Giro Tom Dumoulin

Zijn Tom Dumoulins benen in staat om zijn hart te volgen in de Giro?

Zaterdag start de Giro d’Italia. Tom Dumoulin is een van de favorieten. Hij houdt van de koers. Over zijn vorm bestaan vragen. Hij reed niet veel en won nog minder. Wat zijn zijn kansen en wie zijn grootste rivalen? 

Beeld Klaas Jan van der Weij

Kon natuurlijk niet uitblijven, die vraag over Ajax. Een Italiaanse journalist wil van Tom Dumoulin weten of hij een dag eerder ook naar de wedstrijd tegen Spurs heeft gekeken. Ja, dat heeft hij. ‘O man, vreselijk was het. Ik heb er niet van kunnen slapen.’

Het is de enige keer tijdens de ­zestien minuten durende persconferentie dat Tom Dumoulin lacht. Verder speelt hij deze middag vooral op de counter. Na boute uitspraken in het verleden, onder meer over de concurrentie, heeft hij zijn lesje wel geleerd. Geen ophef veroorzaken, luidt zijn adagium tijdens de bijeenkomst. ­Zeker niet als de Giro d’Italia nog moet beginnen.

Dumoulin hoopt de komende drie weken te herhalen wat hem in 2017 al eens eerder lukte: de Giro winnen. Die zege betekende het grootste succes uit zijn carrière. Zijn liefde voor Italië werd er alleen maar sterker door. In Siena zag hij de beroemde paardenraces. In Rome bekeek hij de schilderijen van Caraveggio en via zijn ­Latijnse studie was hij al bekend met het werk van beeldhouwer en architect Bernini.

Maar dat hij klokslag half vijf, een muffig zaaltje in ’s werelds grootste voedselpaleis – Eataly, net even buiten Bologna – binnenwandelt, omringd door cameraploegen, is minder vanzelfsprekend dan het op het eerste gezicht lijkt. Alles wees er op dat hij zich dit jaar vol zou richten op de Tour de France. Maar dat was tot de Giro zijn parcours bekendmaakte. Daarna sloeg de twijfel toe.

Een specifieke data-analyse van KPMG, een van de co-sponsoren van zijn ploeg Sunweb, gaf uiteindelijk de doorslag: het meeste kans op het winnen van een grote ronde zou hij in Italië hebben, met drie tijdritten van in totaal zestig kilometer, en niet in Frankrijk. De Tour doet hij ook, maar voor erbij.

Vaste voorbereiding

De Limburger monstert hoe de tientallen verslaggevers en cameramensen in het zaaltje een plek proberen te vinden. Hij houdt wel van dat rommelige van de Giro, in plaats van de strak geregisseerde industrie die de Tour de France is geworden. Mario Cipollini, de kleurrijke Italiaanse sprinter uit de jaren negentig, zei ooit: ‘De Giro rij ik met mijn hart, de Tour met mijn hoofd.’ Het lijkt in grote mate ook voor Dumoulin te gelden.

Een chauvinistische Italiaanse verslaggever wil weten of hij de roze trui mooi vindt. Nou vooruit, nog één glimlach. ‘Hij is prachtig’, zegt ­Dumoulin. ‘Het staat me goed.’

De grote vraag is of de leiderstrui over drie weken op het podium in ­Verona om zijn schouders zal hebben. Met slechts 16 koersdagen dit jaar is het gissen naar zijn vorm. Zijn laatste wedstrijd, een drijfnatte editie van Luik-Bastenaken-Luik, liep met een ­vijftigste plaats uit op een teleurstelling. ‘Maar laten we hopen dat dat kwam door het weer.’

Zijn voorbereiding verliep in grote lijnen hetzelfde als in voorgaande ­jaren. Hij reed de UAE Tour (zesde), de Tirreno-Adriatico (vierde) en ging op hoogtestage (Tenerife). Er was weinig aanleiding om zaken te veranderen, zegt hij. ‘De afgelopen twee jaar werkte dit goed voor mij. Hopelijk nu weer.’

Toch komt hij anders binnen dan ­Primoz Roglic, die na het afhaken van de Colombiaan Egan Bernal van Sky de grootste concurrent voor de eindzege lijkt. De Sloveense troef van Jumbo-Visma schreef vorige week de Ronde van Romandië op zijn naam. Eerder dit jaar won hij al de Tirreno-Adriatico, ook wel ‘de kleine Giro’ genoemd.

‘Als je veel wint, is dat ontegenzeggelijk leuk’, zegt Dumoulin. ‘Ik was daar niet toe in staat. Primoz wel. Goed voor hem.’ Hij laat achterwege dat Roglic ook weleens te vroeg in vorm zou kunnen zijn.

En dan is er nog zijn ploeg. Aanvankelijk zouden de nieuw aangetrokken Nicolas Roche en Wilco Kelderman hem bijstaan in het hooggebergte, maar zij haakten af met blessures, net als Martijn Tusveld. Sam Oomen, vorig jaar negende in de Giro, is nu ­Dumoulins meesterknecht.

Tijdrit van zaterdag

Al vaak werd Dumoulin, tot zijn grote ergernis, gevraagd of zijn ploeg wel sterk genoeg is om hem drie weken lang te steunen, tot diep in de finale. ‘Wat denk je dat ik ga zeggen?’, antwoordde hij dan. Dit keer houdt hij het zakelijk. ‘Ik heb alle vertrouwen in het team. Ik denk dat we sterk genoeg zijn.’

De eerste slag zal hij zaterdag willen slaan, als de Giro begint met een tijdrit over 8,2 kilometer, waarvan de laatste twee kilometer steil omhoog gaan, richting de kathedraal San Luca, iets voorbij het stadion van serie A-voetbalclub Bologna. Mooier kan bijna niet, het roze ligt voor het grijpen.

O ja, is dat zo?’, zegt hij, wetende dat hetzelfde geldt voor Roglic. ‘Het hangt van mijn benen af.’ Hij wijst op de ­tijdrit op het WK in Bergen, twee jaar terug, die ook eindigde met een klim. ‘Die vloog ik op. Maar vorig jaar kwam ik in Innsbruck op een beklimming niet vooruit. Het moet maar net ­klikken.’

En zo komt het toch weer op Ajax en de harde les dat je nooit te vroeg moet juichen. ‘Precies’, zegt Tom Dumoulin. ‘Zaterdagavond weten we meer.’

De rivalen: Primoz Roglic 

Als gewezen schansspringer had hij geen idee wat het fietsen van een grote ronde betekende. Bij zijn debuut in de Giro d’Italia, in 2016, kermde Primoz Roglic zo’n beetje na elke etappe dat zijn lijf zo zeer deed, dat hij als een berg opzag ­tegen de volgende dag en eigenlijk het liefst naar huis ging. Op zijn tandvlees haalde hij het einde, als 58ste.

Drie jaar later en twee deelnamen aan de Tour de France verder staat de 29-jarige Sloveen in Bologna als topfavoriet aan de start. Hij weet intussen wat drie weken lang koersen op het hoogste niveau ­vereist. Zijn ploeg Jumbo-Visma gaf hem het volle vertrouwen na zijn vierde plek in Frankrijk van vorig jaar.

Hij heeft er de afgelopen maanden alles aan gedaan eventuele twijfels weg te ­nemen. Hij won elke etappekoers waaraan hij deelnam: de UAE Tour, Tirreno-Adriatico en de Ronde van Romandië. Zijn aanvallende stijl leverde hem ook nog ­ritzeges op, het tijdrijden ging hem goed af. Diezelfde gretigheid leidde ook tot vragen: heeft hij al te veel met zijn krachten gesmeten? Gaat de loodzware slotfase hem in Italië opbreken?

Hij maakt zich geen zorgen. De vorm is goed dankzij een ­wekenlang verblijf op hoogte in de Sierra Nevada. Hij rekent op de steun van fans uit het nabije Slovenië. Op zijn ploeg kan hij zeker bouwen. Vorig jaar verklaarde hij dat hij zich tussen de Nederlanders wel eens een buitenbeentje voelde. Maar de stemming is intussen opperbest. Zijn ploeggenoten voelen zich in staat net wat extra’s te geven in de wetenschap dat hun kopman niet voor de top 10 rijdt, maar voor niets ­minder dan de winst.

Primoz Roglic. Beeld EPA

De rivalen: Miguel ­Ángel López

Superman wordt hij genoemd, Miguel ­Ángel López. De 25-jarige Colombiaan dankt zijn bijnaam aan een incident van een paar jaar geleden, toen twee criminelen dachten zijn dure racefiets te kunnen stelen, maar buiten de oerkracht van de tengere renner rekenden. López hield aan de vechtpartij een flinke snee in zijn been over, maar zijn fiets bleef van hem.

2018 was zijn beste jaar tot nu toe: derde in de Giro, derde in de Vuelta. ­Nadat hij begin februari de Ronde van Colombia had gewonnen, brak zowaar iets van een Superman-koorts uit. Landgenoten zien in hem de opvolger van Luis Herrera, ‘de kleine Tuinman’, die in de jaren tachtig als eerste Colombiaan de bergtrui won in de Tour de France.

Zoals veel van zijn landgenoten ­bereidde López zich in eigen land voor op de Giro. Hij rendeert nu eenmaal het best met familie, eigen voedsel en vertrouwde bergen in de buurt. De lange vliegreis neemt hij op de koop toe. ‘Eén lange film en je bent er al bijna.’

In 2016 won hij al eens de Ronde van ­Zwitserland en dit jaar schreef hij de Ronde van Catalonië op zijn naam. Maar kan ­López ook een ronde van drie weken winnen? Hij is een aanvaller, maar geen tijdrijder, zoals ­Dumoulin of Roglic. Dat maakt hem kwetsbaar. Als López de Giro wil winnen, dan moet dat in het hooggebergte gebeuren.

Dit jaar heeft hij bewust gewerkt aan het verbeteren van zijn tijdrit. ‘Gelijke tred houden met Tom Dumoulin zal moeilijk gaan’, weet hij. ‘Maar elke ­procent die ik kan verbeteren brengt me dichter bij hem.’

Miguel ­Ángel López. Beeld EPA

De rivalen: Simon Yates

Het klinkt bijna als een dreigement: ­Simon Yates (26) keert terug naar de Giro d’Italia omdat hij er unfinished business heeft liggen. Dit keer wil de Brit het karwei afmaken.

Die drijfveer laat zich makkelijk verklaren. Hij leek vorig jaar de eindzege voor het grijpen te hebben, totdat hij in de twee-na-laatste etappe op de Colle delle Finestre volkomen uitgepierd bleek. De tot dan fiere drager van het roze zou uiteindelijk in Rome als 21-ste eindigen, op ruim een uur en een kwartier van eindwinnaar Chris Froome.

Hij doet het anders, tegenwoordig. ­Lessen zijn geleerd. Vorig jaar had hij te snel het uiterste van zichzelf gevraagd. Hij was bijna geobsedeerd door de marge die hij voor een tijdrit op specialist Tom Dumoulin wilde uitbouwen. Weliswaar bleef het tijdverlies beperkt, maar in de daarop volgende etappes betaalde hij de tol voor de verkrampte houding die hij in de race tegen de klok had aangenomen.

Wat hem ook opbrak waren de verplichtingen die de drager van de roze trui heeft. De huldigingen en de interviews na afloop leidden ertoe dat hij telkens laat in het rennershotel terugkwam en dan pas kon eten. Dan slaap je al snel wat minder. In de afgelopen Vuelta, door hem gewonnen, kreeg hij nu meteen na het passeren van de finish wat rijst of pasta onder de neus geschoven.

Tweelingbroer Adam reed zich dit ­s­eizoen meer in de kijker dan hij. Maar één opvallend resultaat was er: in ­Parijs-Nice won Yates de tijdrit. Als hij dat kunstje nu ook beheerst, wacht in Italië wellicht nu wel voltooiing van ­zaken.

Simon Yates. Beeld AP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.