Reportage Maarten van der Weijden

Zieke Maarten van der Weijden staakt zijn extreme zwemtocht langs de elf Friese steden

Maarten van der Weijden heeft zijn extreem zware zwemtocht langs de elf Friese steden maandagmiddag even voorbij het Friese Burdaard moeten afbreken. Hij was te misselijk om zijn 200 kilometer lange route te voltooien. Volgens een woordvoerster van de olympisch kampioen heeft Van der Weijden overgegeven. Ook had de zwemmer het erg koud. Artsen constateerden verder dat zijn zoutgehalte niet op peil was. Van der Weijden had op dat moment 163 kilometer zwemmend afgelegd. Hij is voor onderzoek naar het Medisch Centrum Leeuwarden gebracht.

Maarten van der Weijden bij Feinsum. Beeld ANP REMKO DE WAAL

Enkele uren eerder was er nog het positieve nieuws dat Van der Weijden goed door zijn tweede nacht was gekomen. De steun voor hem in de nachtelijke uren was overweldigend, zei zijn woordvoerder. ‘Er stonden ontzettend veel mensen langs het water. En er was geen brug waarop hij niet werd toegejuicht.’ Ook schenen boeren met de koplampen van hun trekkers over het water om het de zwemmer wat makkelijker te maken.

Van der Weijden was zaterdagochtend aan de langste zwemtocht van zijn leven begonnen. De 37-jarige oud-olympisch kampioen wilde de Elfstedentocht zwemmend voltooien, voor het goede doel. Hij had ruim zestig uur voor de 200 kilometer door Friesland uitgetrokken. Hij hoopte maandag 19.00 uur terug te keren in Leeuwarden. Die verwachting werd later bijgesteld naar middernacht, totdat maandag rond 13:15 uur bleek dat Van der Weijden te ziek en te koud was om door te zwemmen. 

De Volkskrant voer zaterdag een stuk met Van der Weijden mee en zag zijn ontberingen en motivatie van dichtbij. Hieronder de reportage.

Beeld Klaas Jan van der Weij

Zaterdag 18 augustus 2018. Maarten van der Weijden neemt het in zijn eentje op tegen de elementen, maar alleen is hij niet. Hij wordt omringd door een kleine vloot volgboten: twee reddingsboten, een praam met zijn coach en arts, een uit de kluiten gewassen sloep als varend hoofdkwartier en een bootje waarin journalisten van dichtbij de onderneming kunnen volgen. En dan is er nog een elektrische sloep, die met een digitale klok op de achtersteven direct voor zijn neus vaart.

Al die bootjes zijn erbij om een zo veilig mogelijke tocht te garanderen, maar ze beschermen hem ook tegen de elementen. Hij kan in het zog schuilen ­tegen wind en golfslag. Dat is soms hard nodig. Als Van der Weijden zaterdagmiddag het Slotermeer oversteekt is de tegenwind aangewakkerd tot bijna 5 Beaufort. Op het meer blijkt het flottielje te klein om de witgekopte golven tegen te houden. Een passerende botter biedt uitkomst en vormt met een ander flink jacht een waaiertje, zoals wielrenners dat doen, om Van der Weijden uit de wind en de golven te houden.

Een van zijn grootste uitdagingen is om warm te blijven. Tijdens de laatste hete dagen van augustus was het Friese water opgewarmd tot 26 graden. ‘Toen maakte ik wel een vreugdedansje’, vertelde Van der Weijden vooraf. Maar in de week voor de start liep de temperatuur snel terug tot 20 graden. ‘Dat is niet zo koud als je er een half uur in zwemt, maar wel als je er 60 uur in moet liggen.’

Continu dreigt het gevaar van onderkoeling. Daarom heeft hij een thermometerpil ingeslikt. Op de praam kan zijn arts precies zien hoe hoog zijn lichaamstemperatuur is. ‘Als die onder de 35 graden komt, is dat de grens voor mijn gezondheid. Dan moet ik eruit en eerst opwarmen voordat ik verder mag.’

Poepbacteriën

Met de benen strak tegen elkaar, het bovenlichaam ­roterend en met stevige ­armslagen maalt Van der Weijden de kilometers weg door het groene Friese water. Bij elke ademteug die hij tussen zijn slagen maakt sijpelt dat water zijn mond binnen. Water dat te vies was om er recreanten in te laten zwemmen vanwege de aangetroffen ‘fecale verontreiniging’: poepbacteriën als E.coli en ­enterokokken.

Van der Weijden: ‘De kans dat ik buikgriep zal krijgen is groot, maar dat kan ik wel dragen. Al kan het wel invloed hebben op het volbrengen van de tocht.’

Mocht hij diarree krijgen, dan hoeft hij zich over een aspect in ieder geval geen zorgen te maken. Hij kan al zwemmend poepen, want speciaal daarvoor is er een flap aan de ­achterkant van zijn pak gemaakt dat hij open kan ritsen als hij moet. Op dat moment kijken de begeleiders in de volgvloot even decent de andere kant op.

Aanvankelijk was het plan dat Van der Weijden in elk van de elf Friese steden gezelschap zou krijgen van een groep recreanten, maar dat werd uit gezondheidsredenen afgeblazen. Ferd Crone, burgemeester van ­Leeuwarden riep mensen op niet op eigen houtje de oud-olympisch kampioen te vergezellen. ‘Het is niet stoer om zieker te worden dan een ander’, benadrukte hij.

Ondanks zijn oproep, waren er toch enthousiastelingen die zich met badmuts en zwembril op naast Van der Weijden meldden. Zo ook vlak voor Sloten, waar een man slechts een glimp van de zwemmer weet op te vangen, verborgen als hij is tussen de begeleidende boten. Bovendien ligt het tempo van de voormalig wedstrijdzwemmer veel te hoog voor de recreant. Slechts een tiental meters gaan ze gelijk op, voordat de man afdruipt en de wal opzoekt.

Beeld Klaas Jan van der Weij

Uitputting

Zaterdag neemt Van der ­Weijden op elk traject een voorsprong op zijn vooraf ­uitgerekende tijdschema. ­Alleen al op het stuk tussen Sneek en IJlst, 4 kilometer, is hij twintig ­minuten sneller dan verwacht. ‘Het lijkt wel alsof hij door die boot wordt getrokken’, zegt een hoogblond ­jongetje dat met zijn ouders in een speedbootje een stukje mee vaart. Hij heeft gelijk. Van der Weijden zwemt met grote lome slagen, zijn benen bijna stil. Het ziet eruit of het geen moeite kost, maar het gaat heel hard.

In de nacht van zaterdag op ­zondag verandert dat beeld. Van der Weijden krijgt spierpijn. De zwemmer raakt vermoeid en neemt twee keer een pauze om bij te komen. Hij doet een poging om in een tentje op een vlot eventjes te slapen, terwijl hij zich had voorgenomen nooit langer dan twintig minuten te rusten. En dan alleen als hij zou gaan hallucineren, zoals dat gebeurde tijdens zijn langste training van 130 kilometer. ‘Ik zag allemaal fata morgana’s, toneelstukjes, roze waterfietsen. De meest rare dingen.’

Met twintig minuten rust kan hij zijn hersenen de broodnodige ­ontspanning bieden, maar voorkomt hij dat zijn spieren in de ‘herstelmodus gaan’, legde hij voor het weekeinde uit. ‘Als dat gebeurt, dan word je helemaal stijf en kom je niet meer op gang.’ Maar zaterdagnacht, vlak voor Workum, kan het niet ­anders.

Zo begint Van der Weijden zondagmorgen ineens met een ruime ­achterstand op het tijdschema aan de tweede 100 kilometer, met de ­eindeloze kilometers tussen Harlingen, langs Franeker naar Dokkum voor de boeg. ‘Dat is de Hel van het Noorden. Daar zie ik echt tegenop. Dan kom ik op een afstand die ik nog nooit heb gedaan.’

Ondertussen houden zijn begeleiders goed in de gaten of Van der Weijden nog helder van geest is. Ze communiceren met hem door vragen en mededelingen op een whiteboard te schrijven.

Hijzelf praat terug. ‘Mijn begeleiders kijken of ik antwoord kan geven op simpele vragen: welke dag is het, de naam van mijn vrouw, et cetera.’ Als dat niet meer lukt, halen ze hem eruit.

Maarten van der Weijden tussen IJlst en Sloten. Beeld Klaas Jan van der Weij

Motivatie

De Elfstedenzwemtocht heeft wat van weg een elfvoudige intocht van Sinterklaas. Bij elk stadje staan er duizenden toeschouwers halsreikend de vaart af te turen. Komt hij er al aan? Ook in Osingahuizen, een klein dorpje in de buurt van Heeg, staat het publiek rijendik. Een honderdtal geïnteresseerden moet in allerijl de brug af als die voor de volgkaravaan omhoog moet. Het gaat allemaal goed. ­‘Maarten’, juichen de mensen. ‘Zet hem op!’

Van der Weijden doet het niet voor de aanmoedigingen. Hij is aan zijn waanzinnige onderneming begonnen uit schuldgevoel. ‘Omdat ik als voormalig kankerpatiënt wel het ­geluk heb gehad om te herstellen. 40 duizend Nederlanders per jaar hebben dat geluk niet. Dat is niet eerlijk.’

Als een martelaar ondergaat hij de pijn van 200 kilometer zwemmen. Het doel is geld in te zamelen voor KWF Kankerbestrijding. ‘Als ik had kunnen wegkomen met iets minder extreems, dan had ik het graag ­gedaan. Maar voor mij is het belangrijk dat ik het extreemste doe wat ik me kan voorstellen om te kunnen ­verantwoorden dat ik mensen om hulp vraag.’

Beeld Klaas Jan van der Weij

Plezier heeft hij niet in het zwemmen. Zeker niet drie dagen lang. ‘Het spel om mijn stinkende best te doen en manieren te vinden waarop dat kan, vind ik wel leuk.’ Hij heeft lol ­gehad in het trainen en in de ­randzaken, van het bedenken hoe hij in het water het beste kan worden bevoorraad – met een bekerhouder aan een stok – tot het gebruiken van een ­speciale lichtbril om de nachten ­beter door te komen.

Het lijden is een noodzakelijk kwaad. ‘Vaak is het vooruitzicht op pijn erger dan de pijn zelf’, zegt hij monter de dag voordat hij start. ­Zondagmorgen klinkt het al heel ­anders als hij voor de NOS-camera’s met zijn begeleiders praat: ‘Mijn ­lijden kent wel ergens een grens, waar ik vooraf dacht dat het ­grenzeloos was.’ De finish maandag in Leeuwarden is nog ver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.