Zwemtop wordt maar niet breder

Als altijd voldeden Inge de Bruijn en Pieter van den Hoogenband aan de verwachtingen. De olympische zwemkampioenen van Sydney toonden gisteren, op de tweede dag van de Amsterdam Swim Cup, hun eenzame klasse, maar achter het tweetal blijft in het Nederlandse topzwemmen een pittige kloof gapen....

Naast De Bruijn (op 100 vlinder) heeft bij de twee Swim Cups nog geen zwemmer zich individueel geplaatst. Het is het rijtje - van nu acht - dat al enige tijd bestaat. Die reeks zwemmers met een persoonlijke startbewijs zal niet substantieel worden uitgebreid.

Bondscoach André Cats was kritisch: 'Ze zouden hun limieten of vormbehoud wel eventjes doen op een van de Swim Cups, in Eindhoven of hier in Amsterdam. Maar dat lijkt nu al de NK van over twee weken te worden. Dat is dan hun vierde en laatste kans. Als het dan mislukt, dan zullen ze het bad willen afbreken. Nu zie ik de gezichten nog niet op onweer. Voor mijn gevoel rekenen ze veel te veel op die laatste kans.'

Cats wil de hoop nog niet opgeven. Hij rekent nog op Inge Dekker, Sander Ganzevles, misschien ook op Klaas-Erik Zwering en Moniek Nijhuis. Vorig jaar, in de aanloop naar de WK, geschiedde het kwalificeren ook vooral bij het laatste toernooi, de NK. 'En in 1996 maakten we het mee dat zwemmers bij hun laatste kans, de NK in Drachten, boven zichzelf uitstegen. Dat heb ik tot nu toe niet gezien.'

Voor degenen die individueel niet goed genoeg zijn, is er altijd de zijingang van de estafetteploegen. Haike van Stralen liep de eerste dag van blijdschap te huilen, omdat zij haar 200-estafettelimiet realiseerde. Bij de vrouwen is het redelijk dringen in de estafettes. De olympische kwalificaties voor de aflossingsnummers op de 100 wisselslag en de 100 en 200 vrije slag zijn al afgedwongen.

Bij de mannen lijkt slechts de 4 x 100 vrije slag te worden afgevaardigd. Op de viermaal 200, waar olympisch brons moet worden verdedigd, wreekt zich volgens coach Jacco Verhaeren de gebrekkige trainingsomvang van vele Nederlands zwemjongens.

'De 200 meter is een zware afstand. Na Wouda en Van den Hoogenband heeft dat nummer zich in Nederland in het geheel niet ontwikkeld. Zuijdweg is drie seconden langzamer dan vier jaar geleden. De fut is er uit. De ene die het wel heeft geprobeerd, Thomas Felten, zit overtraind thuis.'

Zeker zo ernstig is het gesteld met de aloude Nederlandse kwaal van de matige rugslag. Bij de vrouwen bezit Jolanda de Rover, de olympisch kampioen van Los Angeles, al twintig jaar de nationale records op 100 en 200. Hinkelien Schreuder, sporttalent van 2001, leek de belofte om die tijd te gaan verbeteren, maar is teruggevallen in haar ontwikkeling.

Bij de mannen duelleren Ganzevles en Zastrow, maar zij hebben tot nu toe nog niet de internationaal magere 56,75 gezwommen, benodigd om als rugslagzwemmer voor de wisselslagestafette te worden aangewezen. De individuele limiet is onhaalbaar: 55,63.

Bondscoach Cats: 'Er is gewoon geen rugslagcultuur in Nederland. Kinderen zwemmen wegens het gevaar niet graag op de rug. Daar moeten we iets in veranderen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden