Zo traint Max Verstappen in een F1-simulator

Max Verstappen brengt meer tijd door in een simulator dan in een Formule-1-wagen. In de winter maakt hij overuren om het geheim van zijn nieuwe auto te ontrafelen. Hoe beter de simulator, hoe beter de coureur.

Racetalent Jarno Opmeer in de simulator van Atze Kerkhof.Beeld Marcel van den Bergh

Alsof hij een ruimtemissie overziet, zo tuurt Atze Kerkhof naar twee beeldschermen vol grafieken en getallen. Via een koptelefoon geeft de simulatietrainer korte adviezen aan autoracetalent Jarno Opmeer (16), die al een aantal uren in de simulator over het Italiaanse circuit van Monza scheurt. Kerkhof spreekt over 'inremmen' en 'bochten aansnijden'.

Opmeer knikt en draait ondertussen druk aan het stuur. De getalenteerde tiener rijdt binnenkort in een echte racewagen over het Italiaanse circuit. Hij weet: dankzij de oefensessie in de simulator kan hij straks tienden van seconden winnen. Hij zal opvallen tussen de andere talenten. 'Wat je in de simulator oefent, win je op de baan', meent Opmeer.

Onmisbaar

De simulator is onmisbaar in de autosport. Voordat Max Verstappen (19) één meter in de Formule 1 reed, was hij al bekend met de ideale lijnen van circuits die hij nooit had bezocht. Hij wist of hij ergens laat kon remmen en in welke versnelling hij een bocht moest nemen. Vele honderden uren oefenen in een simulator effenden zijn pad naar de Formule 1.

Als Formule 1-coureur oefent hij door. Vorig jaar zat hij als Toro Rosso-coureur tussen races door gemiddeld zo'n twee dagen per week in de simulator. Deze winter draait de simulator van Verstappens team Red Bull overuren om de mogelijke geheimen van zijn nieuwe auto te ontrafelen. Sinds 2011 heeft hij thuis een eigen simulator. De installatie is vorig jaar nog geüpdatet. Volgens de leverancier van zijn zogeheten Playseat zit Verstappen, als het even kan, zo'n vier uur per dag in zijn racestoel.

Verstappen maakt deel uit van de eerste generatie coureurs die optimaal profiteert van 'simmen'. Over de voordelen deed hij nooit geheimzinnig. Vorig jaar zei Verstappen tegen het Britse autosportmagazine Autosport nog dat de simulator hem helpt de limiet op te zoeken op circuits: 'Soms ga je te ver in de simulator. Dan weet je dat je zoiets in het echt niet kunt doen.'

Max Verstappen aan het werk in een simulator tijdens een evenement.

Elk circuit op het scherm

Simulatietrainer Atze Kerkhof (29) hielp Verstappen bij zijn overstap naar de autosport. Zo af en toe racen ze nog tegen elkaar. Ze rijden in hun vrije tijd voor hetzelfde simulatieraceteam. Kerkhof is een autoriteit op simulatiegebied in de Nederlandse racewereld. In de kleine, competitieve simulatieracewereld behoort hij tot de wereldtop.

Vier jaar geleden testte hij in een Formule 3-auto op het circuit van Barcelona. Dankzij zijn simulatie-ervaring zette hij meteen goede tijden neer. Hij besloot zich te storten op het gebied tussen het 'echte' racen en simuleren. Kerkhof vond zijn compagnon Patrick Wouters in de vliegsimulatieindustrie, bouwde met hem een apparaat en plaatste het in een voormalige fabriekshal in het Brabantse Rijen.

In zijn installatie liggen coureurs in een soort badkuip, net als in een echte raceauto. Daaromheen is een donkergrijze koepel van een oude F-16-simulator geplaatst. Op de holle binnenkant schijnt een projectie van zeven meter breed, zodat de coureur 180 graden zicht heeft.

Het stuur vol knopjes draait net zo zwaar als een echt racestuur. Om te remmen moet er met minimaal 100 kilo aan kracht op het pedaal worden getrapt. Elke kerbstone (stoeprand) is voelbaar in de simulator. Via zijn software, gebaseerd op een geavanceerd racesimulatieprogramma, kan Kerkhof binnen een paar seconden bijna ieder circuit ter wereld op het scherm toveren.

De circuits zijn tot op de centimeter nauwkeurig nagebouwd, net als de auto's. Zaken als bandenslijtage, aerodynamica, vering en rembalans kan hij instellen. Via zijn schermen houdt Kerkhof allerlei gedetailleerde informatie in de gaten, zoals de temperatuur van de remmen of banden.

Virtuele brandstof

Racefederatie KNAF stuurt graag talenten naar Rijen. Dat is veel goedkoper dan een testdag in bijvoorbeeld een Formule 3-auto (kosten: 10 duizend euro). In een simulator slijten banden niet, gecrashte auto's zijn in een oogwenk weer heel en de brandstoftank is met een muisklik gevuld.

Met name jonge coureurs, vers uit de kartsport, kan Kerkhof veel leren. Als voorbeeld noemt hij het aanleren van een juiste remtechniek. 'In het karten is de techniek compleet anders', zegt hij. 'In een Formule 3-auto moet je trapsgewijs afremmen om de grip optimaal te gebruiken. Het draait om gewichtsverplaatsing. Een supertalentje als Jarno pakt dat na drie ronden in de sim op.'

Hij kan talenten ook mentaal uitdagen, laat hij zien aan het einde van de sessie met Opmeer. 'Nu, de cruciale kwalificatieronde', roept Kerkhof door de microfoon. Opmeer zet direct zijn snelste tijd neer. Hij blijft steken op drieduizendste van een seconde van de tijd van Kerkhof. De trainer is tevreden. Opmeer baalt even, maar weet dat hij in Italië zal profiteren van de sessie.

Belangrijke rol voor simulator

Steeds blijkt weer: hoe realistischer een simulator, hoe meer een team of coureur ermee kan winnen. Kerkhof voorspelt dat simulatoren steeds belangrijker worden. Met name in de Formule 1. Om de autosportklasse betaalbaarder te maken voor de armere teams is het niet meer toegestaan om oneindig veel dure oefenkilometers te maken in de auto.

Door die regel maken F1-coureurs veel minder uren in hun auto's dan wielrenners op de fiets, of schaatsers op het ijs. Verstappen kreeg afgelopen jaar voor elk van de 21 races drie vrije trainingen van anderhalf uur: dat is 73,5 uur. Daarnaast mocht hij met zijn auto oefenen op vier van de acht toegestane testdagen: bij elkaar circa 16 uur. Tijdens wedstrijden zit hij gemiddeld anderhalf uur achter het stuur 1,5 uur: zo'n 30 uur in een seizoen. Dat brengt zijn totaal aantal uren in de F1-auto per jaar op 125 uur, minder dan 16 werkdagen.

In de simulator wordt getracht het gemis aan trainings- en testuren te compenseren. Topteam Ferrari investeerde twee jaar geleden 40 miljoen euro in een nieuw simulatorsysteem. Verstappens team Red Bull heeft in het Engelse Milton Keynes eveneens een peperdure simulator staan.

Hoe geavanceerd die simulator precies is, weten alleen de kopstukken binnen het team. Teams bewaken hun simulatietechnologie alsof het staatsgeheimen zijn. Ook Atze Kerkhof is terughoudend als hem wordt gevraagd naar de prijs van zijn simulator, of details van de technologie die hij gebruikt. Wel zegt hij net als de Formule 1-teams voortdurend op zoek te zijn naar meer realisme.

Een grote playstation

In Kerkhofs wereld is de uitvinding van vandaag een dag later achterhaald. Ontwikkelingen in de vliegtuigsimulatiewereld, de game-industrie en autosport volgt hij nauwlettend. Als het aan hem ligt, dragen zijn cursisten straks brillen die de werkelijkheid nabootsen. Maar niet elke uitvinding kan hij een-op-een kopiëren.

Kerkhof: 'In vliegtuigsimulatoren kunnen ze inmiddels G-krachten nabootsen, maar in een vliegtuig gaan die geleidelijker omhoog en omlaag dan in een raceauto. Daar moeten we iets op verzinnen, zoals een pak dat op het lichaam drukt.' Dit jaar begint hij met de ontwikkeling van de technologie.

Of een coureur veel leert in de simulator, hangt af van zijn bereidheid het hulpmiddel te accepteren. Drievoudig wereldkampioen Lewis Hamilton (32) moet bijvoorbeeld weinig weten van de simulator. Hij noemde de installatie van zijn team Mercedes vorig jaar nog een grote Playstation. 'Er is geen emotie', zei Hamilton. Recordwereldkampioen Michael Schumacher werd altijd misselijk van simulatorsessies.

Goede voorbereiding?

Die ervaringen staan in schril contrast tot de aanpak van Verstappen. Vorig jaar stapte hij na de GP van België in zijn simulator om de race virtueel over te doen, op zoek naar verbeterpunten.

Critici stellen dat de autosport door de simulator verandert in een op het oog simpel spelletje voor coureurs die nauwelijks nog gevaar kennen. Of coureurs zoals Verstappen hun gelijk bewijzen?

Nee, benadrukt Kerkhof. Coureurs zijn volgens hem simpelweg beter dan ooit voorbereid op een autosportloopbaan. Ze zitten als peuter al in een kart, leren zo vroeg over de belangrijkste facetten in de racerij en omarmen zaken als de simulator of fysieke training.

Kerkhof: 'In Nederland leeft bij velen de illusie dat bijvoorbeeld Formule 1 gewoon autootje rijden is, onder meer door die extreem stabiele boordcamera's. Daarop is niet te zien dat coureurs vier liter aan zweet verliezen, ze tijdens het racen moeten computeren op hun stuur en in bochten vier keer de zwaartekracht op hun spieren krijgen.

'De Formule 1 wordt juist moeilijker. Het draait om details. Jongens als Max en Jarno weten dat ze uit de simulator net die paar procent extra rendement halen. De tijd dat James Hunt met een kater races won, is voorbij.'

Ook voor Opmeer staat vast dat simulator onmisbaar is op weg naar de top. Hij debuteerde vorig jaar bij een Formule 4-race in het Russische Sotsji. Er was slechts één vrije training om te wennen aan het circuit. Opmeer kon het circuit dromen dankzij de simulator. Hij werd in zijn eerste race tweede achter de 15-jarige Richard Verschoor, ook klaargestoomd in de simulator van Kerkhof.

Bij de tweede race was het andersom, met Opmeer als winnaar. Verschoor verdiende met zijn prestaties een plaats in het juniorenprogramma van Red Bull, de sponsor van Verstappen.

'Het voelt alsof ik over de kop sla'

'Laat het stuur los als het misgaat', is de eerste instructie die door de koptelefoon klinkt als ik in de smalle cockpit van de racesimulator zit. Het is geen loze waarschuwing. Een simulator is meer dan een opgevoerde spelcomputer. Het stuur reageert bij een crash net zo gewelddadig als in het echt. Een chauffeur zonder race-ervaring, zoals deze Volkskrant-verslaggever, kan een arm breken.

Een minuut later tovert simulatietrainer Atze Kerkhof mij in een Formule 1-auto in de pitstraat van Spa-Francorchamps, het thuiscircuit van Max Verstappen in de Ardennen. Het wegrijden gaat verbazingwekkend soepel, net als het gas geven of schakelen met de hendels achter het stuur. Om te remmen, moet ik ongewoon hard op de rempedaal drukken. Volgens Kerkhof moet ik een imaginaire kakkerlak verpletteren.

De stoepranden in bochten voelen als de witte strepen op een snelweg. Links en rechts zie ik bomen. Ik rij ruim 200 kilometer per uur over het circuit. Voor Formule 1-begrippen is dat een bejaardentempo, maar het voelt extreem snel. 'Nu, vol gas', zegt Kerkhof na twee ronden, vlak voor de befaamde Eau Rouge-bocht. Al na een paar meter ben ik de controle kwijt. Alles begint te draaien, ik laat instinctief het stuur los, het voelt alsof ik over de kop sla.

Na hooguit 5 seconden sta ik stil. Ik stap beduusd uit de simulator. Kon erger hoor, zegt Kerkhof. De meeste beginners worden kotsmisselijk.

Eerst virtueel, toen in de race

Vorig seizoen haalde Max Verstappen de Braziliaan Felipe Nasr bij de Grote Prijs van België buitenom met ruim 300 kilometer per uur in. Een spectaculaire stunt. Twee dagen later verscheen er op Verstappens initiatief een filmpje op YouTube: Verstappen die virtueel, in een donkerrode Formule 1-auto, vier dagen voor de wedstrijd nagenoeg dezelfde inhaalactie plaatst bij een oranje raceauto.

Atze Kerkhof was de bestuurder van die oranje auto. Het filmpje was vier dagen voor de race opgenomen. 'We waren elkaar de hele tijd aan het pushen', zegt Kerkhof over die sessie met Verstappen. Volgens hem onderstreept Verstappens actie vooral zijn racetalent en niet de toegevoegde waarde van de simulator.

'Max is een van de weinige coureurs met het natuurlijke talent én de ultieme drang om beter te worden', legt hij uit. Kerkhof verslaat zijn cursisten met regelmaat. Hij ziet sommigen dan meteen opgeven. Kerkhof: 'Ik kan het niet op die computer', zeggen ze dan. Max werd ook weleens verslagen. Daarna ging hij naast me zitten om te zien wat ik anders deed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden