Geen dwangbuis, geen treurbuis

Werkt televisie vulgariserend en afstompend? Volgens Paul Brill, die drie jaar tv-criticus voor de Volkskrant was, valt het wel mee....

Voordat ik drie jaar geleden begon met het schrijven van dagelijkse tv-recensies, verdiepte ik mij in een paar gewichtige boeken over televisie, in de hoop daardoor beter beslagen ten ijs te komen. Tot de geraadpleegde werken behoorde een boekje van de Franse socioloog en antropoloog Pierre Bourdieu, getiteld Over televisie.In feite is het een bundeling van een aantal lezingen die hij heeft gehouden voor het Collège de France en die trouwens in hun geheel zijn uitgezonden door een Parijse kabelzender.Van dat laatste maakt Bourdieu speciale melding, omdat hij voor de uitzendingen voorwaarden heeft bedongen die haaks staan op het soort televisie dat hij juist op de korrel neemt. 'Ten eerste wordt mijn spreektijd niet beperkt. Ten tweede is het onderwerp niet opgelegd, ik heb het vrijelijk gekozen en kan het nog veranderen. Ten derde is er niemand die me tot de orde kan roepen zoals in gewone uitzendingen, in naam van de techniek, in naam van het 'publiek-dat-er-niets-van-zal-snappen'of in naam van de moraal, de welvoeglijkheid, enzovoort.'Het citaat geeft een passend voorproefje van Bourdieus cultuurpessimistische visie. Televisie is in zijn ogen een dwangbuis geworden. Commerciële belangen prevaleren, het primaat van de kijkcijfers ondermijnt de kwaliteit van het culturele aanbod, vervlakking is troef, sensatiezucht is aan de orde van de dag, tv-makers draaien in hun eigen kringetje rond, journalisten lijden aan narcistische zelfingenomenheid. Nog erger: hoewel de televisie bij uitstek het medium is dat zich hult in de mantel van de democratie, manipuleert ze het denken en ondermijnt ze de werkelijke democratische controle.Na drie jaar intensief televisie kijken heb ik Bourdieus boekje nog eens herlezen en me afgevraagd of zijn observaties enigszins stroken met mijn ervaringen. Even los van zijn apodictische bewoordingen, kun je in eerste instantie natuurlijk niet ontkennen dat de verschijnselen die hij noemt, zich inderdaad voordoen. Sommige zelfs zo frequent dat je die al bijna niet meer opmerkt.Zo komen in sportuitzendingen van de publieke omroep, en dan vooral bij live verslagen van wedstrijden in de Champions League, vormen van sluikreclame voor die andere programma's nog moeten bekopen met een forse berisping van het Commissariaat voor de Media. Maar sport, en in het bijzonder voetbal, is nu eenmaal de kurk waarop de publieke omroep voor een groot deel drijft, in elk geval qua publieksbinding, en dus knijpen de toezichthouders collectief een oogje dicht wanneer een speler plaatsneemt voor dat reusachtige reclamebord en omringd door de logo's van Amstel, PlayStation en Opel uitlegt waarom in de tweede helft helaas te weinig druk naar voren kon worden gezet.Grenzen worden terloops verlegd en gewenning verzoent ons met programma's die we eerder met gemengde gevoelens of zelfs met regelrechte huiver bekeken. Vijf jaar geleden schreef Nelleke Noordervliet voor de bundel Het scherm der verbeelding een essay over de oprukkende intimiteit op de buis en constateerde dat met de komst van Jerry Springer en de zijnen de show van Oprah Winfrey 'een wonder van respect en terughoudendheid' was geworden.Iets soortgelijks doet zich voor met het nog immer uitdijende genre van de Nederlandse talkshow. Drie jaar geleden zou AV-nu van Albert Verlinde, nieuw op RTL 4, waarschijnlijk zijn ondergebracht in de categorie gezellige niemendalletjes. Maar na Jensen! en Gordon's Late nichtshow is zijn programma, om Noordervliet te parafraseren, een wonder van substantie en bezonkenheid.Ook van de door Bourdieu gesignaleerde zelfingenomenheid liggen de Hilversumse voorbeelden voor het grijpen. Neem alleen al de actuele commotie over de kritiek van premier Balkenende op bepaalde vormen van satire die het Koninklijk Huis tot mikpunt hebben. Dagenlang buitelden de nieuws-en actualiteitenrubrieken over elkaar heen in een heilige verontwaardiging die in geen verhouding stond tot de reikwijdte van Balkenendes uitlatingen. De ironie was plotseling verdwenen en elke reflectie op de feeding frenzy die zich af en toe van de media meester maakt, leek te ontbreken.Erger is nog de kortzichtigheid. Door de razendsnelle opkomst van Pim Fortuyn kwamen de media (ook de kranten) er begin vorig jaar met schrik achter dat ze de problemen van de integratie nauwelijks hadden gezien – of zelfs niet hadden willen zien – en dat het vervaarlijk kraakte in het vooronder van de multiculturele samenleving. Er volgde het nodige journalistieke reparatiewerk. Ik herinner me een onthutsende Zembla-documentaire over de verloedering van de Rotterdamse wijk Bloemhof. SBS 6 lanceerde zelfs een dagelijkse nieuwsrubriek die stem moest geven aan de maatschappelijke onvrede.Maar het bleek om een kortstondige opleving te gaan. Stem van Nederland investeerde niet in journalistiek spitwerk op de vierkante meter, maar in schande roepende commentatoren. De formule sloeg niet aan en werd na een paar maanden bijgesteld. De gerestylde rubriek leidt nu een kleurloos bestaan in de schaduw van concurrenten als RTL Boulevard en Man bijt hond, die op hetzelfde tijdstip worden uitgezonden. Ook elders in Hilversum is business as usual weer het parool. Het NOS Journaal lijkt er een speciale eer in te stellen goednieuws-berichten uit de multiculturele samenleving te brengen, compleet met een rapper die de hoopvolle vorderingen bezingt.Toch moet ik zeggen dat omineuze beschouwingen over de vulgariserende en afstompende werking van televisie, zoals Bourdieu en eerder Neil Postman die ten beste hebben gegeven, intussen nog minder aan me zijn besteed dan destijds al het geval was.In de eerste plaats omdat naast alle kritiek de erkenning past dat de Nederlandse televisie nog altijd de ruimte biedt zowel voor solide informatie als voor bijzondere producties. Vermoedelijk valt een vergelijking met het totale Britse aanbod uit in ons nadeel, maar de Belgen lijken weer minder goed af dan wij. De omvang van de markt speelt hierbij ook een rol. In de Verenigde Staten, voor sommigen hét afschrikwekkende voorbeeld van vercommercialiseerde en genivelleerde televisie, krijgt de kijker die is aangewezen op de lokalepartners van de grote networks inderdaad een beperkt menu voorgeschoteld. Maar door de aanwezigheid van talloze (betaal) zenders op de kabel kan de variatie er toch ruim boven het Hilversums peil uitkomen.Er is nóg een reden waarom de critici van het medium de plank misslaan, en die is misschien nog wel belangrijker. Ze dichten de televisie namelijk een te grote en vooral te duurzame invloed toe – wat overigens ook geldt voor veel mensen die ervoor werken. Dat vereist enige uitleg, omdat televisie wel degelijk fungeert als voornaamste nationale ontmoetingsplaats en het beeld een zeer indringende werking kan hebben.Maar juist doordat de televisie zo zeer verweven is geraakt met het dagelijks leven en in feite kan worden gesproken van een televisiecultuur, neemt de betekenis van afzonderlijke uitzendingen en programma's af. Slechts een beperkt aantal beelden blijft voor langere tijd op het netvlies staan. Bij het doorbladeren van de 35 blocnotes met aantekeningen die ik in de afgelopen drie jaar voor de buis heb gemaakt, viel me het meest op hoeveel programma's al in de prullenbak van mijn geheugen waren beland.Dat heeft natuurlijk ook te maken met de sterke toename van het aanbod en de kortere levensduur van veel series. Toen er nog twee netten waren, was televisie voor de kijkers veel meer een gedeelde ervaring. Het kwam geregeld voor dat bijzondere programma's en succesvolle dramaseries vier tot vijf miljoen kijkers trokken. Zulke cijfers zijn tegenwoordig voorbehouden aan zeer speciale gelegenheden, zoals een koninklijk huwelijk, een cruciale wedstrijd van Oranje of de finale van Idols.Televisie kan opzienbarend, ontroerend en onderhoudend zijn, maar het is in wezen een vluchtig medium. Verwachtingen omtrent opvoedende werking en culturele verheffing kunnen beter niet te hooggespannen zijn. Wie 's avonds naar het Journaal, Netwerk en NOVA kijkt, is redelijk op de hoogte van wat er in de wereld omgaat. Maar wie een serieuze krant leest of enige tijd grasduint op internet, is al snel beter en breder gei¿nformeerd.Het lijkt een open deur, maar het wordt nogal eens over het hoofd gezien: televisie moet het vooral hebben van haar visuele kracht en afwisseling. Daarom is een fijnzinnig portret van Wim Duisenberg, zoals onlangs te zien in Tegenlicht, verre te verkiezen boven het ellenlange, trekkerige interview dat Buitenhof tot twee keer toe in de laatste uitzending van het jaar met hem hield. En daarom verdient een gevarieerd boekenmagazine, zoals Boeken op zondag wellicht had kunnen worden, hogere prioriteit dan een literair verantwoord praatprogramma.Dit is uiteraard geen pleidooi voor de grootste gemene deler als ijkpunt van de hele programmering. Een – hopelijk minder versnipperde en dus sterkere – publieke omroep ontleent juist zijn bestaansrecht aan een breed en rijk geschakeerd aanbod dat appelleert aan verschillende groepen kijkers.En overigens hoeven de kijkcijfers niet altijd de vijand van het goede te zijn. Aardig voorbeeld: een paar weken geleden lanceerde RTL 4 de Carlo & Irene Show als revival van het 'grote entertainment' van de zaterdagavond. Dat entertainment blijkt te bestaan uit een zouteloos showbizzspel en schmierende presentatoren. Het kijkcijfer van afgelopen zaterdag: 730 duizend. De laatste score van Kopspijkers (dat een uur eerder wordt uitgezonden) ligt daar ver boven: ruim 2,8 miljoen.Kennelijk blijft in dit populaire genre het verschil tussen gooi-en smijtwerk en een met zorg en creativiteit gemaakt programma niet onopgemerkt. Molière en Hugo worden er nog geen cultureel gemeengoed door, maar zelfs een Franse denker zou er moed uit kunnen putten.