Reportage indoorroeien

Zeven minuten sjorren aan een ketting wringt indoorroeier helemaal uit

De krachtmeting op de ergometer is meedogenloos. Menig deelnemer aan het NK indoorroeien tuimelt na afloop van het toestel en blijft met pompende borstkas liggen. ‘Het mooie is dat je je niet kunt verstoppen.’

Nederlands kampioenschap Indoor Roeien, Vrouwen Elite. Beeld Klaas Jan van der Weij

De idylle van het roeien, mocht die überhaupt bestaan op topsportniveau, is deze zaterdagmiddag in Amsterdam ver weg. Nergens ruist het riet, klotst het water onder de boot, druipen druppels van de riemen of roert zich de meerkoet.

Het strijdtoneel wordt vandaag gevormd door de vloer van de Sporthallen Zuid. Daar staan 72 ergometers in het gelid, beschenen door felle lampen en omringd door enkele duizenden toeschouwers; begeleiders, familie, fans, verenigingsgenoten. Zij kunnen de atleten achter een boarding op enkele armlengten gadeslaan en toeschreeuwen, al moeten ze dan wel het volume van beukende beats zien te kloppen. ‘Alles geven!’

Het is geen poging aan te haken bij de tijdgeest. Dit is traditie. Het is de dertigste keer dat de Amsterdamsche Studenten Roeivereniging Nereus rond de dies natalis van 10 december de Nederlandse kampioenschappen indoorroeien organiseert. 

Nukkig vliegwiel

Zo’n zeventienhonderd deelnemers meten in ruim twintig categorieën de krachten. Heen en weer schietend op een bankje, sjorrend aan een handle met een ketting die vast zit aan een nukkig en zwaar vliegwiel, leggen ze virtueel twee kilometer af. Op een display voor hun neus volgen ze hun vorderingen, op een groot scorebord ziet het publiek de onderlinge verschillen in meters. ‘Kop erbij houden, nu!’

Ze gaan in die pakweg zeven minuten ver in het rood. Menigeen tuimelt daarna van het toestel en blijft liggen, met pompende borstkas en de ledematen in spreidstand. Anderen zoeken op wankele benen de uitgang. Later komen bekentenissen dat in de beslotenheid van de toiletten de maag is omgekeerd.

Toch is het ergens goed voor. Het evenement, waar de vrouwen van het nationaal roeiteam de hoofdrol hebben, geldt intussen als een belangrijk meetpunt op weg naar grote internationale wedstrijden. Dit keer zijn dat de Olympische Spelen in Tokio. De verwachte namen maken het waar. 

Ilse Paulis (26), met Maaike Head goed voor goud in Rio de Janeiro in de lichte dubbel twee, klokt in haar klasse  7.00,9 en snoept daarmee haar vroegere partner het record op de NK af. Ze is met een zilveren medaille op de WK in Linz, samen met Marieke Keijser, al zeker van een ticket naar Japan. 

José van Veen (33), in Brazilië in de acht zesde, is te midden van de elite met 6.35,5 de sterkste. Dat zij naar Tokio gaat, staat nog niet vast. Het is dringen voor een plek in de al geplaatste vier zonder.

De winnaars van zaterdag hebben wat gemengde gevoelens over het indoorroeien. Beeld Klaas Jan van der Weij

Jongere vrouwen

Hoofdcoach Josy Verdonkschot laveert tussen tribune en catacomben. Hij beschouwt de prestaties in de Zuidhallen als een onderdeel van de selectieprocedure en is bezig de puzzel te leggen voor met name de vier zonder en de dubbelvier, waar volgens hem de kansen op goud het grootst zijn. De acht, niet langer prioriteit, wil hij gaan gebruiken als een opstart voor jongere vrouwen – met een schuin oog kijkt hij al naar de Spelen in Parijs.

Verdonkschot: ‘Zo’n ergometer is een wat ruwe manier om het absolute vermogen te kunnen bepalen. Het is niet allesbepalend. Dat hier de zwaarste meiden bovenaan eindigen is logisch. Maar als je zwaar bent, zakt het bootje nu eenmaal wat dieper weg. Het zijn uitslagen met voorbehoud.’

De winnaars van zaterdag hebben wat gemengde gevoelens over het indoorroeien. Olympisch kampioen Paulis: ‘Het mooie is dat je je niet kunt verstoppen. Het is eerlijk. Wat je erin stopt, komt er uit.’ Maar ze mist het spel met de boot – inspanningen leveren, terwijl je intussen de balans en de snelheid moet zien te houden. Routinier Van Veen: ‘Het aantrekkelijke is het simpele: je ritme vasthouden. Ik focus me helemaal op mijn schermpje.’

Het doet zeer. Op de ergometer kun je dieper gaan dan op het water. Van Veen: ‘Daar ben je bezig de boot te controleren, gelijk te blijven met je teamgenoot. Dan kun je niet alles op kracht doen.’ Paulis: ‘Na 500 meter voel je al de verzuring in de benen. De longen beginnen te branden. Je gaat je alleen maar slechter voelen, misselijk worden zelfs. Ik zoek dan maar houvast aan de splittijden.’ 

Pijn negeren

Van Veen probeert te voorkomen dat ze ‘de blubber ingaat’. ‘Je moet je niet te snel laten verleiden te versnellen als het begin zo makkelijk gaat. Meestal lukt dat tot 1.400 meter. Dan is er nog ruimte om alles te geven en moet je de pijn maar negeren.’

De krachtmeting op het toestel is ook meedogenloos. De ergometer liegt niet. Paulis is zaterdag ruim zes seconden sneller dan Marieke Keijser, haar metgezel op het water. Leidt dat niet tot scheve gezichten? Paulis: ‘Nee. Het draait in de boot niet alleen om kracht. Roeien is ook een tactisch spelletje, er komt techniek bij kijken.’ Van Veen: ‘Er zijn verschillende type roeiers. De een is goed op slag, de ander komt vanwege de power meer tot haar recht in het midden van de boot. Iedereen heeft zijn specifieke waarde.’

Buiten de zaal wordt coach Verdonkschot aangeklampt door de 22-jarige Dieuwertje den Besten. Haar gezicht is betraand. Ze heeft het verknald, in de laatste 500 virtuele meters is ze compleet ingestort. Hij stelt haar gerust, ze blijft in beeld, afgelopen zomer was ze nog in de acht kampioen geworden op de WK onder de 23, in Sarasota, Florida. Hij weet waartoe ze in staat is. Daar kan die gelijkhebberige ergometer nog een puntje aan zuigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden