M'n lust en m'n leven (****) op het Fringe Festival in Amsterdam.
M'n lust en m'n leven (****) op het Fringe Festival in Amsterdam. © Annelies Verhelst

Kiezen uit de voorstellingen op het Fringe Festival is als Russisch roulette

We bezochten zes voorstellingen - dit zijn de recensies

Het Fringe Festival in Amsterdam is als Russisch roulette. Kies blind uit de zeventig producties en beleef top of flop, net als Vincent Kouters en Herien Wensink deden.

1. Breivik (***)

Jelle van der Meulen en Alex Molenaar, 9/9, Amsterdams Theaterhuis. Nog te zien: 16 en 17/9.

Alex Molenaar is in Breivik een enge gast, met zijn felle blik en dat onheil-spellende glimlachje.

Een van de leukste dingen van het Amsterdam Fringe Festival: je kunt er theater zien dat op balanceert op het randje van goede smaak. Neem Jelle van der Meulen, net afgestudeerd muziektheatermaker. Hij zet Anders Breivik op het toneel, de Noorse terrorist die in 2011 77 mensen vermoordde.

In deze solo zit het publiek in een kringetje om acteur Alex Molenaar. De toneel-Breivik gaat gekleed in legerboots en kogelvrij vest en is gewapend met een gitaar. De makers willen dat Breivik in het hoofd van de toeschouwers kruipt.

Met behulp van koptelefoons, (te harde) geluidseffecten en fel licht lukt dat tot op zekere hoogte. Molenaar is echt een enge gast, met zijn felle blik en dat onheilspellende glimlachje. De tekst bestaat uit Breiviks dagboekfragmenten, zijn pogingen om springstof te maken en zijn 'trainingen' in computergame Modern Warfare 2.

Interessante materie, maar waarom zo'n monster menselijk maken? Van veel goede smaak getuigt het niet. VK

2. The Last Supper (**)

Eva Bartels en Merante Tamar van Amersfoort, 9/9, Supperclub. Nog te zien: 12 en 13/9.

Na de plotwending zakt The Last Supper totaal in.

Een halfnaakte vrouw hangt vastgetapet aan een kruis in de nok van de Supperclub. Ze begint te orakelen en is door de galm vrijwel onverstaanbaar. Onwillekeurig denk je aan de open inschrijving van Fringe - er is geen minimum kwaliteitseis; is dit het dus? Maar goddank: daar komt een andere actrice binnen. 'En?', vraagt de vrouw aan het kruis, 'wat vind je?' Vervolgens ontspint zich een tamelijk geestige dialoog, waarin het duo clichés uit de kunstwereld op de hak neemt.

Spelers Eva Bartels en Merante Tamar van Amersfoort creëren met hun 'symbiotisch artistieke duo' Mary en Machteld een geloofwaardige karikatuur. Maar na het sterke begin zakt The Last Supper in. Plots lijken de spelers te aarzelen tussen drama en pastiche. De actrices beheersen hun typetjes, maar zijn minder sterk in het dramatische werk. De tekst, die slim en geestig begon, wordt larmoyant en cliché.

Als we tot slot een pretentieuze blote dans voorgeschoteld krijgen, een naakte stervende zwaan in een voetbadje, met veel nat zwiepend haar, is de conclusie onontkoombaar: dit is kitsch. HW

3. The Story of John Crow Black (**)

Marius Wensink, 9/9, Wonder Garage. Nog te zien: 15 en 16/9.

De titel belooft meer dan de voorstelling kan waarmaken.

In de Tweede Helmersstraat in Amsterdam staat een voordeur op een kier. Eenmaal binnen staan op de betonnen vloer stoelen voor een microfoon en een videoscherm. Hier, Wonder Garage heet de locatie, speelt acteur Marius Mensink zijn solo The Story of John Crow Black (Slow Movement Towards an Ending).

Van sauna tot sekscafé

Als tijdens het Nederlands Theaterfestival het chique theaterpubliek plaatsneemt op het schouwburgpluche, biedt het Fringe Festival in Amsterdam avontuurlijk theater aan de rafelranden. Dankzij de open inschrijving varieert het aanbod van weerzinwekkend tot waanzinnig. Het unieke van de Fringe: de verrassende locaties. Hier zie je voorstellingen in de sauna of sekscafé, op de sportclub of in een rondvaartboot.

Die titel belooft meer dan de voorstelling kan waarmaken. Ten eerste valt het met die 'story' wel mee. Mensink heeft een performance gemaakt, een paar losse scènes, waarin hij zijn alter ego, levenskunstenaar John Crow Black, aan het publiek toont.

Met een wilde pruik, type: Bon Jovi anno 1990, ontbloot bovenlijf en de motoriek van Herman Brood, hangt hij aan de microfoonstandaard. Hij zingt een mooi lied en brabbelt onverstaanbaar in de microfoon. Een aardig begin, maar wat volgt (beat poetry, lelijke visuals en een inzinking op het podium) bevestigen alleen maar het cliché.

John Crow Black is een belachelijk personage. Misschien is dat de bedoeling, maar belachelijk is het wel. VK

4. Gender Fuck(er) (***)

Keren Rosenberg en Graham Adey, 10/9, Ostade. Nog te zien: 12 en 16/9.

Of ze nu man is of vrouw: Keren Rosenberg is geweldig om naar te kijken.

Wat een kracht, wat een lichaam, wat een podiumpersoonlijkheid. In Gender Fuck(er) begint danseres Keren Rosenberg als man, headbangend en luchtgitaar spelend op heavy metal terwijl ze haar spierballen laat rollen. Een 'mannelijke' houding, zo laat ze zien, heeft veel te maken met schaamteloosheid en brutaliteit.

Daarna transformeert Rosenberg overtuigend in een meisje: stukje door één heup zakken, hand in de zij, behaagziek lachje. 'Do you like me now'?, herhaalt ze steeds.

Vinden we Rosenberg leuker, mooier of aantrekkelijker als ze sexy en serviel is, zoals een vrouw volgens het cliché zou moeten zijn? Na de sekseverschillen inzichtelijk te hebben gemaakt, laat Rosenberg aspecten van mannelijkheid en vrouwelijkheid in elkaar overvloeien, met een dikke prop in haar kruis en ingetapete borsten. Een toeschouwer mag het plakband vasthouden, terwijl zij rondjes draait en zo het tape afwikkelt. Erg geraffineerd is het allemaal niet, maar wel meeslepend en effectief. Rosenberg is geweldig om naar te kijken: als man, als vrouw, en alles daartussenin. HW

5. M'n lust en m'n leven (****)

Linda Zijl en Teun Smits, 9/9, Brakke Grond. Nog te zien: 16/9.

Deze subtiele komedie gaat over sociaal ongemak. Droogkomisch en fantastisch gespeeld.

Iedereen kent ze wel: de ehbo'ers die om veiligheids-redenen altijd aanwezig moeten zijn bij grote feesten en festivals. Meestal zitten ze in een partytent, wachtend op calamiteiten. Maar ja, wat doen ze eigenlijk als die calamiteiten niet komen? Op Fringe zitten er ook twee.

Hun tentje staat in de binnentuin van theater De Brakke Grond, dit jaar het festivalhart. Ilona en Frans heten ze, al zes jaar werken ze samen en zitten ze zich beroepsmatig te vervelen, terwijl vlakbij de rest van de wereld staat te feesten. Ilona en Frans worden gespeeld door acteurs Linda Zijl en Teun Smits, hun tekst is geschreven door Smits en ze zijn geregisseerd door Willibrord Keesen.

De makers noemen M'n lust en m'n leven een 'ehbo-romance'. Veel meer dan over liefde gaat deze subtiele en zeer originele komedie over sociaal ongemak, onuitgesproken gevoelens en de terreur van alledaagse sleur. Droog-komisch, fantastisch gespeeld en troostend. Ja, troostend. VK

6. Don't Worry Be Yoncé (****)

Pony Camp, 8/9, de Brakke Grond. Nog te zien: 16 en 17/9.

Pony Camp weet onder alle vrolijke kolder een diepere laag aan te boren.

Seksbom, moeder, powervrouw, feminist  superster Beyoncé is het allemaal. Activist and ass shaker. Tegenstrijdig? Niet voor Queen Bee, die schijnbare paradoxen moeiteloos combineert in een oppermachtige melange van zakelijk succes en seks. In deze aanstekelijke 'lecture performance' leert het publiek 'how to become Beyoncé' in tien stappen.

Onze professoren zijn Stacyian Jackson en Stephanie van Batum, die samen Kollektiv Pony Camp vormen. Hun lessen zijn gelardeerd met opzwepende muziekfragmenten en illustratieve poses en pasjes  de toeschouwer wordt met lichte dwang uitgenodigd vooral mee te doen. Zo leren we de Beyoncé sexy face: kijk alsof er iets vies ruikt en je daar boos om bent. We krijgen zelfs Beyoncé-taalles.

Knap is dat Pony Camp onder alle vrolijke kolder een diepere laag weet aan te boren, over vrouwbeelden en seksisme, de haast religieuze status van sterren, en hoe Beyoncés werelddominantie deels is gebaseerd op slim jatten van de 'echte' kunst (Anne Teresa De Keersmaeker, Pipilotti Rist). Maar hé, haar vergeef je alles. Liberté, Egalité, Beyoncé. HW