Analyse

Zo werden veldrijders omgeschoold tot smaakmakers in de voorjaarsklassiekers

Het wegseizoen is in de greep van veldrijders als Mathieu van de Poel en Wout Van Aert. Zondag is de Ronde van Vlaanderen. Hoe maak je de stap van een uur fietsen in het veld naar zes uur over keien en heuvels?

Mathieu van der Poel gaat woensdag als eerste over de streep in de semi-klassieker Dwars door Vlaanderen voor de Fransman Anthony Turgis. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Het oogde afgelopen zondag als de nabespreking van het WK veldrijden, de mobiele studio van het Vlaamse sportprogramma ­Sporza in de Vanackerestraat in Wevelgem. Mathieu van der Poel zat aan tafel, de ­regerend wereldkampioen. Aan de andere kant nam de Vlaming Wout Van Aert plaats, ex-wereldkampioen.

Hun shirtjes verraadden dat ze er in een andere hoedanigheid waren. Van der Poel droeg het rood-wit-blauw van de Nederlandse kampioen op de weg, Van Aert had het geel-zwart van Team Jumbo-Visma om de schouders, hij is de kopman voor de Vlaamse klassiekers. Beiden speelden zojuist hoofdrollen in Gent-Wevelgem.

Renners met een verleden als crosser zijn de smaakmakers in de voorjaarsklassiekers. De Fransman Julian Alaphilippe won de Strade Bianche en Milaan-San Remo, de Tsjech Zdenek Stybar schreef de Omloop Het Nieuwsblad en de E3 Harelbeke op zijn naam, Van der Poel was de beste in Dwars door Vlaanderen. Hoe stoom je een veldrijder, gewend aan circa één uur ploeteren in zand en modder, klaar voor zo’n zes uur aan één stuk koersen op asfalt en keien – het strijdperk van de Ronde van Vlaanderen, komende zondag? Van der Poel en Van Aert gelden er als topfavorieten.

Er brandt nog licht in de teambus van Corendon-Circus, de ploeg van Van der Poel, die in de avond geparkeerd staat naast een hotel aan de snelweg tussen Gent en Kortrijk. Binnen staren manager Christoph Roodhooft en prestatietrainer Kristof De Kegel gezamenlijk op het scherm van een laptop met daarop de cijfers van de laatste training van hun kopman – snelheid, vermogen, hartslag, trapfrequentie.

Mathieu Heijboer is hoofdcoach bij Jumbo-Visma. Hij volgt deze dagen de verrichtingen van Van Aert, die sinds 1 maart tot het team behoort, even op afstand. Hij is bij de selectie van de ploeg die zich op hoogtestage in de Sierra Nevada voorbereidt op de Giro d’Italia.

Nadrukkelijke aantekening vooraf uit de twee kampen: dit zijn beiden uitzonderlijke talenten.

Basisconditie

Op het eerste gezicht zijn de verschillen groot. Een crosser rijdt een uur lang met een hoge hartslag, afgewisseld door ­perioden van enkele minuten extreme intensiteit. Wegwedstrijden kennen vaak een langdurige en rustige aanloop. Wat overeenkomt zijn fases waarin alle registers moeten worden opengetrokken – op de weg is dat bij elkaar opgeteld ook nauwelijks meer dan een uur, niet zelden in de slotkilometers. Van Aert en Van der Poel bewezen al dat ze het kunstje al heel behoorlijk beheersen. De trainingsschema’s hoeven niet volledig worden herschreven. Roodhooft: ­‘Mathieu had vorige zomer ook al wedstrijden van boven de 200 kilometer gereden, het NK en het EK. Het komt niet out of the blue.’

Van der Poel heeft na het voltooien van zijn veldritseizoen vooral gewerkt aan zijn basisconditie. De Kegel had al­ ervaring met de transformatie van Van Aert, die al vorig voorjaar een volledig programma op de weg reed. De coach was toen verbonden aan diens ploeg ­Veranda’s Willems-Crelan. In december stapte hij over naar Corendon.

In de praktijk komt het neer op langere trainingen – ‘focussen op volume’, aldus De Kegel. Veldrijders trainen zelden meer dan vier uur aaneen en zoeken dikwijls anaerobe fasen op, waarin zuurstoftekort optreedt en lactaat wordt aangemaakt. Wegrenners rijden ter voorbereiding vooral blokken van geregeld zes tot zeven uur en gaan dan niet tot het uiterste. Ze rijden op 60 tot 70 procent van de maximale hartslag, ze trappen 200 tot 250 watt. De Kegel: ‘Voor Mathieu is dat een rustige intensiteitszone. Dan stimuleer je enzymen die de basisconditie verbeteren. Het heeft geen zin uren te knallen.’

Volgens coach Heijboer van Jumbo heeft het opbouwen van de basisconditie ook als voordeel dat een renner sneller herstelt van zware inspanningen. ‘Het gaat erom dat de energiefabriekjes in het lichaam, waarin suikers en vetten worden verbrand, aan het werk blijven. In klassiekers is dit essentieel. Dan wordt meerdere keren het maximale ­gevraagd.’

Het is zaak het evenwicht te bewaren, beklemtoont De Kegel. Een ijzersterke basisconditie kan ten koste gaan van de explosiviteit. Van der Poel leek met zijn tweede wegzege, toen hij half maart in de Grand Prix de Denain een jagend ­peloton voor bleef, de balans te hebben gevonden: hij reed bijna een kwartier lang met een hartslag boven de 190 per minuut.

Beiden zijn niet op hoogtestage geweest. Voor een gunstig effect is zeker twee weken nodig. Die tijd ontbrak. Heijboer. ‘In lagere regionen kun je ook intensiever trainen omdat er meer zuurstof in de lucht is. Bovendien moet je op hoogte telkens weer de berg op. Dat zijn lange, zware inspanningen waar je in de klassiekers weinig aan hebt.’

Mathieu van der Poel (links) kijkt al voor de finishlijn van Dwars door Vlaanderen toe hoe er om de tweede plaats achter hem wordt gesprint. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Frietje mag

In een vrolijk filmpje legde de Vlaamse zender Eén afgelopen november vast hoe het eetpatroon van Van der Poel op een wedstrijddag in het veld eruit ziet. Eerst werkt hij een fikse portie pasta met tomatenketchup weg. Na de huldiging bezoekt hij een frituur voor een patat met mayo. Kan dat nog wel, in een periode waarin het credo in het wielrennen, en zeker voor de rondrenners, is dat er nog wel een kilootje vanaf mag?

Ook veldrijders lijken met het draaien en keren en opeenvolgende klimmetjes gebaat bij zo min mogelijk ballast. Voor Van der Poel en Van Aert gelden andere wetten: ze ontwikkelen zoveel vermogen dat hun begeleiders niet schrikken van een grotere uitslag op de weegschaal.

Het draait, beklemtoont De Kegel, ook niet om het gewicht, het gaat om vet­percentages en spierontwikkeling. ­‘Mathieu zit het hele jaar door tussen de 76 en 77 kilo, met een vetpercentage onder de 7 procent. Het is bij ons geen aandachtspunt. Hij staat altijd scherp.’ Roodhooft: ‘We gaan hem die enkele keer friet dus niet ontzeggen.’

Van Aert tikte in het veldrijseizoen de 80 kilo aan. Daar is intussen weer iets vanaf. Heijboer: ‘Veldrijders zijn doorgaans net wat gespierder, zeker in het bovenlichaam. Ze moeten wat meer capriolen uithalen, de fiets optillen, aan het stuur trekken als ze steil omhoog moeten. Hun vetpercentage is ook wat hoger. Dat is goed tegen de kou, het ­verhoogt de weerstand. Op de weg is dat net wat minder belangrijk.’ Als Van Aert in juni deelneemt aan het Critérium du Dauphiné, zal het nog wat onsjes minder moeten.

Daartoe heeft zijn ploeg een instrumentarium beschikbaar. In een speciale app krijgt iedere renner afzonderlijk voorgeschreven wat hij moet eten, ­afhankelijk van het energieverbruik die dag. Een weegschaaltje voor de ingrediënten behoort tot de standaarduitrusting. Heijboer: ‘We zorgen er wel voor dat het ook smaakt.’

Mathieu van der Poel voor de start van Dwars door Vlaanderen. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Slaappatroon

Nog zo’n nieuw mantra in het wielrennen: verzamel zo veel mogelijk informatie. Sinds de komst van De Kegel heeft Van der Poel er meer dan ooit mee te maken. Hij moet meer gegevens over zijn training bijhouden. Hij slaapt met een bandje om de pols dat zijn slaappatroon vastlegt en moet er elke ochtend een waarde aan toekennen; er was enige overtuigingskracht voor nodig.

Past die verzamelwoede wel bij de ­onbevangen stijl van hun kopman, die liever op zijn gevoel afgaat? Zo plakt hij een stickertje op zijn meter op het stuur om zijn hartslag te verbergen. Zijn begeleiders hebben er geen problemen mee. De Kegel: ‘Het is alleen van belang voor de analyse achteraf.’

Ze benadrukken dat Van der Poel zich wel degelijk verdiept in de cijfers. De Kegel: ‘Het viel me op toen ik pas bij de ploeg kwam. Van buitenaf denk je dat hij nonchalant en speels is. Hij is juist heel geïnteresseerd en stelt telkens de juiste vragen.’

Wat hem ook trof: de waarden die hij bereikt. ‘Ja, daar schrok ik wel van. Ik dacht dat hij in de cross het verschil maakte door zijn technische suprematie. Dat heb ik moeten bijstellen. Het is zeker ook die enorme motor.’ Zijn de getallen vergelijkbaar met die van Van Aert, wiens waarden hij ook kent? ‘Heel groot zijn die verschillen niet. Mathieu is net een tikkeltje meer ­puncher dan Wout.’

Dat Van der Poel zijn omscholing op de voet volgt, bleek nadat hij bij een verkenning in de Vlaamse Ardennen één minuut vol had doorgetrokken. De Kegel appte hem ’s avonds dat hij met het daar ontwikkelde vermogen in de finale van de Brabantse Pijl zeker voor de winst kon rijden. Van der Poel reageerde per ­omgaande. ‘Haha, had ik ook gezien.’

Bij Heijboer is de tweede beklimming van de Kemmelberg in Gent-Wevelgem van afgelopen zondag bijgebleven. Van Aert liet een inspanning zien die door niemand kon worden geëvenaard. Het was de krachtsexplosie van een ­veldrijder na een slopende waaierkoers. ‘Het was dik boven de 700 watt. Dat was indrukwekkend.’

Van Aert is volgens zijn coach niet bovenmatig geïnteresseerd in getallen. ‘We houden loze info ook wel bij hem weg. Het is maar ballast. Alleen als de staf iets bijzonders ziet, laten we dat de renner weten.’

Niet verveeld

Een uur opperste concentratie in het veld is een wereld van verschil met een halve dag je laten meezuigen in een peloton op de weg. Van der Poel vindt het doorgaans maar saai. Roodhooft zegt dat hij er maar aan moet wennen. ‘Hij zal toch naar de aankomst moeten, anders kun je niet winnen. We kunnen moeilijk onderweg een quiz voor hem organiseren.’

Hij zal ‘functioneler’ gaan denken, ­verwacht hij. ‘Maar pas op, hij zal niet zijn natuurlijke flair verliezen. Zijn aanvalslust heeft hem ook al succes opgeleverd. Economisch rijden is het evangelie niet. Het zou idioot zijn als hij zijn intuïtie laat varen. Hij koerst gewoon doodgraag.’

Van Aert is al een jaar verder met zijn ervaringen in het voorjaar van 2018. Hij komt de tijd wel door in de wedstrijden. Heijboer: ‘Koersen in Vlaanderen of ­Parijs-Roubaix, met die slechte wegen en al die obstakels onderweg, vereisen opperste concentratie. Die mentale scherpte is er altijd wel bij hem.’

Na afloop van de hectische wedstrijd van Gent naar Wevelgem, vol uitloop­pogingen, doet Van der Poel een bekentenis. ‘Vandaag heb ik me niet verveeld in elk geval.’ Het is zowaar niet uitgesloten dat hij het leuk gaat vinden – en toen moest zijn zege woensdag in Dwars door Vlaanderen nog komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden