Symfonieën der Nederlanden van Hans van Manen, door Het Nationale Ballet tijdens Ode aan de meester.
Symfonieën der Nederlanden van Hans van Manen, door Het Nationale Ballet tijdens Ode aan de meester. © Hans Gerritsen

Speels en opwindend; iedere jongere móet Ode aan de meester zien

Dans (ballet) - Het Nationale Ballet

Een greep uit 40 jaar Hans van Manen laat zien dat zijn choreografieën nog niets van hun sexy, stoere uitstraling hebben verloren. De choreografieën zijn zo fris en avontuurlijk dat ze de kans niet krijgen belegen te worden.

Ode aan de meester

Dans
Door Het Nationale Ballet.
15/9, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam.
Aldaar t/m 30/9. Tournee t/m 13/5.

Ze heeft rossige krullen en is amper 16 jaar. Opgewonden duwt ze vrijdagavond in de gangen van Nationale Opera & Ballet haar moeder haar smartphone onder de neus. Ze heeft geheid, ondanks een legioen persfotografen, BN'ers en beveiligers, het koningspaar weten te spotten, Willem-Alexander en Máxima, waarvan de laatste haar opwachting maakt in een prachtige creatie: een lange, mouwloze japon met zilverblauwe achterkant en rood-witte voorkant, bedrukt met een geometrisch gespiegeld natuurmotief. Eronder piepen sandaletten van spijkerstof uit. Maar nee, het meisje roept trots: 'Kijk, ik heb Hans van Manen ten voeten uit.'

Van Manen weet als geen ander hoe met egards om te gaan

Haar trofee van de avond is geen koningin maar een meesterchoreograaf op leeftijd, die dit seizoen bij Het Nationale Ballet in de schijnwerpers staat. Hij is in juli 85 jaar geworden en figureert nog steeds op het hoogste podium. De aftrap van dit jubileumseizoen heet Ode aan de Meester, een programma met vier belangrijke werken uit veertig jaar choreografie, waaraan op de premièreavond een gastoptreden door Ballett am Rhein is toegevoegd. Het drie jaar geleden gemaakte Alltag wordt live gedanst door Van Manens goede vriend Martin Schläpfer (57). In maart volgt Dutch Doubles, waarvoor de grootmeester wel nieuw werk creëert en waaraan zangeres Wende Snijders en harpist Remy van Kesteren meewerken.

De rossige tiener heeft gelijk. Je zou alle jongeren mee kunnen, nee mee móéten nemen naar Ode aan de meester. Ze zullen zich geen moment vervelen en denken dat de balletten recentelijk zijn gemaakt, niet in 1987 of 1992 zoals de krachtige groepsstukken Symfonieën der Nederlanden en On the Move. Van Manens werk kent zulke heldere, leesbare patronen, zo'n sexy, stoere uitstraling en zulke frisse, avontuurlijke préséance, dat het geen kans krijgt belegen te worden. Achter elke beweging schuilt een speels, doelgericht raffinement. Precies zoals hij tijdens het ovationele slotapplaus zijn bos bloemen met een kek zetje op de vloer deponeert om er met één gebaar zijn publiek mee te eren. Van Manen weet als geen ander hoe met egards om te gaan.

Symfonieën der Nederlanden oogt opwindend door strakke, jazzy paradeformaties

Oké, de opwinding van een wereldpremière blijft deze avond uit. Het verrassendst blijkt het openingsballet On the Move (1992, nieuw voor HNB), door twaalf dansers: strak en helder schuiven zes koppels van links naar rechts (en vice versa) in doorlopende adem over het podium. De bodysuits van ontwerper Keso Dekker hebben heldere kleuren, met signaalrood en glanzend zwart voor de twee centrale paren (een krachtig optreden van zowel Igone de Jongh en Artur Shesterikov als Qian Liu en Edo Wijnen).

Gastviolist Liza Ferschtman vliegt als een slijpsteen over de snaren in Prokofjevs Eerste vioolconcert in On the Move, geholpen door een alert Balletorkest onder leiding van Matthew Rowe. De dansers antwoorden met loepzuivere wendingen. Ook Symfonieën der Nederlanden (1987), op de gelijknamige compositie van Louis Andriessen, met luid trompetterend orkest, oogt opwindend door strakke, jazzy paradeformaties in twee keer vier rijen van drie. De schuin gestrekte benen en armen stuwen alle trotse beweging omhoog en vooruit.

Maia Makhateli windt vier duellerende dansers stijlvol om haar vinger

Het speelse, erotische duet Sarcasmen (1981), met live piano en de beroemde hand-in-het-kruis, mag als klassieker niet ontbreken, al maken Marijn Rademaker en Igone de Jongh er te nadrukkelijk een 'ik-wil-je-wel-maar-negeer-je-eerst' spelletje van.

Het slotstuk 5 Tango's (1977) is het enige wat door de kubistische achterwand en vlammend rood-zwarte jurken (ontwerp: Jean-Paul Vroom) enigszins in de tijd gevangen zit, maar het is zo'n stijlvolle tango zonder franje, dat je dat voor lief neemt. Vooral Maia Makhateli windt vier duellerende dansers stijlvol om haar vinger. Bovendien is dit ballet op vijf tango's van Astor Piazzolla (live uitgevoerd door Carel Kraayenhof en Sexteto Canyengue) tot in zijn vezels muzikaal. En dat voor een choreograaf die geen noot in een partituur kan lezen, en die hiaat koestert om zijn muzikale gehoor vrij te kunnen volgen.

Van Manen en Schläpfer: bevriende buren

De choreografen delen hun afkeer van opsmuk.

Vraag Van Manen naar een choreograaf die hij bewondert en hij antwoordt steevast Martin Schläpfer, een Duitser van Zweedse herkomst, die spitzenwerk brutaal en licht naar zijn hand zet, zonder het dansante karakter te verliezen. De 'buurjongens' delen hun afkeer van opsmuk en hebben dezelfde vaste kostuumontwerper: Keso Dekker.

Speciaal voor de première van Ode aan de meester vertolkte Schläpfers Ballett am Rhein hun recentste Van Manen als gastoptreden in Amsterdam. Dat maakte iets minder indruk dan gehoopt. In Alltag herinnert een oudere danser op een stoel zich voorbije liefdes. Deze verschijnen aan hem als stijlvolle pas de deux.

Toch is melancholiek mijmeren niet Van Manens sterkste expressievorm. Hij grijpt net te vaak terug op clichés, zoals een hoofd rustend in handen of een poging langs een danseres heen te kijken alsof ze als schim rondwaart. Maar het moet gezegd dat eind-vijftiger Schläpfer deze rol van mijmeraar met verve neerzet: krachtig, terloops en levendig.