De trappenscène uit Pantserkruiser Potemkin
De trappenscène uit Pantserkruiser Potemkin ©

De Volkskrant tv-selectie voor woensdag 8 november

Elke dag tipt de redactie van de Volkskrant de beste programma's en films op televisie. Dit moet u vandaag zien.

Thomas speelt het hard
Canvas, 21.15


Presentator Thomas Vanderveken heeft een droom: het pianoconcert van Grieg spelen, samen met het Brussels Philharmonic. Als amateur neemt hij een jaar de tijd om te oefenen. Eerst hoort hij op het conservatorium hoe hij ervoor staat.

Zembla
NPO 2, 21.10


Zembla gaat over vliegpersoneel dat ziek wordt van vliegen. Volgens wetenschappers is dat het gevolg van giftige stoffen die structureel lekken in de cabinelucht. Maar luchtvaartmaatschappijen ontkennen dat er problemen zijn.

My Fucking Problem
NPO 3, 21.25

Het verhaal van vier vrouwen voor wie penetratie ontzettend pijnlijk is. Filmmaker Anne van Campenhout heeft er zelf ook last van en vraagt zich hardop af wat ze eraan kan doen en of het überhaupt nodig is er iets aan te willen veranderen.

Pano
EEN 21.30


Geïnspireerd door #MeToo doen enkele Belgische atleten hun verhaal over seksueel misbruik in de (amateur)sport. Onder hen Jolien (18), die werd verkracht door haar zwemtrainer en Julie (28), die werd aangerand door haar atletiekcoach.

Cyborgs Among Us
NPO 2, 22.55

De toekomst is nú, in deze documentaire over huis-tuin-en-keukenuitvinders. Gestaag sleutelen zij aan de samensmelting van mens en machine. Wie weet kunnen we straks langer leven dankzij een (kleine) mechanische toevoeging aan ons lijf.

Louis Theroux
BBC 2, 00.15


Herhaling van de film die Louis Theroux maakte over Scientology. In Los Angeles ontmoet hij oud-leden en laat hij ze momenten naspelen uit hun tijd bij de kerk. Ook probeert hij contact te leggen met scientologen, maar die blijven hem wegsturen.

Pantserkruiser Potemkin (Sergei Eisenstein, 1925)
Arte, 22.40-01.00

Sergei Eisensteins Pantserkruiser Potemkin is een hoogtepunt van de (zwijgende) cinema én een knap staaltje propagandistische stemmingmakerij, waar de communistische boodschap vanaf druipt. Eisenstein maakte hem destijds in opdracht van het 'revolutionaire staatscomité', dat een spectaculaire verfilming van de mislukte revolutie van 1905 voor ogen stond. Voor de regie werd de pas 27-jarige Eisenstein aangesteld, die met zijn speelfilmdebuut Staking (1925) had bewezen over het juiste revolutionaire elan te beschikken.

Het bleek een gelukkige keuze: Pantserkruiser Potemkin (Bronenosets Potyomkin) werd de Guernica van de cinematografie, de alfa en de omega van de montagetechniek, het cinefiele hoogtepunt van de Russische revolutie. Om dat effect te garanderen houdt de film wel op bij het moment dat de muitende militairen van de genoemde pantserkruiser de rest van de Russische vloot achter zich krijgen; hoe het vervolgens alsnog misging met de revolutie, blijft buiten beschouwing.

Eisenstein was een muzikaal man, die wenste dat er om de tien jaar een nieuwe muziekscore voor zijn film werd gecomponeerd. Inmiddels hebben al heel wat artiesten zich aan Potemkin gewaagd, tot aan de Pet Shop Boys toe, maar hopelijk kiest Arte voor de versie met Edmund Meisels oorspronkelijke muziek. Die zit de beelden als gegoten, van de legendarische trappenscène tot de machines van het schip die in de finale op volle toeren gaan draaien. Meisel componeerde de voor bescheiden ensemble bedoelde score in twaalf dagen, volgens Eisensteins aanwijzingen: 'muziek als ritme', moest het worden, 'ritme en vooral puur ritme'.

Océans (Jacques Perrin en Jacques Clauzaud, 2009)
RTL 8, 20.30-22.30

Soms kan het nog: dat je in een film iets ziet wat je verbijsterd achterlaat. In Océans stuit een over de oceaanbodem scharrelende krabbenkolonie op een andere krabbenmars; de beesten buitelen over elkaar en bewerken elkaar met hun scharen alsof ze Gladiator naspelen. De veldslag culmineert in dat ene, ongelooflijke beeld: duizenden krioelende krabben, zover het oog reikt, alsof de bodem van de oceaan niet bedekt is met zand, maar met schaaldieren.

Met elke duik die de speciaal voor de film ontwikkelde camera's nemen, met elke spurt naar het wateroppervlak, bevinden we ons ergens anders. Van Bretagne tot aan de Azoren, van Egyptische koraalriffen tot eenzame ijsberen op de Noordpool, overal vonden de makers schitterende taferelen.

Bijzonder is dat de opnamen voor het grootste deel zonder commentaar aan je voorbijtrekken; een totaal andere benadering dan de praatgrage voice-over van de vergelijkbare natuurdocumentaire Earth (2007). Niet zo handig voor wie precies wil weten wat hij ziet zwemmen en spartelen, maar het wordt zo veel gemakkelijker je over die taferelen te verwonderen en de film als zinnelijke ervaring te ondergaan. Wel legt Bruno Coulai's muziek vaak een sprookjesachtige waas over het water, terwijl het geluidsontwerp een voorbijzwemmende rog al snel het gesuis van een ruimteschip meegeeft. Gelukkig worden zulke associaties maar sporadisch aan de kijker opgedrongen.

Als Perrin zelf dan toch van zich laat horen in de voice-over, is dat om het publiek te wijzen op de verschrikkelijke toekomst die het oceaanleven te wachten staat als we nu niet ingrijpen. Het water kleurt in de film opeens troebel van al het gedumpte afval en gif of bloedrood van de afgeslachte dieren. Beelden die tussen alle pracht en praal een schokkend effect hebben.