Bedrijven, advocaten en privacy-organisaties naar de rechter na aanname omstreden 'aftapwet'
© ANP

Bedrijven, advocaten en privacy-organisaties naar de rechter na aanname omstreden 'aftapwet'

Een brede coalitie van juristen, journalisten, techbedrijven en privacyorganisaties legt zich niet neer bij de aftapwet, die dinsdagavond door de Eerste Kamer werd aangenomen. Ze stappen naar de rechter.

In de nieuwe wet, die per 1 januari 2018 moet ingaan, wordt de uitwisseling van gegevens met inlichtingendiensten van andere landen geregeld. Een nieuwe commissie moet de rechtmatigheid toetsen van de verleende toestemming voor enkele bijzondere opsporingsbevoegdheden, zoals het hacken van burgers. De door de AIVD en MIVD verzamelde data mag, indien relevant, drie jaar bewaard worden. Tussen onschuldige burgers en doelwitten wordt, wat de bewaartermijn betreft, geen onderscheid gemaakt.

Inlichtingendiensten wilden een nieuwe wet omdat de oude inlichtingenwet uit 2002 verouderd was. Volgens Plasterk is het hoog tijd dat de wet wordt gemoderniseerd, onder meer vanwege 'de bescherming tegen terrorisme en de bescherming van het hightechbedrijfsleven en de overheid tegen cyberaanvallen'.

Mensenrecht

De coalitie tegen de wet wordt geleid door PILP (the Public Interest Litigation Project), het project waarmee het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten de mogelijkheid van strategisch procederen op het gebied van mensenrechten in Nederland verkent. Volgens mensenrechtenadvocaat Jelle Klaas van PILP hebben zich al veel partijen aangesloten. 'We begonnen met twaalf, dertien, maar het groeit nog.' Onder hen zijn techbedrijven, de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en privacyoranisaties Bits of Freedom en Privacy First.

Klaas heeft goede hoop dat de rechter een stokje voor de zogenoemde aftapwet zal steken, die formeel per 1 januari volgend jaar in werking moet treden. 'De senaat heeft gefaald om onze mensenrechten te garanderen, dus het is nu aan de rechter. Privacy is ook een mensenrecht.'

Economische schade

Vanuit verschillende hoeken wordt al een tijd geageerd tegen de wet. Zo is de NVJ (Nederlandse Vereniging van Journalisten) bang voor uitholling van bronbescherming, zo zegt secretaris Thomas Bruning: 'Dat dreigt een lege huls te worden.' Privacyorganisaties Bits of Freedom noemt het een 'onverteerbare uitslag'. 'Als we de grens niet trekken bij het op grote schaal verzamelen van het online gedrag van grote groepen onverdachte mensen, waar trekken we de grens dan wel?', zo vraagt David Korteweg van Bits of Freedom zich af.

Ook vanuit het bedrijfsleven is er kritiek. Alex Bik van zakelijke internetprovider BIT zegt zich te beraden op juridische stappen. In verleden sloot hij zich al aan bij PILP bij de zaak tegen de bewaarplicht. 'Ik ben niet alleen bang voor schending van de privacy van onschuldige burgers, maar ook voor de economische gevolgen', aldus Bik. 'Nu nog is Nederland een zeer aantrekkelijke plek voor internetdiensten, maar ik kan me voorstellen dat bedrijven zullen zeggen: we verhuizen onze spulletjes wel ergens anders naartoe als die aftapwet eraan komt.' Bik benadrukt dat de wet immers over alle mogelijke soorten internetverkeer gaat. Niet alleen e-mail of telefoon, maar bijvoorbeeld ook communicatie via clouddiensten of games.

Veiligheid

Tot slot is er nog een fundamenteel veiligheidsprobleem, zegt Bik. 'De wet staat de diensten ook toe om computers of telefoons te hacken. Niet alleen van verdachten, maar ook van mensen in de buurt van verdachten. Hierbij zullen ze gebruikmaken van lekken die nog niet breed bekend zijn. Je hoeft maar naar de WannaCry-uitbraak te kijken om te zien hoe gevaarlijk dat is.' WannaCry maakte gebruik van softwarelekken in Windows die in eerste instantie bij de NSA bekend waren, maar nog niet bij Microsoft.

PILP heeft nog geen dagvaarding uit doen gaan. Klaas verwacht namens de coalitie ná de invoering van de wet een bodemprocedure te kunnen starten. Die zal naar verwachting een tot anderhalf jaar in beslag nemen.