Slimme computers: kunnen ze straks ook kunst maken?

Mensen niet langer nodig om schilderijen, romans en muziek te maken

Dat computers op veel gebieden beter en slimmer zijn dan de mens, soit. Dat de computer onlangs 's werelds beste go-speler versloeg, is minder goed te verkroppen. Gelukkig hebben we de kunst nog. Toch?

In 'De verhalenmachine' (1953), een verhaal van Roald Dahl, ontwerpt de hoofdpersoon een machine die in een kwartier tijd een volledige roman produceert. Daarna wordt 'minstens de helft' van alle Engelse romans door deze verhalenmachine gemaakt. Pure fictie?

We spoelen door naar vorig jaar, als een tot dan toe volslagen onbekend schilderij van Rembrandt wordt tentoongesteld. Een man van een jaar of 30 met een grote witte kraag en een zwarte hoed kijkt de bezoekers aan. De felle lichtval van opzij valt op het gezicht. Detail: het doek is niet gemaakt door de meester zelf, maar door een computer, in 148 miljoen pixels. Het typische Rembrandt-portret kwam tot stand nadat bestaande werken in een grote database waren ingevoerd. En daar kwam om de hoek kijken waar computers zo goed in zijn: het ontdekken van bepaalde patronen. Bijvoorbeeld die van de lichtval, de gezichtscontouren en het kwastgebruik. De computer husselt alles door elkaar en komt met een op algoritmen gebaseerd nieuw werk, uitgevoerd in een 3D-imitatie van de penseelstreek.

Volledig machinaal

Toekomstprestaties

Dit verwachten AI-specialisten van de computer:

- Zelfstandig een top-40-liedje componeren: 2027
- Een New York Times-bestseller schrijven: 2050
- De beste go-speler verslaan met evenveel trainingsarbeid (ter vergelijking: AlphaGo speelde 100 miljoen games): 2034
- De beste Starcraft-speler verslaan: 2022
- Even snel en goed kleding opvouwen als een winkelbediende: 2022
- Ieder willekeurig legopakket in elkaar zetten: 2024
- Middelbareschool-essay schrijven: 2026
- Eigen acties in games kunnen uitleggen: 2026

Dit ambitieuze project staat niet op zichzelf. Er zijn computers die nu al geheel nieuwe composities in de stijl van The Beatles of Bach maken; er is een vierarmige robot die zijn eigen composities uitvoert op een marimba en Ronald Giphart schrijft samen met een machine een boek. Geen wonder dus dat wetenschappers voorspellen dat over een jaar of tien een volledig machinaal geschreven song op de hitlijsten zal prijken. Voor een door een computer geschreven roman moeten we wat meer geduld hebben. Tegen 2050 zal zo'n boek The New York Times-bestsellerlijst bestormen. De universiteiten van Oxford en Yale vroegen enkele honderden wetenschappers op het gebied van kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI) jaartallen te plakken op de verschillende doorbraken. Niet alleen op het gebied van kunst, maar ook op zaken als het schrijven van een essay, vertalen, opereren, een auto besturen of lego in elkaar zetten.

Kunst blijft een van de lastigste zaken, maar de AI-experts verwachten dat tegen 2060 de machine in álle domeinen de mens de baas is. Jaap van den Herik (hoogleraar informatica en recht aan de Universiteit Leiden) staat niet te kijken van dit soort voorspellingen: AI haalt ons in rap tempo in. Met het diagnosticeren van complexe ziektebeelden, maar ook op het gebied van creativiteit. Waar komt dat optimisme vandaan? Van den Herik is behalve informaticus ook schaker. Hij grijpt graag terug op de overwinning van schaakcomputer Deep Blue op Garry Kasparov in 1997 en op de zeer recente zege van AlphaGo op 's werelds beste go-speler. 'Mijn leermeester zei ooit: intuïtie valt niet te programmeren. Dat een computer ooit een schaakgrootmeester zou verslaan? Onmogelijk! Grootmeesters zijn immers zo goed in schaken omdat ze intuïtie hebben, was het idee.'

Gaan computers straks echt ook baanbrekende schilderijen, romans en muziek maken?

Het liep anders. Kasparov werd verslagen, tot zijn eigen ontsteltenis. 'Hij werd destijds verrast door een werkelijk bizarre zet. Een zet die een normaal mens nooit zou doen.' De zege werd nog afgedaan als een overwinning gebaseerd op brute rekenkracht. Bij het Chinese denkspel go zou het anders zijn. Het aantal mogelijkheden per zet is vele malen groter dan bij schaak en intuïtie speelt een nog veel grotere rol. Go zou dus nooit ten prooi vallen aan de koele berekeningen van een machine.

Maar ook hier moet de mens het hoofd in de schoot leggen. De Chinese go-kampioen Ke Jie verloor onlangs van Google's AI-machine AlphaGo. Voor Ke Jie was het - net als voor Kasparov twintig jaar eerder - een verschrikkelijke ervaring. Hij had het idee tegen een go-god te hebben gespeeld. Wat is de volgende stap? Gaan computers straks echt ook baanbrekende schilderijen, romans en muziek maken? 'Absoluut', zegt Van den Herik. Geen imitaties van bestaande schilders, geen hulpmiddeltjes bij het schrijven van een symfonie, maar 'echte zelfstandige creaties, grensverleggende doorbraken'. 'Als je eenmaal de doorbraak bij go goed hebt begrepen, de machine die bij een extreem intuïtief spel beter is dan de beste speler, snap je dat het hier ook gaat gebeuren.'

Intuïtie

Het lijkt erop dat tegenstanders gewoon niet willen dat computers dit ook zullen kunnen. Omdat kunst het exclusieve terrein van de mens is

Hoogleraar Jaap van den Herik

De grote uitdaging is om computers intuïtief te laten werken. Intuïtie is volgens de hoogleraar kennis die je in je onderbewustzijn hebt, maar waarvan je de regels niet kent. Je weet niet waarom je het doet, zoals bij bewuste kennis. En die intuïtie is te programmeren, zegt Van den Herik. 'Moderne AI heeft concepten bij elkaar gebracht die zo goed zijn dat ze winnend zijn. Op alle vlakken. Maar ze zijn niet uit te leggen.' Met andere woorden: computers blijken inmiddels ook op gebieden te excelleren die wij mensen intuïtief benaderen. Maar hoe ze tot die beslissingen zijn gekomen? Niemand die het precies weet.

Van den Herik onderzocht ooit of computers in staat zijn om bestaande schilderijen toe te wijzen aan een bepaalde schilder aan de hand van compositie en penseelstreek. 'Alle schilders hebben impliciete eigenaardigheden. Een raar perspectief bijvoorbeeld.' Deze typerende foutjes kunnen ook weer in een schilderprogramma worden ingebouwd. Machines zullen volgens Van den Herik perfecte Van Goghs kunnen maken, die ook door de kenner niet zijn te onderscheiden van echte.

Maar dit blijft knappe imitatie. Kan de computer ook op kunstgebied grenzen verleggen en met écht nieuwe ideeën komen? 'Ik zou niet weten waarom niet', aldus Van den Herik. 'Het lijkt erop dat tegenstanders gewoon niet willen dat computers dit ook zullen kunnen. Omdat kunst het exclusieve terrein van de mens is.' Van den Herik verheugt zich op nieuwe doorbraken. 'Vroeger durfde men niet te denken aan een wereld zonder god. Nu durven we niet te denken aan een wereld zonder de mens.'

De vraag blijft natuurlijk of dit dan kunst is of niet, de 1 miljoen euro-vraag in de esthetica. 'Daar kom je nooit uit', zegt kunstcriticus Sacha Bronwasser. 'Vaak wordt gezegd: kunst is iets wat door een kunstenaar wordt gemaakt.' En precies dit maakt door machines gemaakte 'kunst' controversieel. 'Kun je een machine als kunstenaar zien? Of de programmeur die een programma heeft gemaakt? Creativiteit zit ook in het concept, in het voortraject en in het idee.' Tegelijk zijn er natuurlijk ook kunstenaars die deze opvatting weer bewust onderuithalen. 'Neem de schilderende machines van de kunstenaar Jean Tinguely uit de jaren vijftig', zegt Bronwasser. Tinguely zette zijn handtekening eronder. Voilà: kunst.

Virtuele muzikant

Als ik met Flow Machines werk, voelt het alsof ik met iemand samenwerk. Ik voel me niet alleen

Muzikant Benoît Carré

Flow Machines is een softwarebedrijf van Sony dat zich met behulp van zelflerende netwerken toelegt op het maken van muziek en teksten. De database van Flow Machines zit tjokvol bestaande muziek, teksten en stijlen, waarna de software er nieuwe combinaties van kan maken. U wilt een Bob Dylan-achtige tekst op de melodie van de Beatles-evergreen Yesterday? Geen punt voor deze software, die liedjes wil kunnen maken in iedere gewenste stijl. Op de site van het bedrijf staan de eerste voorbeelden. De song Daddy's Car is onmiskenbaar een Beatles-pastiche, maar het liedje Mr Shadow doet al veel origineler aan. Beide zijn tot stand gekomen in innige samenwerking tussen een professionele muzikant en de software. De software fungeert als een soort virtuele muzikant die met verrassend creatieve ideeën en invallen komt. De muzikant pikt hier de beste uit en gaat ermee verder.

Flow Machines-baas François Pachet laat tegenover muzieksite Pitchfork nog ruimte over voor menselijke creatieve suprematie: 'Flow Machines is in staat om fantastische liedjes te maken, maar de echt zeldzame, unieke exemplaren komen van een menselijke artiest.' Een ander verschil: het systeem heeft geen flauw idee van wat het aan het doen is. Of wat goed of slecht is. Het komt simpelweg af en toe op de proppen met een briljante ingeving. Huismuzikant Benoît Carré gaat een stap verder. Als hij in de weer is met de software, prikkelt die zijn creativiteit op een bijzondere manier. 'Als ik met Flow Machines werk, voelt het alsof ik met iemand samenwerk. Ik voel me niet alleen. Het programma komt met melodieën die me fascineren omdat ze volstrekt anders zijn. Ze lijken uit een andere wereld te komen, zoals de gedachten die je hebt vlak voordat je in slaap valt.' Binnenkort moet het eerste album uitkomen dat Carré samen met Flow Machines heeft gemaakt.

Tekst gaat verder na de video.

Hallucinerende trip

Het is een enorm risico als we allerlei beslissingen aan de computer overlaten

Eric Postma, hoogleraar AI

In een veelbekeken TED-talk betoogt Blaise Agüera y Arcas van Google dat creativiteit niet is voorbehouden aan de mens. Waarop hij een sterk staaltje computer-creativiteit laat zien: een hallucinerende trip van door algoritmen voortgestuwde videobeelden die iedere verbeelding te boven gaan. Alsof William Burroughs met opium achter de kiezen door een Jeroen Bosch-landschap dwaalt. Agüera y Arcas legt uit dat een bepaald neuraal netwerk (bijvoorbeeld het netwerk 'herken de vogel') wordt losgelaten op bijvoorbeeld een wolkenpartij. De computer zal dan vogels proberen te herkennen in die wolken. Als een kind dat op een zomerdag naar de lucht staart. Of, minder onschuldig, een hallucinerend brein. Googles programma heet niet voor niets Deep Dream: de beelden van een dromende computer.

Best creatief, toch? Eric Postma, hoogleraar AI aan de Universiteit van Tilburg, is niet overtuigd. 'We hebben snel de neiging om het in te vullen: een hallucinerend of dromend computerbrein. Het zijn metaforen, meer niet. Zeker, een computer kan van alles en hij komt met oplossingen die wij als creatief interpreteren, maar dat wil niet zeggen dat ze ook zelf creatief zijn.' Postma is een stuk bescheidener dan Van den Herik over de prestaties van AI. Hij is niet zozeer bang voor een dystopie waarin een kunstmatige über-intelligentie de macht overneemt, maar juist voor overschatting van de prestaties van machines. 'Het is een enorm risico als we allerlei beslissingen aan de computer overlaten zonder dat we weten hoe de algoritmen (instructies die naar een beoogd doel leiden) precies werken.' Bij kunst speelt deze vrees geen rol, maar Postma is wel benieuwd of door de computer gegenereerde kunst zal aanslaan bij het publiek.

Middle-of-the-roadkunst

Zijn AI-collega Arnold Smeulders van de Universiteit van Amsterdam weet één ding zeker: dat soort kunst zal hem niet omverblazen. Per definitie niet. 'Kunst is niet te vergelijken met schaken of go. Daar heb je helder gedefinieerde einddoelen. Je weet precies waar je naartoe wil, namelijk het winnen van een partij. Maar wat is 'goed' bij kunst?' Al stop je de hele kunstgeschiedenis in een grote zelflerende machine, dan nog weet je niet wat goede kunst is, zegt Smeulders. 'Wordt kunst steeds beter gedurende de tijd? Dat is nog maar de vraag. Of moet je kijken naar welke muziek de meeste downloads heeft en ga je dat optimaliseren? Je krijgt dan onherroepelijk middle-of-the-roadkunst.' De hele wereld gevat in één groot Bob Ross-schilderij, het is Smeulders een gruwel. Zeker, ook Smeulders is onder de indruk van alle mooie voorbeelden die de laatste tijd voorbijkomen. Maar dat zijn allemaal voorbeelden binnen bestaande kaders. Een Beatles-liedje, een Van Gogh-vervorming van een foto, een compositie in de stijl van Bach.

Doorbraken

Als mensen niet langer nodig zijn om kunst te maken, waar zijn we dan nog in vredesnaam voor nodig?

Onderzoeker Jonathan Gottschall

Smeulders: 'Bij kunst gaat het ook over het creatieve moment, over disruptieve doorbraken. Waarom ontstond op een gegeven moment abstracte kunst? Waarom begon Monet zo te schilderen als hij deed? Ik zie een computer dit soort creatieve doorbraken nog niet bereiken.' Iets maken in een bepaalde stijl, ja, dát gaat kortom prima lukken. Maar het onzekere element in de kunst? Daar blijven mensen voor nodig. Mensen met een rechtstreeks lijntje met de muzen. Er is dus nog hoop voor mensen als Jonathan Gottschall, onderzoeker Engelse taal- en letterkunde aan het Washington & Jefferson College, die zich in een essay in een boek over denkende machines wanhopig afvraagt: 'Als mensen niet langer nodig zijn om kunst te maken, waar zijn we dan nog in vredesnaam voor nodig? Als machines beter dan wij zullen kunnen schilderen en componeren, als hun verhalen pakkender en schrijnender zijn dan die van ons, kunnen we niet langer ontkennen dat we zelf niet veel meer zijn dan gedachten- en kunstproducerende machines, en wel van een verouderende en inferieure soort.'

En dat machinaal gemaakte liedje hoog op de hitlijsten? Dat komt er vermoedelijk wel.