Zilver van de een is zilver van de ander niet

Met hun tweede plaatsen behoorden Epke Zonderland, Kim Staelens en Henk Grol in 2009 tot de smaakmakers van de Nederlandse sport....

De tweede plaats roept bij sporters vaak tegenstrijdige gevoelens op. Het is een gemiste kans op winst en een belofte voor de toekomst.

Turner Epke Zonderland (23), judoka Henk Grol (24) en volleybalster Kim Staelens (27) kunnen er over meepraten. Met hun opmerkelijke tweede plaatsen behoorden ze dit jaar tot de smaakmakers van de Nederlandse sport. Zonderland werd tweede bij de WK. Grol tweede bij de EK en de WK. En Staelens tweede bij de EK.

Voor Zonderland leverde de tweede plaats alsnog een titel op. Hij werd twee weken geleden gekozen tot sportman van het jaar, dankzij zijn zilveren WK-medaille. De turner blikt met Grol en Staelens terug op een gedenkwaardig jaar, aan de hand van vijf stellingen.

De nummer twee is de eerste verliezer.

Zonderland: ‘Zilver was voor mij dikke winst. Ik had bij een EK of WK nog geen medaille gewonnen. Brons was ook winst geweest. Maar ik weet zeker: hoe verder je komt, hoe meer de tweede plaats voelt als verliezen. Volgend jaar ben ik misschien nog wel tevreden met zilver. Maar mijn doel is goud halen.’

Staelens: ‘Voor ons was een medaille het doel. Het maakte niet uit welke kleur die had. Net na de verloren EK-finale baalde ik gruwelijk van het zilver, maar uiteindelijk was ik er toch blij mee.’

Grol: ‘Voor mij is dit een slecht jaar geweest, met twee keer zilver. Bij de Olympische Spelen gooide ik vorig jaar het goud weg. Nu stond ik weer twee keer in een finale die ik had kunnen winnen, maar niet heb gewonnen. Ik heb een Amerikaanse instelling. Er telt maar één ding, dat is winnen. Ik had nu wereld- en olympisch kampioen moeten zijn.’

Staelens: ‘Had je dat gevoel ook na je eerste zilveren medaille?’

Grol: ‘Ik heb niet vaak zilver gepakt. Ik win heel vaak. Het gevoel dat ik niet de beste ben is erg. Ik heb wekenlang een slecht gevoel gehad. Ik werd ’s nachts wakker vol vragen. Hoe kan ik nou zo verliezen? Hoe is het mogelijk? Ik was er zo dichtbij en toch win ik niet. Daar kan ik heel slecht mee omgaan.’

Zonderland: ‘Het is een goed teken als je alleen voor goud wilt gaan. Dat betekent dat je zo goed bent dat je niet tevreden bent met minder.’

Van verliezen leer je meer dan van winnen.

Grol: ‘Ik heb er alleen maar frustratie van. Er komt niets goeds uit, er komt alleen goeds uit winnen. Sommige mensen vragen me: hoe kun je niet tevreden zijn met olympisch brons? Nou, ik stond in de halve finale en heb het verkloot. Als iemand anders beter is, kun je het misschien accepteren. Maar door je eigen falen verliezen is erg hoor.’

Staelens: ‘Van het mislopen van de Olympische Spelen heb ik geleerd dat het geen zin heeft je druk te maken. We waren toen zo zenuwachtig, dat was niet normaal. We hadden één kans om ons te kwalificeren. Bij het EK moesten we eerste worden. Dat werden we niet. Dat was heel zuur.’

Zonderland: ‘Ik heb geen nachtmerries van mijn val bij de Olympische Spelen, maar ik heb wel momenten dat ik denk: waarom heb ik dat nou zo gedaan? Ik wou een combinatie maken van twee vluchtelementen. Die had ik nodig om een medaille te halen. Maar dat voelde niet goed. Toen heb ik ze afzonderlijk gedaan. Met die tweede ging het mis. Had ik mijn oorspronkelijke plan maar doorgezet, denk ik soms.’

Staelens: ‘We maakten ons zo druk. Wat zullen de mensen denken? Wat als we het niet halen? Je bent totaal niet gefocust op wat je moet doen op het veld, op je eigen kunnen. Dat is verschrikkelijk. Dat kost ontzettend veel energie. Ik weet er ook heel weinig meer van. Ik heb het uit mijn hoofd verbannen. Ik moest laatst een interview geven over de dag dat we de Olympische Spelen misliepen. Ik heb alles uit mijn duim gezogen.’

Grol: ‘Bij de WK dit jaar was het simpel. Als ik twee keer aan de nek van mijn tegenstander had getrokken, had hij een straf gekregen wegens passiviteit. Dan was ik wereldkampioen geweest. Maar ik moest zo nodig aanvallen. Toen ging het mis. Sommige dingen zijn simpel en toch lukken ze in een wedstrijd niet. Daar word ik gek van.

‘Grote kampioenen staan op in finales. Wereld- en olympisch kampioen ben je voor je leven. Als je tweede wordt, ben je volgend jaar vergeten. We kennen allemaal Ellen van Langen en Pieter van den Hoogenband. Daar had ik nu dus gewoon tussen kunnen staan. Klaar.’

Staelens: ‘Grote kampioenen zijn wij dan duidelijk nog niet. Het EK was dit jaar mijn eerste finale. We zaten geen moment in de wedstrijd. Ik denk dat we verloren hebben, omdat we blij waren met het bereiken van de finale. Niet bewust hoor, je staat in de finale en je wilt winnen. Maar onbewust ben je tevreden. De Italianen hadden al zo vaak een finale gespeeld, voor hen telde alleen goud. Dat stukje focus, dat stukje spanning hadden wij net niet.’

Grol: ‘Het is mij ook niet gelukt. Maar als de druk het grootst is, moet je het laten zien, anders heb je gefaald. Kijk naar Lance Armstrong, kijk naar Van den Hoogenband.’

Zonderland: ‘Ik heb wel geleerd van Peking. Ik ben nu bezig een combinatie te verzinnen waarbij ik het risico op een val kleiner maak. Dat is de truc: je moet een oefening maken die wel een hoge moeilijkheidsgraad heeft, maar waarin zo min mogelijk risico zit. In Peking had ik die keus nog niet, maar dit jaar heb ik drie of vier verschillende oefeningen gedraaid. Ik heb nu de mogelijkheid mijn oefening aan te passen aan het niveau van anderen. Dat is de luxe. Daarvan kan ik volgend jaar profiteren.’

Je bent pas een echte topsporter als je een zware blessure hebt overwonnen.

Staelens: ‘Mijn ene knie is nog maar 80 procent. Ik ben er anderhalf jaar uit geweest met een blessure. Ik heb artrose. De knie is van een 45- of 50-jarige vrouw, zeggen de artsen.’

Grol: ‘Dat wordt een kunstknie. Ze maken over tien jaar een titanium knie voor je.’

Staelens: ‘Mentaal ben ik sterker dan vroeger, fysiek niet. Ik verdedig minder goed. Ik doe veel meer met mijn rechterbeen. Met een goede knie was ik veel beter geweest. Maar zolang ik kan sporten, ga ik zeker door. Als ik zou stoppen terwijl ik voel dat ik nog een paar jaar kan spelen, zou ik mijn hele leven spijt hebben.’

Zonderland: ‘Ik train elke dag met pijn in mijn schouders. Ik vind het belangrijk dat ik medisch wordt begeleid, zodat ik weet wat de gevolgen kunnen zijn. Ik wil chirurg worden. Daar heb ik mijn schouders ook voor nodig. Ik hoop dat ik tot mijn 30ste kan turnen, maar de veertig jaar daarna zijn ook belangrijk.’

Grol: ‘Ik vind het knap dat je er zo over denkt. Niks kan mij weerhouden. Pas als ik niet meer kan lopen, stop ik ermee.

‘Bij de WK was mijn knieband al voor het begin ingescheurd. Het gebeurde 5 weken voor de WK, daarvan heb ik er 2,5 niet kunnen lopen. In de eerste partij scheurde ik hem helemaal af. Ik voelde het knappen. Ik had veel pijn, maar ik wilde niet opgeven. Ik had van te voren al gezegd: ik ga meedoen Als het stuk moet, heb ik pech gehad.’

Staelens: ‘Ik kan me die drive van Henk wel indenken. Ik kon het niet accepteren dat iemand in het team op mijn plaats kwam te staan.’

Grol: ‘Mentaal was het heftig. Hoe ga je om met een shock? Je gaat heel gek denken. Pijn is onwerkelijk. Ik zat helemaal te rillen. Ik kon helemaal niet meer, maar ik wilde niet stoppen.

‘Mijn tegenstanders hebben, denk ik, wel nachtmerries gehad van een kreupele tegenstander. Ik moest voor een partij 500 meter omlopen naar de mat. Mijn tegenstander stond al klaar, ik kreeg de final call en iedereen ging er vanuit dat ik niet meer zou komen. Kwam ik toch aangestrompeld. Ik kon niet meer lopen, maar nog wel judoën.’

Zonderland: ‘Tijdens een wedstrijd heb je niet veel tijd om na te denken. Maar ik kan me wel voorstellen dat je er achteraf spijt van hebt.’

Grol: ‘Achteraf was het niet zo verstandig. Ik heb er een hoop ellende van gehad. Ik werd gierend gek van die maandenlange revalidatie. Als ik niet normaal kan trainen zit ik vol adrenaline. Ik heb extreem veel krachttraining gedaan. Kreeg ik irritaties in mijn schouders, ontstekingen door de zware belasting. Het ging van kwaad tot erger. Ik wil nu niet meer zo ver worden teruggeworpen.’

Tweede worden in sommige sporten is moeilijker dan eerste in andere sporten.

Zonderland: ‘Het was best een verrassing dat ik sportman van het jaar ben geworden. Ik hoor vaak dat het komt doordat turnen een grotere sport is dan schaatsen. Ik denk wel dat het moeilijker is om in turnen wereldkampioen te worden, maar ik ben het niet eens met mensen die zeggen dat mijn zilveren medaille beter is dan al die gouden medailles van Sven Kramer.’

Grol: ‘Het is heel lastig. Is judo makkelijker dan turnen? Wij hebben vijf wereldkampioenen in zestig jaar. Eén per tien jaar. Als je het zo bekijkt, is schaatsen een lachertje. Die hebben er misschien wel honderd. Maar omdat ik voor winnaars ben, zou ik toch op Sven hebben gestemd als ik niet in Japan was geweest. Goud gaat voor alles.’

Staelens: ‘Ik heb op Epke gestemd.’

Grol: ‘Ik had wel gehoopt dat ik genomineerd was. Aandacht is voor mij ook goed, zowel financieel als voor de sponsors. Ik moet er toch ook mijn boterham mee verdienen.’

Staelens: ‘Ik vind schaatsen wereldwijd niet zo groot als judo, turnen of volleybal. Ik heb veel respect voor Sven. Ik hou van schaatsen. Maar als je zo veel onderdelen hebt, heb je ook zo een grote erelijst. Ik vind het jammer als mensen zeggen dat Epke niet terecht heeft gewonnen.’

Grol: ‘Als Sven alle schaatsafstanden zou winnen, dan is hij de grote man.’

Zonderland: ‘Als ik had mogen stemmen, had ik op Sven gestemd.’

Grol: ‘Nee! Als je op jezelf mag stemmen, dan stem je toch op jezelf! Je bent schijnheilig joh! Kom op nou!’

Zonderland: ‘Nee, nee. Ik kijk niet objectief naar mijn eigen prestaties. Wat je zelf doet, is niet zo bijzonder.’

Grol: ‘Je gunt het jezelf toch het meest? Of gun je het een ander meer? Ik zie het sportgala als een wedstrijd.’

Zonderland: ‘Ik zie het niet als een wedstrijd. Ik vind het de mooiste waardering van sporters die je kunt krijgen, ook al is het moeilijk om sporten met elkaar te vergelijken.’

Grol: ‘Dat is niet waar. Je hebt er wel een mening over. Je vindt toch ook niet dat die gozer op dat paard had moeten winnen.’

Zonderland: ‘Dat is waar. Ik vond dat het ging tussen Sven en mij, niet Edward Gal.’

Grol: ‘Ik heb jou eens op de radio horen zeggen dat je het jammer vond dat je rivaal geblesseerd was. Dat zou bij mij niet opkomen. Wat mij betreft, breekt iedereen zijn knie. Dan ga ik op het podium staan met een gouden plak.’

Zonderland: ‘Ik heb liever dat iedereen fit is en meedoet. Als ik dan win, ben ik echt de winnaar. Het gaat er mij niet alleen om dat ik kan zeggen dat ik wereldkampioen ben.’

Staelens: ‘Je wilt ook het gevoel hebben dat je echt iedereen hebt verslagen. Dat lijkt me mooier dan weten dat er twee of drie goeden niet bij waren.’

Grol: ‘Ik heb nul vrienden in mijn gewichtsklasse. Ik heb het bijna elke training met een aantal concurrenten zo aan de stok dat we bijna op de vuist gaan.’

Zonderland: ‘Jullie moeten ook echt tegen elkaar vechten.’

Grol: ‘Het is bij ons een fysieke strijd. Het is dan wel een elitaire vechtsport, maar het is ook supergemeen. Als je iemand kunt blesseren, doen sommigen dat. Ik zoek daar niet naar, maar ik ken mensen die dat wel doen.’

Staelens: ‘Heftig.’

Om kampioen te worden moet je naar het buitenland.

Grol: ‘Ik moet af en toe ergens anders trainen, omdat dat mijn niveau opkrikt. Ik moet met betere mensen trainen, bijvoorbeeld in Japan. Maar ik kan niet zo goed van huis zijn. Het maximum is twee weken, daarna krijg ik heimwee.

‘In Japan zou ik niet kunnen wonen. Dan word ik gek. Er gaan weleens mensen zes weken naar Japan. Die stoppen allemaal met judo. Serieus, je wordt er depressief van. Die Japanners oefenen een worp 10.000 keer. Een Nederlander doet het 100 keer, dan is hij er klaar mee.’

Zonderland: ‘In Aziatische landen is zo veel talent. Als een turner geblesseerd raakt, nemen ze gewoon een ander. Ik ben voorzichtig op mezelf, maar de coaches zijn ook voorzichtig op mij. Er is niemand anders.’

Staelens: ‘Ik ben op mijn vijftiende van België naar Nederland verhuisd voor het volleybal. Mijn zus was een jaar eerder al bij mijn opa en oma gaan wonen, mijn ouders en ik zijn een jaar later gekomen. Echt voor de sport. Nu moet ik Nederland weer uit voor de buitenlandse competities.’

Zonderland: ‘Voor mij zijn trainingsmaten van een hoog niveau de voornaamste reden om af en toe naar Amerika te gaan. Vooral voor de meerkamp. Soms is het nodig met jongens te trainen die veel beter zijn. Dan weet je weer dat je wel meerkamp kunt willen doen, maar je beseft ook hoe hard je ervoor moet werken.

‘Als je in je eigen clubje blijft en denkt dat het wel lekker gaat, word je nooit geconfronteerd met anderen die beter zijn. Dan mis je een stuk motivatie. Daarnaast kun je ook van anderen leren. Van hun technieken en van hun coaches.’

Staelens: ‘De overgang naar Nederland was best lastig. Ik was jong en had het naar mijn zin in België. Jongens en meiden trainden gemengd, het was superleuk. Maar op een gegeven moment lieten ze me links liggen. Ze zeiden: waarom zouden we je beter maken als je toch weggaat? Toen wist ik: ik heb hier niets meer te zoeken. In Nederland voelde ik me snel thuis. Mijn moeder is Nederlandse, we spraken thuis Nederlands.’

Zonderland: ‘Ik zou voor twee jaar naar Amerika gaan, maar dat gaat niet door. Het was een universiteit waar alle turners vanaf 18 jaar naar toe gaan. Voor meer concurrentie tijdens de training was het ideaal geweest, al waren er ook nadelen. Je kunt je niet voorbereiden op wedstrijden als het EK, omdat de universiteit eigen wedstrijden heeft.’

Grol: ‘Ik vergelijk mijn trainingen wel met die van de Japanners. Al doe ik veel minder. Zij staan gerust drie uur op de mat, ik hooguit twee. Daar krijgen ze ook de coach met een stok achter zich aan. Als ze niet doen wat er wordt gezegd, krijgen ze gewoon nog meer klappen. Dat kunnen wij ons niet voorstellen. Als je dat in Nederland zou doen, houd je geen judoka meer over.’

Zonderland: ‘Het is niet zo erg dat ik niet voor twee jaar naar Amerika ga. Ik heb nu wat meer financiële middelen, ik kan steeds een paar weken op trainingstage als mij dat uitkomt. Ik kan veel zelf bepalen. Ik word echt geen mindere turner omdat ik niet naar Amerika ga.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden