'Ik heb altijd zelf bepaald wat ik wilde'

Interview met Adèle Bloemendaal uit 2013

Actrice Adèle Bloemendaal (84) is zaterdag overleden. In 2013 spraken wij haar, ter ere van haar 80ste verjaardag. Lees hier interview hier terug.

Tachtig rode rozen zijn er bezorgd, ze staan beneden in de kamer, bij de trap naar de entresol. Met de felicitaties van het team dat de grand old lady van de komedie deze dagen toch al eert in een voorstelling over haar leven en haar werk, Adèle, met Paul Groot en Sanne Wallis de Vries als vertellers en vertolkers.

'Grand old lady? Is dat zo? Wie zegt dat dan? Dat is wel bepalend, natuurlijk.'

Adèle Bloemendaal, geboren Hameetman, eind vorige week 80 geworden, beweegt zich in een licht shirt en witte broek met rode motiefjes blootsvoets door het huis. De teennagels zijn fel rood gelakt. Voor de fotograaf strijkt ze even snel met de vingers door het haar, waarvan de lokken zich nog altijd moeilijk in één richting laten dwingen. 'Dit is toch genoeg, zo? Als je me maar geen 97 laat lijken.' Enkele seconden pauze, en daar zwelt in een licht korrelige ademstoot - door Doeschka Meijsing ooit omschreven als het starten van een koude Volkswagen-motor - de gulle schaterlach aan. 'Hahaha.'

Na een reeks beroertes lijdt ze in een hofje aan een Amsterdamse gracht een teruggetrokken bestaan. 'Ik heb evenwichtsstoornissen, hartritmestoornissen, mijn gezichtsvermogen is aangetast, mijn bloeddruk is niet goed, maar voor de rest gaat het uitstekend.' Met de hommage, aangezwengeld door pianist Martin van Dijk, die haar jarenlang begeleidde, wordt even de schaduw weggetrokken. Ze zal erbij zijn, op de première, 22 januari in Utrecht, met de kleinkinderen.

Hoe hoorde u dat de voorstelling in de maak was?
'Via via had ik al wat vernomen. Martin bevestigde het. Ze zijn langs geweest. Paul Groot, Sanne Wallis de Vries. Verschrikkelijk aardige mensen, dus dat stelde me gerust.'

U was een beetje ongerust?
'Een voorstelling maken over iemands leven en werk is een heel verantwoordelijke taak. Dan wil je toch even kijken of ze wel geschikt zijn. Ik vond ze uitermate geschikt.'

Kende u ze niet?
'De ellende is dat ik door die fysieke gebeurtenissen om 7 uur in bed lig om nog wat te lezen en om 9 uur het licht uit doe. Ik kijk sinds jaar en dag 's avonds geen televisie meer, en overdag alleen maar dvd's. Ik ga soms nog naar theater, maar dan moet het onweerstaanbaar zijn, zoals La cage aux folles, vorig jaar.'

Wilde u zich niet meteen met de voorstelling gaan bemoeien?
'Ik denk dat die kinderen dat niet op prijs zouden stellen. Martin en ik hebben het verzinnen, het schrijven, het monteren en het uitproberen altijd de leukste onderdelen van het vak gevonden. Laat anderen dan ook hun gang gaan. Ik denk dat ze zelf smaak genoeg hebben, het zijn bepaald geen domoren. Ik heb gehoord dat Paul De Bokken en de Schapen van Jan Boerstoel zingt en dat hij dat heel goed doet. Daar ben ik heel blij mee. Het is een van mijn lievelingsliederen.'

Ik moest uitbreken. Iets doen wat ik zelf mooi vind

Na rollen in een reeks komedies als 't Schaep met de 5 pooten (als Dora Lefèvre) en Citroentje met Suiker (als Toos Goedkoop-Palfrenier) en successen met carnavalsnummers, begon Adèle Bloemendaal in de jaren tachtig een serie onewomanshows (Adèle's keus, Adèle in korte broek, Adèle in Casablanca, Adèle op de Orinoco). Daarmee wilde ze afstand nemen van het volkse, joviale type.

Als u zelf terugkijkt op uw carrière, welk gevoel domineert dan?
'Ik heb heel veel rotzooi gedaan, en daaruit is mijn eerste soloprogramma geboren. Als een explosie. De omslag is precies aan te wijzen. Ik kreeg weer een heel slecht script voor een tv-serie aangeboden en ik wist ineens: dit wil ik niet meer. Dit maakt me doodongelukkig. Ik was 50. Moest dat zo doorgaan met die shit? Ik heb het uitgeschreeuwd, ik heb met het script gesmeten. Ik moest uitbreken. Iets doen wat ik zelf mooi vind. Het kon ook, toen. Mijn kind zat in die tijd in Amerika, bij de American Air Force. Als mijn programma zou mislukken, waren er financieel geen slachtoffers. Adèle's keus was een bevrijding.'

Eli Asser, die de komedieseries schreef, vond het jammer dat u die stap zette.
'Het verveelde me. Had ik tante Door moeten blijven?'

U had niet voor de kunst met de grote K moeten gaan.
'Hij zag mij niet als Medea? Hahaha! Ach, wat kan het me schelen.'

We hebben gefeest als beesten, zeker in het begin

Toen ik u belde voor een afspraak zei u: dan moet ik het weer over de hel van het beroep hebben.
'Dat was het af en toe, ja. Sommige rollen. Dingen die me niet interesseerden. Programma's. Even een liedje doen als gast. Een interviewtje. Neem die carnavalshits. Ik las een tekst van Drs. P:

Kedinkedonkedinkedonkeding mijn ome Daan /
Kezinkezonkezinkezonkezink er tegenaan.

'Ik moest er zo verschrikkelijk om lachen. Het was een parodie op het carnavalslied. Ik heb moeten smeken bij Gerrit den Braber van Phonogram om het in godsnaam te mogen doen. Dan was het: wijfie, wijfie... Laat ons dat nou beslissen. Ik heb staan schuimbekken. Dan ga ik hier godsamme en god-verdom-me wel weg!

'Later belde hij op. Je mag het doen. Het werd de carnavalshit van het jaar. Maar wat je dan moet doen, is het volgende. Je gaat 's morgens om 9 uur de deur, naar het Zuiden, voor drie optredens op een dag. En dat vijf dagen aaneen. Je moet je verkleden in een kast in een café, om 11 uur 's morgens, en daar ligt dan iemand in een hoek te braken.

'Ik dacht dan altijd maar aan de komende paasvakantie, dan ging ik met mijn zoon naar een hotel in New York, met uitzicht op het Central Park. Ik ging niet natuurlijk Kedinkedonkedinkedonkeding voor de kat zijn staart staan zingen. Daar stonden revenuen tegenover.'

Hoe heeft u het al die tijd volgehouden?
'Er waren ook heel aangename dingen. We hebben gefeest als beesten, zeker in het begin. De generatie van na de oorlog had wat in te halen, hoor. En het was vaak heel gezellig in de bus, met leuke mensen. Ramses Shaffy, Jenny Arean, Henk Molenberg.'

Wat was uw gelukkigste periode?
'Ik weet nog dat ik met mijn eerste soloprogramma op een maandagavond in De La Mar terechtkon, nadat we eerst vooral in vestzaktheatertjes hadden gespeeld. Rijen dik op de Marnixstraat tot aan de gracht. Dat was geweldig. Datzelfde jaar heb ik reisverhalen gemaakt voor De Tijd en Avenue. Tahiti, Indonesië, Hongkong, Alaska, San Francisco. San Francisco, daar zou ik wel willen sterven. Ik heb me nog nooit zo goed en zo vrij gevoeld als toen. In die staat van geluk ben ik gaan werken aan Adèle in korte broek. Dat is mijn beste programma geworden. Dat stond als een huis. 50 was mijn beste jaar.'

U moest wel weer gaan toeren. Dat was niet uw favoriete bezigheid.
'Die files werden steeds vervelender. Eenmaal bij het theater stond je toch geregeld voor een gesloten deur, terwijl ze je toch gevraagd hadden. Daar stond je, in de natte sneeuw, in de motregen.

'In Maastricht, in de Bonbonnière, begon ik een keer de deur van de artiesteningang in te trappen, ik had zware laarzen aan. De deur gaf al een beetje mee, toen er iemand van het theater vroeg wat ik aan het doen was. Ik zei: ik moet naar binnen, ik moet hier vanavond helaas spelen. We hebben toch een prachtige voorstelling gedaan, en toen kwam de directeur na afloop ook nog eens verhaal halen. Als u mij maar betaalt!, riep ik. En nu eruit! Maar er waren ook theaters als warme baden bij, hoor. We hebben veel heerlijke avonden gespeeld.'

U heeft zelf ook schouwburgdirecteuren en impresario's tot waanzin gedreven...
'... zij mij...'

...door op het laatste moment af te zeggen.
'Dat is weleens gebeurd, ja.'

Waarom?
'Weerzin, waarschijnlijk. Meestal.'

Ik kon goed mensen aan het lachen maken. Daar at ik van

Heeft u eruit gehaald wat erin zat?
'Op bepaalde momenten wel, ja. Adèle's keus. In korte broek. Daar ben ik trots op.'

U noemt niets uit de periode ervoor. Tante Door, Wat heb je gedaan Daan.
'Dat was werk. Dat kon ik heel goed. Ik kon goed mensen aan het lachen maken. Daar at ik van.'

Had u nog langer willen doorgaan?
'Ik was 65, ik was eigenlijk op zoek naar iets anders. Die soloprogramma's, dat was echt topsport. Dat wilde ik niet meer. Maar ja, toen kreeg ik mijn eerste beroerte, ik was op treinreis in Duitsland.

'In Almere, een jaar later, volgde een tweede. Tijdens de voorstelling, op het moment dat ik een lied wilde inzetten. Er klonk iets van mfsjwe mfsjwe. Ik dacht: er is iets met het geluid. Het publiek begon te schreeuwen. Dronken lor! Maar alles rondom mijn mond was verlamd.

'Enkele jaren later lekte een adertje in mijn hersenen en ben ik een coma geraakt. Ze hebben twee gaten in mijn kop geboord om het bloed met een stofzuigertje weg te halen. Het was een breekpunt. Alsof mijn lichaam zei: ik kan dit niet meer. Dus je past je ritme aan. Zo gaat dat. Maar hoor eens, dit is toch allemaal niet relevant voor de voorstelling van die kinderen? Het wordt toch geen medisch bulletin van mij?'

U bent 80 en...
'...hoe voelt dat? Ha! Wou u dat vragen? Geen idee, eigenlijk. Ik kan er geen antwoord op geven.'

U heeft wel geprobeerd de ouderdom op afstand te houden. Facelifts, borstimplantaten, op uw 50ste in Playboy.
'Die facelifts waren ook voor het vak. Als je als komiek met een gezicht als een treurwilg optreedt, is dat niet prettig om naar te kijken. Je moet iets energieks uitstralen. Wat heerlijk dat jullie er zijn! En ik ging in Playboy staan vlak voor mijn eerste show. Ik moest publiek in de zaal zien te krijgen. Nou, dat is gelukt.'

U was een rolmodel voor vrouwen die hun eigen weg wilden kiezen.
'Daar hield ik me echt niet mee bezig. Ik heb altijd zelf bepaald wat ik wilde. Daar was niks feministisch aan. Met het feminisme heb ik nooit wat gehad. Die types droegen altijd van die - wat was het - broeken tot hier, tuinbroeken, ja. En schoenen in de vorm van een eend. Ik was juist erg dol op hoge hakken, en dat ben ik nog steeds. En eventueel, zo af en toe, een jarretel, voor het gevoel.'

Toen u de 60 voorbij was, verwachtte u opstandig te zijn bij het bereiken van een zekere leeftijd.
'Dat valt mee, maar ik wil niet dood, natuurlijk. Dat is verdraaid slecht geregeld. Ik ben van 1933. Al die fasen, van paard en wagen, naar auto, en telefoon en computers, de oorlog met de Hongerwinter, de wederopbouw, de welvaart. Die ontwikkelingen gaan door, maar jij wordt weggerukt. Dat vind ik naar. Ik wil erbij blijven.'

Ze kijkt uit naar de hommage, volgende week. 'Of het een eer is? Vindt u het goed als ik dat oordeel bewaar tot na de voorstelling?'


Pianist Martin van Dijk nam het initiatief voor het programma Adèle, een dubbelportret van Adèle Bloemendaal: 'Het programma Opium van de AVRO had een profiel van Adèle gemaakt. Heel mooi, heel ontroerend. Het programma trok het dubbele van de gebruikelijke kijkcijfers. Dat zegt toch wel wat. Het heeft een paar weken gesluimerd en toen wist ik dat we er iets mee moesten doen. Als straks een of andere jandoedel op hetzelfde idee komt, moet je maar afwachten wat het wordt. Ik heb tekstschrijver Jan Boerstoel erbij gehaald. Dat was het begin. Met Paul Groot en Sanne Wallis de Vries kunnen we zowel de mannelijke als de vrouwelijke kant van haar laten zien. Iemand één op één Adèle laten spelen is onmogelijk.'

Adèle Bloemendaal werd op 11 januari 1933 als Adèle Hameetman in Amsterdam geboren. Ze draagt de achternaam van haar eerste man, van wie ze in 1957 scheidde. Ze trouwde later met de acteur Donald Jones. Ze kregen een zoon, John Jones. Ze begon na de oorlog in het amateurcabaret van Leen Jongewaard en debuteerde in 1953 als beroepsacteur bij het gezelschap Puck. Nadat ze bij het cabaret Lurelei was gaan spelen, volgden rollen in een reeks toneel- en theaterproducties, aan de zijde van onder anderen Johnny Kraaykamp, Albert Mol, Gerard Cox en Frans Halsema. In 1969 kreeg ze een show op tv en was ze te zien in series als 't Schaep met de 5 pooten,Citroentje met Suiker,De Brekers en In de Vlaamsche Pot. Er waren ook bijdragen aan films, waaronder Naakt over de schutting. Vanaf haar 50ste volgden vier soloprogramma's. Ze had in 2006 een gastrol in de remake van 't Schaep met de 5 pooten.

In Adèle brengen Paul Groot en Sanne Wallis de Vries een ode aan Adèle Bloemendaal.

Paul Groot: 'De eerste keer dat ik haar zag was in Dat ik dit nog mag meemaken, een sketchesprogramma van de VARA. Ik kende haar carnavalshits, ze dook weleens op in Op Volle Toeren. Het was een vrouw met een lach aan haar kont. Ze kon heel nurks zijn in de scènes, en toch heel grappig. Dat was prikkelend. Intrigerend. Ik kreeg later een cd van Adèle's keus, en toen pas zag ik haar andere kant. Haar literaire smaak, haar neus voor goede teksten.'

Sanne Wallis de Vries: 'Ik herinner me haar vooral van de soloprogramma's. Haar liedjes raakten me. Maar ik vond haar uitstraling streng. Ik had in die tijd twee vrouwen in mijn hoofd, de ander was Jenny Arean. Jenny was warm, Adèle was koud. Of beter: autoritair. Redelijk afstandelijk. En daar is niets mis mee. Dat zou ik zelf best wel wat meer willen zijn.'

Paul Groot: 'Het programma is ook bedoeld als poging het genre levend te houden. Zorgvuldige liedjes met mooie teksten hebben het moeilijk.'

Sanne Wallis de Vries: 'Wie laat nu nog zulke rijke nummers voor zich schrijven? Ik heb vanmorgen nog Sex hooligans zitten instuderen. In bijna elke zin zit wel een grap.'

Paul Groot: 'Ik moet altijd zo lachen om de zin: het borsthaar groeit en bloeit als brandnetels in een natte zomer.'

Sanne Wallis de Vries: 'Overal haar, behalve daar waar het moet.'

Paul Groot: 'Ik heb haar wel eens in Koefnoen gedaan, ja. Ze kwam in een scootmobiel aanrijden. Daar is Dellie weer! Maar je krijgt in deze voorstelling een genuanceerd beeld. Iemand nadoen hoeft niet altijd een persiflage te zijn.'

Sanne Wallis de Vries: 'Het verhaal ontstijgt beslist de karikatuur. We kruipen in haar huid.'

Paul Groot: 'Het accent ligt op haar soloperiode. Maar in die periode daarvoor, zoals in 't Schaep met de 5 pooten, zie ik al een vakvrouw. Geen gebaar te veel. Het accent slechts een beetje aangezet. Dat je afstand neemt van die carnavalshits, begrijp ik wel. Maar zo'n zinnetje als 'In de hele met zijn allen van die dingen niets meer aan' is natuurlijk uitzonderlijk. Dat geldt wat minder voor 'Ho Bulle Bo.'

Sanne Wallis de Vries: 'Ik vind 'Lou, d'r legt een lijster in de la' ook heel fijn.'