Sport Schaatsen

Zo snel had Thomas Krol de 1500 meter nooit gereden, dat lukte zelfs Kjeld Nuis niet

Vaak was het net-niet bij schaatser Thomas Krol. Zaterdag sloeg hij toe op de 1.500 meter. Met een tijd waaraan olympisch kampioen en ploegmaat Kjeld Nuis niet eens kon tippen. Krol kon het zelf amper geloven.

Thomas Krol. Beeld AP

Direct nadat hij de finish was gepasseerd stak Thomas Krol de armen in de lucht en schreeuwde het uit: 1.43,78 prijkte er zaterdag op het bord. Zo snel had hij de 1.500 meter nog nooit in ­Thialf gereden. Bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen lukte het niemand onder die tijd te duiken, ook Krols ploeggenoot en olympisch kampioen Kjeld Nuis niet.

Het was de eerste zege in de loopbaan van Krol, die lang als talent werd gezien, maar nooit echt door wist te breken. ‘Ik win verdomme nooit iets’, liet de anders zo bedachtzame schaatser zich na de huldiging ontvallen.

Of het nou bij nationale kampioenschappen was of bij internationale wedstrijden, altijd waren een paar schaatsers sneller, vaak maar één of twee. ‘Ik heb wel eens een afstandje gewonnen op een NK sprint, maar verder niet. Ik was vorig jaar tweede op de EK afstanden, dat was mijn beste uitslag, in de wereldbeker was dat de derde plaats.’

Zeker als het er echt om ging, zoals bij de kwalificatie voor de Olympische Spelen, ging het steeds net mis met Krol. In 2014 werd hij op de 1.000 meter vierde en mocht hij net niet mee naar Sotsji. Vorig jaar werd hij op het kwalificatietoernooi nog wel derde op de kilometer, maar omdat Kai Verbij na een blessure door de KNSB was aangewezen was er wederom geen plekje voor hem in de olympische ploeg.

Litteken

‘Die hele week na het kwalificatietoernooi was klote. Ik ben twee dagen van de kaart geweest. Het verleden, daar kan ik niets aan veranderen, maar het zal altijd wel een litteken blijven.’

Het verklaart het ongeloof waarmee de boomlange Krol zaterdag na de huldiging naar zijn gouden medaille stond te kijken. Eindelijk winnen, en dat met zo’n snelle tijd. Hij kon er moeilijk bij. ‘Ik weet nog dat Joeskov hier een keer 1.43 reed. Toen dacht ik: hoe kan dat nou? Nu rijd ik het zelf. Ik kan het nog niet bevatten.’

Nuis, die na zijn vijfde plek op de 1.500 meter gefrustreerd de kleedkamer was ingevlucht, keerde terug en beukte Krol op zijn schouder. ‘Koning!’ De twee zijn sinds afgelopen voorjaar ploeggenoten onder coach Jac Orie en binnen Nederland elkaars grootste concurrenten op de 1.000 en 1.500 meter. Hoewel ze op het ijs dicht bij elkaar in de buurt komen, verschillen de karakters als dag en nacht. Nuis is de man van bravoure en schwung, Krol is rustig en op het verlegene af beleefd. Hij verontschuldigt zich zelfs voor zijn 1.500-meterkuchje.

Kjeld Nuis. Beeld AP

Ook hun liefhebberijen zijn totaal anders. Nuis is diep in zijn hart nog een skater, die best dagen buiten op de ­skatebaan rond zou willen hangen. Krol niet. ‘Elke keer als ik thuis ben, zet ik mijn pc aan en ga ik in de vliegsimulator zitten.’ Hij wil piloot worden en brengt uren door om vluchten zo getrouw mogelijk virtueel te volgen.

‘Als we, zoals laatst, naar Japan gaan, dan vlieg ik de vlucht al van tevoren. Tot op de minuut nauwkeurig kan ik het ­simuleren. Hier en daar kan ik ook wel in een echte cockpit kijken. Ik heb wat ingangetjes, ken wat piloten. Daar leer ik ook heel veel van.’

Luchtvaartschool

Als hij het schaatsen eraan geeft, wil hij naar de luchtvaartschool van KLM. Dat wilde Erben Wennemars ook ooit, maar bij de oud-wereldkampioen sprint verliep die mogelijkheid toen hij 27 was. Krol, 26, heeft na het afgelopen seizoen uitgezocht of hij niet te oud zou worden als hij zijn schaatsloopbaan zou vervolgen.

‘Ik wilde niet een nieuwe olympische cyclus ingaan en vervolgens geen piloot meer kunnen worden, maar ze hebben me gegarandeerd dat leeftijd geen rol speelt. Misschien wel als je 40 bent, maar ik ben niet van plan om zo lang door te gaan. Ik wil geen Claudia Pechstein worden.’

Afgelopen voorjaar maakte Krol de overstap van coach Gerard van Velde naar Jac Orie. De Hagenaar runt met onder meer Sven Kramer en Nuis een ploeg vol stevige persoonlijkheden. Toch past de bedeesde Krol er volgens Nuis prima bij. ‘Je kan hem er goed bij hebben, er zit geen kwaad in. Hij heeft aparte humor. Dat je niet alleen dat geblèr hebt, maar ook wat subtielere grappen, dat is leuk. Dat mixt mooi.’

Nuis: ‘Hij is een schema-freak. Als er op het schema staat dat je 3 uur 26 minuten en 11 seconden moet fietsen, dan rond hij het niet af op 10 seconden.’ Op de trainingsschema’s van Orie betaalt die houding zich dit seizoen uit. Hij werd in de eerste twee wereldbekerwedstrijden in Japan al twee keer derde op de 1.000 en een keer derde op de 1.500 meter.

Voor Nuis kwam de opmars van zijn nieuwe ploegmaat niet als een verrassing. ‘Hij is altijd al heel goed, hè. Ik zei al tegen hem: je kon het al wel, maar je deed het nog niet.’

Na een onrustige nacht waarin Krol op adrenaline zijn winnende rit meermaals herbeleefde stond hij zondag aan de start van de 1.000 meter. Tegen Nuis, die de oude orde herstelde. De olympisch kampioen won de afstand in 1.07,80, Krol werd vijfde in 1.08,40. Weer net-niet dus. ‘Maar zaterdag pakt niemand me af.’

De Jong wint 3 kilometer, Wüst piekt ongewoon vroeg

Antoinette de Jong reed zondagmiddag bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen in haar eentje de 3 kilometer, maar het weerhield er haar niet van om als enige van het deelnemersveld onder de 4 minuten te duiken: 3.59,41.

De 23-jarige Friezin moest zonder directe tegenstander stellen omdat Ireen Wüst, die in haar rit op het startvel stond, zich teruggetrokken had. De Brabantse had even ervoor de 1.000 meter gereden en was onvoldoende hersteld.

‘Dat ik het ritje alleen moest rijden, maakte me niet uit. Ik ging er gewoon in en zag wel waar ik uit kwam’, vertelde De Jong nadat ze voor de derde keer in haar loopbaan als winnares van een wereldbekerwedstrijd was gehuldigd.

Ze finishte niet ver van het baanrecord, maar met een verval van bijna een seconde in de laatste ronde glipte dat uit haar handen. ‘Dat was jammer. Misschien was dat wel mogelijk geweest, maar was ik net te hard gestart.’

Een dag eerder had Wüst wel een baanrecord gereden op de 1.500 meter. In een tijd van 1.53,30 had de 32-jarige laten zien dat ze de jeugd nog de baas kan zijn. ‘Dit was voor mij een aangename verrassing’, zei de Brabantse. ‘Ik had veel verwacht, maar niet dat ik een baanrecord zou rijden.’

De veteraan kende gedurende haar loopbaan vaak een wat stroef begin van het schaatsseizoen. Afgelopen zomer trainde ze met een nieuwe coach, Peter Kolder, op een andere manier en dat vertaalde zich naar een vroege wereldbekeroverwinning op het buitenijs van Tomakomai en een tweede in Thialf.

Dat ze in Thialf, waar vaak snel gereden wordt, een baanrecord liet noteren gaf haar het vertrouwen dat haar plan om het wereldrecord aan te scherpen niet onmogelijk is. Als de schaatsers in maart voor het WK allround en de wereldbekerfinale de hooglandijsbanen in Calgary en Salt Lake City aandoen, wil ze de 1.50,85 van Heather Bergsma uit de boeken rijden. ‘Dit zegt niet dat het gebeurt, maar wel dat ik op de goede weg ben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden