Beschouwing

Zo komt de vergeten sporter weer tot leven

Belabberde spelers die drinken en gokken doen het beter dan saaie topscorers - en andere wetten van de sportbiografie ontleed.

an links naar Rechts - John Feskens - Henks Vos - Lance Armstrong - Tiger Woods - Glenn Helder. Beeld Studio V

Ad 'Adje' van de Wiel uit Tilburg was in de jaren tachtig een aanvaller van Willem II, FC Den Bosch en natuurlijk RKC, de Rooms-Katholieke Combinatie uit Waalwijk. Over Ad van de Wiel was destijds niet veel bekend, behalve dat hij rossig was en veel doelpunten maakte. Zijn carrière sloot hij geruisloos af bij KFC Heultje, een Belgische derdeklasser. Maar nu pas blijkt dat zijn leven uiterst turbulent was.

De rossige doelpuntenmaker was een gokker, een drinker en een rokkenjager bovendien. Ook stak hij de man neer die zijn vriendin stalkte, met drie maanden gevangenisstraf tot gevolg, maar dat was na zijn voetballoopbaan. Vorige maand verscheen in een beperkte oplage de biografie van Ad van de Wiel, Nergens spijt van. In de ondertitel wordt het een en ander samengevat: 'Gokken, vrouwen, scoren.'

De sporter leeft, in het boek. Het begon in 1928 met De roman van Jaap Eden, Leo Lauers biografie van de beroemde schaatser. Sindsdien zijn er zo'n 250 biografieën verschenen, waarvan 120 in de laatste vijftien jaar. Vorige week kwam de recentste op de markt, ook met een schaatser als hoofdpersoon. In Hoe sterk is de eenzame schaatser gaat tv-maker Erik Dijkstra (Bureau Sport onder meer) op zoek naar 'het mysterie Hans van Helden'.

Onbesproken gedrag strekt in dit genre niet tot aanbeveling. Integendeel zelfs, zoals onder meer de twee boeken aantonen waarmee Michel van Egmond de NS Publieksprijs won. Over oud-voetballers en tv-persoonlijkheden René van der Gijp en Wim Kieft schreef hij respectievelijk Gijp en Kieft.

Schrijver Kees Klijn, een medewerker van het Brabants Dagblad, stortte zich op Adje van de Wiel. Ik heb ook wel wat te vertellen, zei Van de Wiel nadat hij Geen genade had gelezen, de biografie en bestseller over Andy van der Meijde van Thijs Slegers. Van de Wiel bleek honderdduizenden euro's te hebben vergokt, maar had daar was de titel al meteen nergens spijt van.

Schrijver Michel van Egmond (L) en René van der Gijp met het boek Gijp. Beeld anp

Het houdt niet op. Henk Vos, een voetballer van Feyenoord en vijftien andere clubs, kreeg in augustus zijn eigen biografie: Henk Vos, enfant terrible. Deze maand is John Feskens aan de beurt, met John Feskens, d'n Beitel. Beitel is de bijnaam van Feskens. De uitgever presenteert het als een verhaal over een 'roodharig voetbaltalentje uit Broekhoven dat uitgroeide tot cultheld en Mister Willem II.'

Gokken, vrouwen en scoren is een heilige drie-eenheid van de succesvolle sportbiografie, en trouwens ook van de niet succesvolle (die zijn er ook). Het zijn de pijlers van een genre, de gevallen sportheld, dat een lange reeks boeken heeft opgeleverd en waarvan het einde nog niet in zicht is. De pijlers verschillen. Als gokken geen rol speelt, doen drugs dat wel, zoals in Kieft van Michel van Egmond. Andere voorname ingrediënten zijn een jeugd die niet over rozen ging en een verwoest gezinsleven.

In talloze sportbiografieën die de afgelopen tien jaar zijn verschenen, is het narratief hetzelfde: opkomst en ondergang en als het even meezit een wederopstanding met een daaraan verbonden morele les. De held komt tot inkeer. Steevast duikt het woord 'cultheld' op. Mannen domineren, vrouwelijke sporters met een biografie zijn zeldzaam.

(Tekst gaat verder onder video).

Archiefbeeld van John Feskens in het shirt van Willem II. Beeld anp

Aad Haverkamp is promovendus sportgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij werkt in de vakgroep 'Sport, identiteit en moderniteit, 1813-2013', die zich sinds een paar jaar richt op sportgeschiedenis in Nederland. Hij doet onderzoek naar de representatie van Nederlandse sporters in biografieën.

Een voorlopige conclusie van Haverkamp: schrijvers en publiek zijn steeds meer geïnteresseerd geraakt in de mens achter de sporter, zozeer zelfs dat in sommige gevallen de sportprestaties nauwelijks nog ter zake doen. Ad van de Wiel bijvoorbeeld was weliswaar topscorer, hij maakte zijn doelpunten voor RKC in de eerste divisie.

Haverkamp onderscheidt vier soorten helden. Met De roman van Jaap Eden begon bijna een eeuw geleden het tijdperk van de 'gewone held'. Het waren brave boeken waarin sporters werden geportretteerd als mannen van eenvoudige komaf die normaal doen al gek genoeg vonden. Hun overwinningen en verhoogde status lieten ze schijnbaar koud.

Zo ziet Haverkamp Jaap Eden als een gevallen sportheld, maar dat is aan zijn biografie niet af te lezen. Eden dronk zich een delirium, belandde in de goot, moest zijn prijzen verkopen om in zijn levensonderhoud te voorzien en was pas 51 toen hij overleed. 'Over de duistere aspecten in het leven van Eden schreef Lauer wel, maar mondjesmaat en beschaamd. Hij nam hem in bescherming en legde de nadruk op zijn sportprestaties.'

Eind jaren zestig kwam de 'binnenlandse held' op. De weerspiegeling was te zien in vaak dunne boekjes, gekuiste verhalen over voetballers als Henk Groot, Theo Laseroms, Henk Wery, Hans Venneker, Jan Klijnjan en Willem van Hanegem. In de jaren tachtig kwamen daar de wielrenners bij, stelde Haverkamp vast.

Fase drie staat volgens de onderzoeker in het teken van de 'mondiale held', Nederlandse topsporters met een wereldwijde status van groot kampioen. Het waren de voetballers die in 1988 met het Nederlands elftal kampioen van Europa werden of in 1995 met Ajax de Champions League wonnen. En olympisch kampioenen als atlete Ellen van Langen en schaatser Gianni Romme.

De huidige, vierde fase wordt gedomineerd door de 'gevallen held' en gaat gepaard met een soms verbijsterende openhartigheid van de hoofdpersoon, die het vermoeden heeft dat gedetailleerde bekentenissen over misstappen een louterend effect zullen hebben. Het zijn pogingen om het verleden te bezweren.

Patrick Kluivert met de beker. Beeld anp

De tell it all-biografie is vooral in Engeland al langer populair. In de sportsecties van de boekhandels liggen al decennialang biografieën van alcoholische of aan andere middelen verslaafde voetballers die hun vermogen er in korte tijd doorheen jagen en ongelukkig zijn in de liefde.

Voorbeelden: George Best, Paul Gascoigne. Naast hen staan wereldsterren uit andere takken van sport die ten val kwamen: Lance Armstrong, Tiger Woods, Oscar Pistorius, Diego Maradona, Badr Hari.

Als Nederlands startpunt van de categorie 'gevallen sporthelden' heeft onderzoeker Haverkamp een boek uit 2001 van Volkskrant-journalist Bart Jungmann over Johan van der Velde aangewezen: Langs het ravijn. De dubbelzinnige titel van Jungmanns boek dekt de lading en zegt tegelijkertijd veel over het genre. Als wielrenner was Van der Velde op zijn best in de bergen. Nadien scheerde hij langs de afgrond en werd zijn naam geassocieerd met het gebruik van amfetamine, inbraken, een van de muur getrokken postzegelautomaat en een gevangenisstraf. Van der Velde putte moed uit het boek en deed er zelf alles aan om het aan de man te brengen.

Schoon schip maken was ook de drijfveer van voetballer en gokker Glenn Helder, al zal ook geld een rol hebben gespeeld. 'Er is zo veel over mij gezegd en geschreven, nu is de tijd voor míjn kant van het verhaal', zegt hij op glennhelder.nl. 'Tot op de dag van vandaag komt het verleden nog zo vaak om de hoek kijken, ik wil af van alle demonen rond die tijd, ik wil rust in mijn kop.' De titel van het boek over zijn veelbewogen leven zegt alles: Van Arsenal naar de bajes.

Zonder die bajes zou over Glenn Helder nooit een boek zijn geschreven, vermoedt Haverkamp. 'Want zo goed was hij nou ook weer niet.'

Fenomeen Johan

In het genre van de sportbiografie is Cruijff, Hendrik Johannes, fenomeen een mijlpaal. Nico Scheepmaker schreef het boek in 1972 en vulde het in 1984 aan. 'Misschien wel het beste Nederlandse voetbalboek aller tijden. Virtuoos geschreven, diepgravend en tegelijk geestig. Een meesterwerk', oordeelde het voetbaltijdschrift Johan. Het is nog steeds verkrijgbaar.

Ook dat is kenmerkend. In de stroom biografieën waarin de helden vallen en weer opkrabbelen, zijn de sportieve prestaties niet meer dan een belangrijke bijzaak. Ter illustratie wijst Haverkamp op de top-40 van best verkochte boeken in 2013, waarin vier Nederlandse voetballers opdoken: Jan Boskamp en Fernando Ricksen en, voor het tweede jaar op rij, René van der Gijp en Andy van der Meijde. 'Goede voetballers, maar geen topspelers. Samen speelden ze net zo veel interlands als bijvoorbeeld Pierre van Hooijdonk. Dat is veelzeggend.'

De uitspattingen van de sporters bepalen de hoogte van de oplage. De verkoop van boeken over Edwin van der Sar, Dennis Bergkamp en Ruud van Nistelrooij, voetballers van wereldklasse, bleef achter bij de verwachtingen. Ze zijn te saai, gokken voor zover bekend niet en waren nooit verwikkeld in seksschandalen.

De vraag waarom het genre bloeit en de interesse voor het privéleven van sporters zo is toegenomen, levert geen eenduidig antwoord op. Haverkamp: 'Misschien moet de verklaring wel helemaal buiten de sport worden gezocht. De scheiding tussen privé en publiek wordt steeds kleiner. Het succes van tv-programma's als RTL Boulevard en Shownieuws is een typisch verschijnsel van de 21ste eeuw.'

Andy van der Meyde, begon veelbelovend, verliet de voetballerij via de achterdeur. Zijn biografie 'Geen Genade' verscheen in 2012. Beeld anp

Erik Dijkstra (1977) koos een andere strategie dan de meeste andere schrijvers, sportjournalisten vaak. Zijn boek over schaatser Hans van Helden is niet geautoriseerd. 'Dat voorkomt dat de tekst wordt overgoten met een suikerlaag, zoals in veel biografieën', zegt hij. 'Ik ben blij met deze vorm en wilde geen al te vriendschappelijke verhouding met hem hebben. Dat voorkomt ook dat je over elke punt of komma moet onderhandelen.'

Gezien het kluizenaarsbestaan van Van Helden - hij leeft teruggetrokken in Frankrijk na een sportcarrière die aan elkaar hing van ruzies en conflicten ¿ was de kans trouwens ook klein dat er toestemming zou zijn gegeven. Pas toen het portret al bijna af was, sprak Dijkstra enkele uren met de hoofdpersoon.

Dijkstra koos ervoor een indringer te zijn. 'Eigenlijk mag je niet zoeken naar iemand die niet gevonden wil worden. Maar het gevoel van Van Helden zelf is ook dubbel. Hij hunkert naar de anonimiteit, maar is tegelijkertijd trots op zijn lange carrière en zoekt naar genoegdoening.'

In Hoe sterk is de eenzame schaatser toont Dijkstra zijn fascinatie voor een sporter die past in het sjabloon van de cultheld en het enfant terrible. 'Een andere schaatser uit die tijd, Piet Kleine, was een grotere kampioen, maar die had de uitstraling van een bloemkool. Achter Van Helden zit een verhaal. Hij is een paranoïde, bozige en wrokkige man, een uitvergrote variant van het leven zelf.'

Volgens Aad Haverkamp van de Radboud Universiteit Nijmegen is de sportbiografie een spiegel die haarscherp de positie en de status van topsporters toont. 'Vroeger was er in de elitaire media vaak kritiek op heldenverering. Als atlete Fanny Blankers-Koen of Piet Moeskops, de wielrenner, werden gehuldigd, leidde dat vaak tot boze ingezonden brieven. Mensen vonden het zwaar overdreven. De plaats van de sporter in de samenleving is nu veel vanzelfsprekender. En een eigen boek hoeft hij niet meer te verdienen. Dat krijgt hij vanzelf.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden