor de liefhebber

Theaterfestival ITS is weer dat uit de hand gelopen afstudeerfeest, mét pareltjes. En geen vernederend prijzencircus meer op het slotfeest.

'Nummer 1: Maak onvermijdelijk werk en verontschuldig je tegenover niemand.'

De zon schijnt als regisseur Daria Bukvic woensdagochtend het ITS Festival nieuwe stijl opent met haar '10 supersubjectieve, maar hyperliefdevol bedoelde adviezen' voor de afstuderende theaterstudenten. Op het ITS Festival laten de studenten, zoals elk jaar, voor het eerst hun werk zien aan publiek. Bukvic houdt een pleidooi voor ambitie. Waar ze helemaal niks mee heeft, is de slachtofferrol waarin podiumkunstenaars zich nogal eens willen wentelen als het even slecht gaat.

'Nummer 5: Verkoop je werk, wees nergens vies van.'

Hiermee zet Bukvic de toon op een festival dat zelf in slecht weer verkeerde, maar dat zichzelf opnieuw heeft uitgevonden. Met een nieuwe leider, Marcus Azzini. En verder: een kleinere opzet, meer samenwerking tussen de vier deelnemende theaterscholen en - een eis van de studenten zelf - geen 'vernederend' prijzencircus meer op het slotfeest. Het werkt. Het ITS is kleiner maar fijner. Het is dat nogal uit de hand gelopen afstudeerfeestje dat het ooit was, waar het fijn parelduiken is voor de liefhebber.

Festivalgevoel terug

Met een programma van 52 afstudeervoorstellingen in vijf dagen is ook het festivalgevoel weer helemaal terug. Om al het eigen werk van de afstuderende acteurs en performers een plek te geven zijn 'marathonroutes' in het leven geroepen. Afgelopen donderdag kon je op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK), tussen 11 uur 's ochtends en 11 uur 's avonds 23 afstudeervoorstellingen achter elkaar zien.

Publiek, te herkennen aan gekleurde polsbandjes, werd de hele dag langs rommelige lokalen in de toneelschool geleid en zag studenten uit Amsterdam, Utrecht, Arnhem en Maastricht hun best doen zichzelf in de schijnwerpers te zetten.

Verkoop jezelf! De adviezen van Bukvic vonden duidelijk weerklank. Wie geëngageerde of politieke kunst verwachtte, kwam bedrogen uit. Elke solo, performance, film of liedje was in wezen een egodocument: kijk mij, dit ben ik, dit kan ik!

Opvallend waren Ayla Satijn en Anne Reitsema van de Utrechtse acteursopleiding, die in hun solo's met veel humor de grenzen van de goede smaak durfden op te zoeken. Braver maar bijzonder veelzijdig was Carmen van Mulier (Amsterdam) met haar bewerking van Strindbergs Droomspel. Hoogtepunt in het middagdeel van de marathon kwam van de Arnhemse dansopleiding: het collectief NEON (Nanna Hanfgarn Jensen en Leon Emil Franzke) speelde hun fascinerende gender- en lichaamsstudie Körper Körper.

Ook de afstuderende toneelschrijvers en scenografen kregen hun presentatiemoment. In theater De Brakke Grond was afstudeerwerk te zien van dertien scenografen. En tijdens de avond Schrijven is goud presenteerden maar liefst twaalf kersverse toneelschrijvers hun werk.

En dan zijn er nog de afstuderende regisseurs. Voorheen deelde een jury de Ton Lutzprijs uit aan de beste afstudeerregie. Vanaf nu dus niet meer. Geen competitie, maar ambitie, is het devies. De onverbiddelijke race naar de top van de theaterwereld, waarbij op een enkeling na nagenoeg al deze afstudeerders zullen afvallen, begint morgen, na het 'Priceless sexy slotfeest'.

Uitgesproken films

Ambitie kan de regiestudenten alvast niet ontzegd worden. Uitgesproken beeldende films blijken belangrijke inspiratiebronnen. Charli Chung (Maastricht) maakt een bewerking van The Dreamers (Bertolucci, 2003). Anna Verkouteren Jansen (Maastricht) doet The Lobster (Lanthimos, 2015), een ogenschijnlijk niet naar toneel te vertalen dystopische film.

Regisseur Marije Schnabel (Amsterdam) waagt zich aan een prequel bij Hamlet. Met een nieuwe tekst en muziek van onder anderen David Bowie en Spandau Ballet laat ze op treffende wijze zien hoe het zover heeft kunnen komen met Hamlet en zijn vader.

Wat deze drie regisseurs vooral laten zien, is vakmanschap. Echt visueel theatrale verrassingen blijven achterwege. Maar dat kan nog komen, als de beste van deze regisseurs de talentontwikkelingstrajecten ingaan bij theatergroepen. Dan begint de afvalrace pas echt.