'Zo hyperagressief als vroeger schaak ik nu niet meer'

In Hoogeveen speelt deze week Judit Polgar, de jongste van de drie Polgarzusters en de sterkste vrouw op de 64 velden die de wereld ooit aanschouwde....

Van onze verslaggever Roelf Ridderikhoff

Judit Polgar is niet meer het bevallige meisje dat tien jaar geleden de schaakwereld versteld deed staan, maar een zelfbewuste jonge vrouw van 23 die haar woorden zorgvuldig kiest en graag lacht. De jongste en meest begaafde van de drie Polgar-zusters behoort al jaren tot de wereldtop.

Ze is deze week in Hoogeveen neergestreken voor de jaarlijkse VAM-vierkamp, ditmaal met Jan Timman, ex-wereldkampioen Anatoli Karpov en jeugdwereldkampioen Darmen Sadvakasov uit Kazachstan. De eerste partij verloor ze van Jan Timman met wie ze de laatste tijd veel heeft getraind.

'Ik heb veel bewondering voor Jan. Hij doet zo veel voor het schaken. Hij schrijft boeken, artikelen, studies, verzorgt op televisie programma's over schaken. Er zijn maar weinig schakers die zoveel van het spel weten als hij.'

Het is voor het eerst dat ze weer in het strijdperk treedt na het toernooi om het wereldkampioenschap in Las Vegas. 'Ik ben heel tevreden over mijn prestaties daar. Zeker na die teleurstellende match tegen Alexei Sjirov die ik met 5-1 verloor. In Las Vegas bereikte ik de vijfde ronde, de kwartfinale, waarin ik verloor van Alexander Khalifman. Geen schande, want per slot werd hij de nieuwe wereldkampioen, ook al hadden weinigen dat verwacht.'

Over de opzet van het toernooi dat volgens de knock out formule werd gespeeld, wil ze ook wel het een en ander kwijt. 'Die formule is niet gebruikelijk in de schaakwereld. Meestal wordt er round robin gespeeld, waarin alle spelers tegen elkaar uitkomen. Het zou beter zijn als er meer knock out toernooien waren. Dan kunnen de spelers er aan gewend raken. Je kunt geen moment verslappen. Een verliespartij en je ligt eruit. Dat is heel anders schaken dan we gewend zijn. Bovendien kan het voor sponsors en publiek ook interessanter zijn. Het schaken heeft een rijke traditie, maar er verandert tegenwoordig zoveel. Waarom zou dat dan ook niet veranderen', stelt ze zichzelf de retorische vraag.

Ze werd beroemd om haar hyperagressieve stijl. 'Dat kan niet meer. Vroeger had ik zwakkere tegenstanders. Nu ik in de top speel ben ik wel gedwongen voorzichtiger te spelen.'

De aanvankelijke weerstand bij de gevestigde orde heeft ze grotendeels overwonnen. 'Aan de ene kant word ik geaccepteerd, aan de andere kant niet', stelt ze diplomatiek. 'Maar door de bank genomen respecteren ze me.'

Favoriete collega's heeft ze niet. 'Ik hou van mooie partijen.' Toch komt ze er niet onderuit een mening over 's werelds sterkste schaker, Gari Kasparov, te geven. 'Hij doet veel voor het schaken, maar hij maakt ook veel kapot. Onze relatie is overigens normaal.'

En over die andere legendarische figuur, Bobby Fischer, is ze al even terughoudend. De voormalige wereldkampioen woont al jaren in dezelfde stad als Judit, maar ze zegt hem al jaren niet te hebben gezien. 'Wel heb ik geruchten gehoord dat het niet goed met hem gaat. Hij schijnt mentaal steeds vreemder te worden.'

Haar jeugd was uitzonderlijk, omdat vader Laszlo in hun ouderlijk huis in Boedapest het idee had opgevat dat hij van zijn dochters genieën kon maken. Een psychologisch en pedagogisch experiment dat met veel scepsis werd bekeken door de buitenwacht. Vader Laszlo en moeder Klara voedden Zsuzsa, Sophia en Judit zelfstandig op, school was er niet bij. De meisjes kregen thuis les in dezelfde vakken die ook op school worden onderwezen. En hij onderwierp ze aan een strenge discipline waarin de studie van het schaakspel centraal stond.

In weerwil van alle tegenwerking is de eigenzinnige Laszlo geslaagd in zijn opzet. Zsuzsa werd wereldkampioen bij de vrouwen, Sophia een sterke internationale grootmeester en Judit ontwikkelde zich in haar sport tot een fenomeen dat de wereld nog nimmer had aanschouwd.

Tot haar gedenkwaardigste momenten rekent Judit de olympiade die de drie zusters en als vierde lid de Hongaarse grootmeester Madl in 1988 wonnen. De schaakwereld was verbluft. 'Ik scoorde twaalfenhalf uit dertien', herinnert ze zich. Ook het kampioenschap van Hongarije in 1991 vervult haar met trots. Ze was toen nog pas veertien.

Over haar jeugd is ze heel positief. 'Ik ben altijd gelukkig geweest. Ik was heel blij dat ik niet naar school hoefde. Ik was ook geen kind dat graag in gezelschap van andere kinderen was. Nu is het leven heel bijzonder. Ik hoef niet op vaste tijden naar een baan. Ik reis veel. Bovendien spreek ik vier talen vloeiend. Uiteraard Hongaars, maar ook Russisch, Spaans en Engels. Daarvan zijn Engels en Spaans mijn favoriete talen.

'Als ik geen zin heb om te trainen, lees ik een boek, ga naar het theater of de bioscoop. Of ik ga bij Zsuzsa in Canada of Sophia in Israël op bezoek. En thuis in Boedapest heb ik mijn hond, Babi. Ik zou het niet anders gehad willen hebben.'

De familieband is nog altijd sterk, ondanks het feit dat haar zusters beiden getrouwd en moeder zijn. Gaat Judit ook trouwen? 'Natuurlijk', is het antwoord. 'En ik wil ook kinderen. Wanneer weet ik alleen niet. Ik weet ook niet of ik dan nog wel blijf schaken. Nu heb ik het gevoel dat ik me nog steeds ontwikkel. En ik wil nog altijd winnen. Maar ik zie het aan mijn zusters. Een baby verzorgen en tegelijk schaken op topniveau is ondoenlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden