Zilver voor Roest op 1500 meter, vijf maanden na zijn botsing met een tractor

Gevraagd naar zijn belangrijkste concurrenten had Kjeld Nuis voor de 1.500 meter een paar namen opgesomd. Koen Verweij, de Noor Sverre Lunde Pedersen, de Amerikaan Joey Mantia en Patrick Roest, zijn ploeggenoot. Nuis, die de afstand dinsdag won in 1.44,01, had het goed gezien. De pas 22-jarige Lekkerkerker werd verrassend tweede op het koningsnummer: 1.44,86. Verweij kwam niet verder dan de elfde plaats: 1.46,26.

Patrick Roest Foto anp

Dat Roest een groot talent is, is onder schaatsers en trainers bekend. Als junior reed hij op de lange afstanden snellere tijden dan Sven Kramer op dezelfde leeftijd. Een paar jaar later is hij de ploeggenoot van diezelfde Kramer. Toch kwam zijn prestatie in Gangneung als een verrassing, want aan het begin van de schaatswinter verkeerde Roest in slechte vorm.

Frustrerend

Hij kampte met de gevolgen van een zware valpartij op skeelers. Aan het eind van de zomer was er tijdens een training een tractor de weg op gedraaid terwijl hij met een stevig gangetje aangeskeelerd kwam. Op skeelers zit geen rem en de tractorband gaf niet mee. Zijn arm wel. Hij brak zijn pols en onderarm. 'Ik ben blij dat het mijn linkerarm en pols zijn, want die leg ik bij het schaatsen toch op mijn rug', liet hij krijgshaftig optekenen in het persbericht dat zijn ploeg na het ongeluk verstuurde.

De realiteit bleek weerbarstiger. 'Technisch gaat het trainen wel, maar zo'n breuk kost heel veel energie. Dus ik was veel moe. Dat was heel frustrerend.' Het herstel ging aanvankelijk langzamer dan gedacht. Hij plaatste zich niet voor de wereldbekerwedstrijden, maar ging wel met de ploeg mee de wereld over, als sparringpartner van Kramer. 'Dat is niet leuk. Vorig jaar reed ik alles, nu keek ik alleen maar toe.'

Uur nagelbijten

Bij het olympisch kwalificatietoernooi verbaasde hij zichzelf door een startbewijs op de 1.500 meter te pakken. In de aanloop naar Zuid-Korea merkte zijn coach Jac Orie al dat hij de opgaande lijn aan het doortrekken was. De blauwe plekken op zijn bovenbenen waren nog zichtbaar, maar het lichaam was duidelijk hersteld. Bij elke oefening die de trainer met zijn stopwatch opnam, zag hij dat zijn pupil sneller was dan ooit. Desondanks kwam de toptijd, die hij al in de vierde rit neerzette, ook voor de coach als een verrassing.

De tijd van Roest prijkte heel lang boven aan het scorebord. Pas na een uur nagelbijten op de tribune met zijn ouders wist hij dat het zilver voor hem was. Hij kon zijn geluk niet op. Geen greintje teleurstelling op zijn gezicht, geen enkele spijt dat zijn ploeggenoot hem te snel af was. 'Ik ben zo blij dat ik op het podium kan staan.'