Zoeken naar breekpunt in blessuregolf

Het betaald voetbal zucht onder de last van blessures. Samen optreden om het leed te verzachten, lijkt de remedie. De inspanningsfysioloog: ‘Blessures moeten niet meer worden beschouwd als pech.’..

Blessurehumor. Bij de aankomst van Klaas-Jan Huntelaar in Madrid zegt Real-verdediger Michel Salgado lachend dat zelfs de nieuwe spelers geblesseerd zijn. En Romeo Castelen van HSV vroeg zich vorige week in Hamburg af waarom voetballers tegenwoordig zomaar omvallen soms. ‘Misschien vergt topvoetbal te veel van het menselijk lichaam.’

Het betaald voetbal zucht onder een loden last van blessures. Ajax en Feyenoord konden dit seizoen een lijst overleggen met zeker tien namen, meer dan eenderde van de selectie. Maar ook de amateursector kent zijn sores. De KNVB is gealarmeerd en begint met de Universiteit van Utrecht een grootschalig, twee jaar durend onderzoek naar hamstringblessures in het amateurvoetbal. ‘Het probleem is ernstig en de onderste steen moet boven, in ons streven naar gezonde en verantwoorde sportbeoefening’, aldus hoogleraar Frank Backx van de universiteit.

De profs zullen de resultaten te zijner tijd gebruiken, zegt bondsarts Gert-Jan Goudswaard. Feyenoord, de voetbalversie van MASH, besloot alvast zelf tot onderzoek, in samenwerking met het Erasmus Medisch Centrum. Bondscoach Van Marwijk zei onlangs gestructureerd, onafhankelijk onderzoek naar het overstelpende blessureleed toe te juichen.

En kennisinstituut TNO, dat in 2007 in opdracht van de KNVB uitzocht dat blessures en ziekteverzuim het betaald voetbal dat jaar zeker 21 miljoen euro kostten, gaat verder met registratie. Bij het eerste onderzoek bleek dat de 1039 gevolgde spelers uit het betaald voetbal 965 blessures opliepen, verdeeld over 537 voetballers, met een gemiddeld verzuim van 30 dagen. ‘Sommige clubs hadden 80 wedstrijdblessures per 1000 uur, andere maar 5’, aldus TNO-onderzoeker Jasper Stege.

De hamstring is de achilleshiel van de voetballer, met de gekwetste knieband als goede tweede. Ruim vijftig voetballers in de eredivisie, ongeveer 12 procent van het totaal, zijn dit seizoen al een tijd uit de roulatie geweest met een bovenbeenblessure. Onder hen gerenommeerde namen als Sulejmani, Cvitanich, Landzaat, De Cler, Kalou, Pranjic en Afellay. Van de Nederlandse internationals kenden Van Persie, Vennegoor of Hesselink, Robben, Boulahrouz, Sneijder, Ooijer en dus Afellay problemen met de spier aan de achterkant van het dijbeen.

Er zijn opvallende verschillen. De ene club grossiert in hamstringblessures, FC Groningen bleef tot nog toe verschoond. Hoewel? De club meldde deze week zijn eerste geval, toen reservedoelman Van Loo naar zijn been greep bij het inschieten van collega Luciano. ‘Het geeft aan hoe makkelijk je deze blessure oploopt, ook als de competitie al een tijdje onderweg is’, aldus trainer Ron Jans.

Over mogelijke oorzaken: ‘Voetballers hebben vaak sterke bovenbenen, maar omdat de ontwikkeling van de spieren in de lage onderrug achterblijft, is er sprake van disbalans.’ Hoogleraar Backx bevestigt die lezing: ‘Het probleem ligt vaak hoger, in het bekken- en heupgewricht en in de lage rug.’

Het voetbal zoekt naarstig naar oorzaken van de blessuregolf en probeert die te breken. Hoe kan het dat de belasting van het lichaam op een gegeven moment te groot is? Algehele overbelasting, roepen de trainers in koor. Jans: ‘Een belangrijke les voor mij is geweest dat de conditionele prikkel eerst hersteld moet zijn, anders breek je fysiek meer af dan je opbouwt. En voetballers zeggen vaak niet wat ze voelen om te voorkomen dat ze worden gepasseerd.’

Spelers krijgen, soms, te veel wedstrijden te verstouwen. De kalender is ongelukkig samengesteld met play-offs, Europese kwalificatieduels en interlandtoernooien in de zomer. Andere mogelijke oorzaken: veel persoonlijke duels waarin fysieke kracht steeds belangrijker is. De toegenomen snelheid. Druk van de media. Verkeerd schoeisel. Slechte velden. Mentale stress. Opgeschroefde verwachtingen. Nivellering, waardoor topclubs dieper moeten gaan om de kleintjes te verslaan. Verkeerde opbouw van het seizoen. Onwetendheid van trainers.

Zelfs de aftakelende lichamelijke opvoeding komt langs. Clubarts Edwin Goedhart van AZ: ‘Jongens als Krol en Suurbier kwamen vroeger op de fiets naar de training. Nu worden kinderen door hun ouders of een busje gebracht. Talenten moeten op latere leeftijd een fysieke inhaalslag maken.’

Omdat een eenduidig antwoord zo moeilijk te geven is, klinken steeds meer geluiden over een gemeenschappelijke aanpak. Goedhart, voorheen van Ajax: ‘Clubs zouden spelers en blessures dagelijks moeten volgen en samen afspraken maken. Dan kun je vaststellen of er sprake is van een trend. Dan kun je meten, maar ook beïnvloeden. We hebben elkaar als clubartsen nodig, maar het blijft voetbal: er is nooit grote aandrang om in elkaars keuken te kijken.’

Fysiotherapeut Leo Echteld van Fysiomed in Amsterdam was 10 jaar betrokken bij Oranje en behandelt internationals als De Jong, Kuijt, Bouma en Van Persie. Ook hij hamert op samenwerking: ‘Wil men daadwerkelijk wat doen, dan zullen clubs, bonden en instanties gezamenlijk met medische staf en trainers moeten samenwerken. Dat zou gezien de bestaande cultuur een unicum zijn.’

Vrijwel alle betrokkenen constateren een forse toename van het aantal blessures, hoewel fysiek onheil van alle tijden is. Toenmalig Ajax-arts Rolink zei in 1969 in De Tijd: ‘Er worden in het profvoetbal steeds hogere eisen gesteld. De kwetsbaarheid is groot, zowel fysiek als mentaal.’

Collega Strikwerda van FC Utrecht, drie jaar later eveneens in De Tijd, onder de kop ‘Nog nooit zo veel blessures als dit jaar’: ‘Veel trainers gaan intuïtief te werk. Te veel blessures zijn het gevolg van geforceerde belasting. Als je in de opbouw een fractie meer tijd neemt, win je dat later terug.’

Die laatste zin zou uit de mond van Raymond Verheijen kunnen komen. Verheijen, die als inspanningsfysioloog de elftallen van Guus Hiddink (Zuid-Korea WK 2002, Rusland EK 2008) begeleidde, oordeelt dat de opbouw van het seizoen in veel gevallen slecht is. Periodisering is het toverwoord.

Verheijen: ‘Er wordt veel gevoetbald, maar niet te veel. Dat is onzin. Mijn ervaring is dat de meeste (spier)blessures simpel zijn te voorkomen door een gedoseerde trainingsopbouw. Daar is geen onderzoek voor nodig. Het is van belang het seizoen rustig op te bouwen. Zorg dat de beste spelers altijd op het veld staan, vanaf het begin. De opbouw is een middel om de sterkste formatie steeds fitter te maken en ingespeeld op elkaar te laten raken. Na zes weken is er genoeg conditie om de competitie te beginnen. Conditie is te belangrijk gemaakt in het voetbal.’

Hij constateert vaak het omgekeerde: hard trainen vanaf de start, soms na een korte vakantie, uitmondend in overbelasting en blessures. Nooit staat de sterkste ploeg op het trainingsveld.

Verheijen: ‘De trainers zeggen dan dat de competitie te vroeg is begonnen en dat ze nooit met hun beste team hebben kunnen oefenen.’ Goedhart voegt toe dat trainen te vaak ‘onderhouden’ is geworden. Voor fysieke ontwikkeling is nauwelijks ruimte. ‘Eerst kon je als trainer winst boeken in de voorbereiding op het seizoen. Nu komt het accent steeds meer op prestaties te liggen. Er is sprake van permanente druk. Trainers moeten te vaak op hun gevoel afgaan.’

Een opvallend aspect is dat spelers die in de zomer naar een andere club vertrekken en in een intensiever trainingsregime terechtkomen, schijnbaar makkelijker (spier)blessures oplopen. Ze moeten meer doen, terwijl ze hetzelfde programma draaien als anderen die al gewend zijn aan de hogere intensiteit.

Misschien is het dus helemaal niet vreemd dat Sulejmani geblesseerd raakte, nadat hij van subtopper Heerenveen naar topclub Ajax was vertrokken. Andere voorbeelden: Enoh, na de overstap van Ajax Cape Town naar Amsterdam. Aissati, van de bank van PSV naar Ajax. Amrabat, van VVV naar PSV. Oleguer, van de bank van Barcelona naar de defensie van Ajax. Bréchet, van middenmoter Sochaux naar PSV.

Gertjan Verbeek traint bij Feyenoord vaker en intensiever dan diens voorganger Bert van Marwijk. Hij kampt met een aantal blessures dat bijna surrealistische vormen aanneemt. Verbeek verwacht dat het aantal kwetsuren afneemt als de belastbaarheid van de spelers is vergroot. ‘Ieder mens kan door training 15 procent winst boeken.’ De theorie van Verheijen volgend heeft hij het seizoen verkeerd opgebouwd.

Echteld wijst op de noodzaak van inzicht in de belastbaarheid van spelers, die voor elk individu verschillend is. ‘Factoren als leeftijd, bouw, persoonlijkheid, positie op het veld, voeding en de blessurehistorie van een voetballer zijn bepalend voor iemands functioneren. Je moet die factoren koppelen aan de speelkalender, de voorbereiding, het aantal gemaakte minuten, een eventuele wisseling in en van club en de privésituatie. Behalve fysiek mag je de mentale belasting en de invloed van psychosociale factoren niet uit het oog verliezen. En spelers zullen beter voor zichzelf moeten zorgen.’

Verheijen benadrukt dat spierblessures ook zijn te herleiden naar krachttraining. Krachttraining, met bijvoorbeeld sprongen, op de dag na een zware sessie op het veld levert gevaarlijke situaties op. Ook bij afwerkvormen ontstaan kwetsuren. Kruisbandblessures ontstaan bijvoorbeeld vaak als er geen bal of tegenstander in de buurt is. De trainer zegt dan al gauw dat het niets met de training te maken heeft.

Verheijen: ‘In werkelijkheid gaat het vaak om vermoeide spelers die verminderde controle over hun kniegewrichten hebben. Vermoeidheid is de grootste tegenstander van de voetballer.’

Verheijen heeft een adviesbureau en licht coaches en clubs voor. ‘Het belangrijkste is dat er een mentaliteitsverandering komt, door blessures niet meer te beschouwen als pech. De trainer zou zich altijd verantwoordelijk moeten voelen voor een blessure. Anders zal er niets veranderen.’

‘Het lichaam moet in balans blijven’

‘Het lichaam moet in balans blijven’
Dirk Kuijt, international van Liverpool, bijna nooit geblesseerd: ‘Ik probeer echt als een prof te leven. ln mijn ogen is dat de enige manier bij te blijven als je om de drie, vier dagen een wedstrijd speelt. Neem rust, let op je voeding, laat je medisch begeleiden. Ik drink goed en neem mijn vitamines.

‘Het lichaam moet in balans blijven’
‘Het mentale aspect is ook belangrijk. Jarenlang heb ik het vizier gericht op het voetbal, om zo veel mogelijk uit mijn loopbaan te halen. Ik houd ook van gezelligheid en leuke dingen, maar als je wilt meekomen, kun je niet na elk duel op stap.

‘Het lichaam moet in balans blijven’
‘Wat opvalt, is dat veel spelers geblesseerd raken als ze voor hun nationale team uitkomen. Misschien heeft dat toch met de andere omgeving, gewoonten en voeding te maken. De mentale druk in het voetbal is ook behoorlijk toegenomen. Dat gaat van een topper in de competitie, in één keer door naar een wedstrijd in de Champions League of een interland. En voetbal is leuk, je wilt niets missen. Maar soms kan het net te veel zijn. Het is goed als je lichaam dat aanvoelt.’

‘Het lichaam moet in balans blijven’
Khalid Boulahrouz, international van VfB Stuttgart, de laatste tijd vaak geblesseerd: ‘Fit blijven is een kwaliteit. Ik ben er achter dat het lichaam in balans moet zijn. Daarbij zie ik een driehoek: de psyche, de toestand van het lichaam en voeding. Als die balans klopt, is de kans op blessures kleiner. Het kan best zijn dat het bewogen jaar dat ik achter de rug heb (Boulahrouz en zijn vrouw verloren tijdens het EK een kindje nadat het te vroeg was geboren, red.) onbewust invloed op die balans heeft gehad.

‘Het lichaam moet in balans blijven’
‘Twee keer achter elkaar had ik een hamstringblessure. Dat was me nog nooit overkomen. Je gaat dan goed nadenken. Na vier weken vakantie na het EK was de rest van het team verder dan ik. Ik volgde een speciaal schema. Ik heb altijd veel voor mezelf gedaan. Je moet wel. Het voetbal ontwikkelt zich.

‘Het lichaam moet in balans blijven’
‘Topteams hebben het moeilijker tegen staartteams dan vroeger. De duels zijn vaak zeer fysiek. Je kunt nog zo goed getraind zijn, als je drie van die wedstrijden in de week speelt, is dat een aanslag op je lichaam.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden