Zoek de wereldkampioen

300 tieners sprongen, sprintten, wierpen, tikten en trapten zondag op Papendal tijdens de talentendag van sportkoepel NOC*NSF. Het doel? Door simpele metingen ontdekken of er buitengewone talenten tussen zitten.

Papendal, zondag: een tiener test haar wendbaarheid door voorwerpen aan te tikken die voor en opzij van haar op de grond liggen.Beeld Klaas-Jan van der Weij / De Volkskrant

Vanuit stilstand, met gestrekt lichaam, zo hoog mogelijk springen en de latjes aan een lange paal wegtikken. Aletta (14) uit Vroomshoop begrijpt de taak. Ze gaat door knieën, zet af en komt veel hoger dan de instructeur voor mogelijk hield.

'Zo!', zegt hij bewonderend. 'Welke sport doe jij?'

'Korfbal'

Met dat antwoord weet hij zich geen raad.

Aletta doet met 300 andere tieners mee aan de talentendag van NOC*NSF, onder het motto: 'Ik wist niet dat ik het in me had.' Met vijf testen bekijkt de sportkoepel of de tieners over meer dan gewone aanleg beschikken voor een sport die ze nog niet beoefenen, en waarin het geen kwaad kan op latere leeftijd te beginnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor atletiek, rugby, roeien, baanwielrennen en volleybal.

Om de explosiviteit van het onderlichaam te meten, moeten de deelnemers latjes wegtikken.Beeld Klaas-Jan van der Weij / De Volkskrant

Prestaties duiden

Op Sportcentrum Papendal, in de hal waar gewoonlijk topsporters trainen, werken de tieners gedurende twee uur de bedrieglijk eenvoudig testen in grote ernst af. De explosiviteit van het onderlichaam wordt gemeten met een sprong uit stand. De snelheid door sprintjes van 10 en 30 meter. Het vermogen door 5 seconden te trappen op een zogeheten Watt-bike. De explosiviteit van het bovenlichaam door een zware medizinbal vanaf de borst weg te stoten. En de wendbaarheid door de talenten een serie korte bewegingen te laten maken; vooruit, aantikken, naar rechts, aantikken, naar links, aantikken, terug naar het midden, aantikken, en achteruit bewegen.

De instructeurs houden de scores van elke deelnemer nauwgezet bij, maar de cijfers zeggen op zichzelf weinig. NOC*NSF zet ze af tegen het resultaat van de belangrijkste en saaiste test, aldus projectleider Kayan Bool. Langs een wand wordt lengte van de tieners gemeten, zittend en staand, net als hun gewicht. Met die informatie kan Bool hun kalenderleeftijd vergelijken met de biologische leeftijd. Dat is van belang om de prestaties te duiden.

De Watt-bike meet het vermogen dat de deelnemers kunnen trappen.Beeld Klaas-Jan van der Weij / De Volkskrant

Nuttig experiment

Bool: 'Als iemand de kalenderleeftijd van 14 jaar heeft en de biologische leeftijd van 12 jaar, komt er nog een groeispurt. Dat is belangrijk bij het interpreteren van de resultaten. Daarom zeggen we tegen niemand: heel goed gedaan. Dat schept alleen maar verwachtingen.'

De deelnemers wisten al voor ze de zaal ingingen dat een topsportbestaan voor weinigen is weggelegd. Jeroen Bijl, manager topsport van NOC*NSF, had ze gewaarschuwd. Van de 300 deelnemers die vorig jaar meededen aan de eerste talentendag, zijn er vier opgenomen in een fulltimetopsportprogramma. Daarnaast maken twintig anderen deel uit van een jeugdprogramma. 'De kans dat je het haalt, is relatief klein', zei Bijl.

Hoe klein de kans op ontdekking voor de deelnemers ook is, sportbonden zien de talentendag als een nuttig experiment om oudere talenten te ontdekken. Er zijn tal sporters die pas op latere leeftijd terechtkwamen in de sport die ze succes bracht.

Met sprintjes van 10 en 30 meter wordt de snelheid getest.Beeld Klaas-Jan van der Weij / De Volkskrant

Enthousiaste bonden

Wereldkampioen schaatsen Stefan Groothuis deed tot zijn 15de aan korfbal. Wereldkampioen beachvolleybal Alexander Brouwer voetbalde tot zijn 15de. Wereldkampioen Marleen Veldhuis verruilde het waterpolo pas tijdens haar studententijd voor wedstrijdzwemmen.

Met de talentendag volgt Nederland het voorbeeld van Groot-Brittannië, dat sinds 2007 op verschillende manieren speurt naar olympisch sporttalent. Lange tieners voor volleybal en handbal. Kickboxers voor taekwondo. Vrouwen voor allerlei sporten. Daar is een miljoen pond (1,4 miljoen euro) per jaar voor beschikbaar, met navenant succes. Er zijn drie olympische medaillewinnaars voortgebracht: in het skeleton, taekwondo en roeien.

In Nederland is het geld schaars. NOC*NSF moet het vooral hebben van enthousiaste bonden. De bond die wil meedoen aan de talentendag, moet een programma hebben om de talenten versneld bij te scholen in de sport. Projectleider Bool: 'Je hebt een half jaar tot twee jaar nodig om goed te kunnen beoordelen of iemand echt aanleg heeft.'

Zou Dafne Schippers zijn opgevallen op de talentendag? Ad Roskam, technisch directeur bij Atletiekunie, waagt het te betwijfelen. Zij blonk als jonge tiener niet uit in één atletiekonderdeel. Ze was vooral fanatiek. Het laat maar zien, zegt hij, hoe lastig het is een potentiële wereldkampioen te spotten in een groep van honderden tieners.

Een meisje stoot een medizinbal weg om de explosiviteit van haar bovenlichaam te testen.Beeld Klaas-Jan van der Weij / De Volkskrant

Opvallende atleet

Toch laat Roskam zijn kennersoog over de gezonde lichamen glijden, in de hoop op een opvallende atleet. Zo ontdekte hij vorig jaar de 18-jarige Chidel Cecilia, een uitzonderlijk explosieve voetballer en honkballer die inmiddels voltijds op Papendal wordt opgeleid tot sprinter. Hij was vorig jaar tweede bij de NK junioren. Zijn toptijd is 10,9 seconden.

Wat deze zondag oplevert, durft Bool niet te voorspellen. Hij heeft geleerd de verwachtingen te temperen. De tieners krijgen de komende weken, na analyse van de testresultaten, hooguit te horen dat ze 'kansrijk' zijn. Pas na de extra trainingen in het bondsprogramma krijgen ze eventueel het label 'talentvol'.

Bool weet uit de ervaringen Andre Cats, jarenlang jeugdbondscoach bij de zwembond, dat de score van de eerste testdag, vorig jaar, niet slecht was. 'Vier talenten uit driehonderd deelnemers: dat is meer dan 1 procent', zei Cats vorige week bij een bijeenkomst over talentontwikkeling. 'Als bondscoach had ik een succespercentage van twee promille, twee op de duizend. Dit programma is nu al succesvoller dan ik in twaalf jaar tijd als bondcoach ooit was.'

Misschien wel de belangrijkste meting: de lengte (zittend en staand).Beeld Klaas-Jan van der Weij / De Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden