Belgische Roovers en Duitse toneelschrijver Schimmelpfennig blijken opnieuw een gelukkige match
© Stef Stessel

Belgische Roovers en Duitse toneelschrijver Schimmelpfennig blijken opnieuw een gelukkige match

Met hun nuchtere aanpak maken de Roovers van Arabische Nacht een sprookje dat af en toe keiharde werkelijkheid is.

Theater

Arabische Nacht
Door de Roovers
9/11 Toneelschuur Haarlem

Het is broeierig. Benauwd. Zodanig, dat het na een tijdje lijkt of je van het zuurstoftekort gaat hallucineren. Dat was de sfeer in De Gouden Draak, en dat is het gevoel dat je opnieuw bekruipt bij Arabische Nacht, allebei stukken van de Duitse toneelschrijver Roland Schimmelpfennig (1967).

In Duitsland is hij populair, in het Nederlands taalgebied wordt hij niet veel gespeeld; Schimmelpfennig maakt tamelijk weerbarstig werkt. De Vlaamse Roovers schrikt dat niet af. Na hun Draak, vorig seizoen, zetten ze zich aan een tweede: Arabische Nacht. Dat blijkt een gelukkige match te zijn.

Als je niet uitkijkt, raak je het spoor nog bijster

Een grote stad, anonieme flatgebouwen. Mensen die langs elkaar heen leven. Een gevoel van eenzaamheid en gebrek - aan contact, aan zuurstof, aan water. Dat zijn grofweg de ingrediënten. De schrijver klutst die druistig door elkaar en zo ontstaan er parallelle scènes, verwarde figuren en uiterst vreemde situaties. In de Draak belandde een bebloede tand van iemand in de mond van een ander; ditmaal vindt een van de personages zichzelf terug in een cognacfles. Als je niet uitkijkt, raak je het spoor nog bijster.

Zo niet de Roovers. Met hun nuchtere aanpak en onderkoeld gevoel voor humor maken ze van de Schimmelpfennig-types mensen met een klein, fijn levensverhaal. De eenzame congiërge die door het gebouw waart; de laborant die zich elke avond klem zuipt; de overbuurman die tedere gevoelens koestert voor de comateuze laborant. Ze dolen voort, deze aardse personages, in een sprookje dat af en toe harde werkelijkheid is. Ook onze werkelijkheid.