columnPeter Winnen

Zo van de finish in Parijs naar Tokio en daar meteen naar bed om in het juiste ritme te komen

Peter Winnen Beeld x
Peter WinnenBeeld x

Het defilé naar de Champs Élysées moet nog een aanvang nemen. Ik lees dat de meute waaronder onze nationale olympiagangers Wilco Kelderman, Dylan van Baarle en Bauke ­Mollema om ongeveer kwart over zeven zullen finishen. Om half elf stijgt in Parijs hun vliegtuig naar Tokio op. Voor een evaluerend biertje zal er geen tijd wezen.

Als de slaappillen maar mee zijn. En het slaapmasker. Dan kan het herstel meteen beginnen. Ik neem aan dat ze businessclass of nog duurder vliegen.

‘De korte aanpassingstijd – de wegwedstrijd is al op 24 juli – en het grote tijdsverschil is niet ideaal’, zegt Van Baarle.

De meeste renners die ginds moeten aantreden vertrekken een dag later. Van Baarle vindt de Nederlandse optie beter. ‘We landen maandagavond Japanse tijd, dan kunnen we meteen naar bed om in het juiste ritme komen.’

Ik neig ernaar de Nederlandse optie toe te juichen. Niet alleen is er het tijdsverschil, er is ook het wurgkoord van het klimaat. Het zal heet en vochtig zijn in Tokio. Aziatisch heet en vochtig. Te doen voor de bierminnende vakantievierder na twee dagen doorpakken op bed, maar een nekklem voor de duursporter.

De laatste weken zijn we doodgegooid met filmpjes van Nederlandse sporters die in hevig zwetende klimaatkamers een voorschot op de aanpassing nemen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het lichaam een preventieve klimaatboost kan worden gegeven.

Voor een medaille is geen martelkamer te dol.

Nu iets over mijn Azië-trauma. Niet als een vakantieganger, wel als professioneel wielrenner in een oranje shirt: het WK wielrennen van 1990 in Utsunomiya, Japan. Niet voor niets ­begon een paar dagen geleden oud-collega Maarten Ducrot erover bij de NOS. Het is een onverwerkt trauma.

We landden op Tokio, we hingen vijf uur in een auto om net voor het donker het parcours van een dag later één keer te kunnen verkennen. Er zat wetenschap achter. Wat was ideaal? Of een week ter plekke acclimatiseren, of een paar uur voor de koers aankomen? Beide ­opties werden als profijtelijk gezien.

Ik herinner me dat één oranje mens de koers anoniem voltooide (Breukink). Ik was de laatste opgever, iets voorbij de tweehonderd kilometer. Ik trof de rest in de lounge van het hotel voor de rechtstreekse reportage, gewassen en al, met stomheid geslagen.

Niemand had kunnen ademen, iedereen had met betonnen benen in een sauna gezeten. Ik herinner me dat het uiteindelijk een permanente kramp in de armen was geweest die me tot opgave dwong. Kramp in de armen voor een wielrenner, kan het gekker? De eerste paar ronden dacht ik overigens een hartinfarct te hebben.

Ik heb de krantenverslagen van dat WK opgezocht in mijn archief. Het zijn geen journalistieke verslagen, het is satire. Met terugwerkende kracht overweeg ik een harakiri.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden