Zeurende rug en schrijnende knie: redt Ter Mors het tot de hoogste trede?

'Ik word al vier jaar teruggefloten door mijn lichaam'

Sinds ze twee jaar geleden werd aangekondigd als de nieuwe Eric Heiden, heeft Jorien ter Mors veel ruzie met haar lichaam gehad. Voor deze Spelen zette ze toch weer haar knie en rug op het spel. Die gok moet zich woensdag uitbetalen op de 1.000 meter.

Jorien ter Mors tijdens een training in de olympische schaatshal in Gangneung. Foto ANP

Twee jaar geleden voorspelde Erben Wennemars op de radio hoe Jorien ter Mors bij de Winterspelen van Pyeongchang alle zeven afstanden op de langebaan zou winnen. Hij zag in haar de nieuwe, Nederlandse Eric Heiden. Als een dief in de nacht zou de shorttrackster al het goud kunnen pakken, van de 500 meter tot het nieuwe onderdeel massastart. 'Alles gaat ze weghalen voor de langebaanschaatsers', voorspelde hij.

Teruggefloten

Ter Mors moet even grinniken als ze eraan wordt herinnerd. 'Dan moet je wel op alle zeven onderdelen starten.' Ze komt er niet eens bij in de buurt: ze is woensdag alleen medaillekandidaat op de 1.000 meter. Het lijf van de 28-jarige Ter Mors stak een stokje voor zo veel ambitie. 'Ik word al vier jaar teruggefloten door mijn lichaam, sinds Sotsji. Ik wil heel veel. Ik wil heel graag, maar mijn lichaam wil niet alles. Ik moet zuinig zijn en proberen het maximale te halen uit dat wat ik wel kan.'

Het zijn de woorden van een vrouw die al veel te vaak de fysieke grens heeft genegeerd. Tot in Sotsji leek er niets te zijn wat de Twentse op schaatsen niet kon. Ze schreef sportgeschiedenis door zowel op de langebaan als het krappe shorttrackbaantje tot de medaillekandidaten te behoren: ze deed op de vorige Spelen aan zes afstanden mee (twee langebaan, vier shorttrack). Uiteindelijk bleef ze met lege handen achter op de baan van 111 meter, maar werd ze wel olympisch kampioen op de 1.500 meter.

Voorbode

Die afstand was in 2014 niet eens haar belangrijkste onderdeel. Eigenlijk had ze haar zinnen op de 3 kilometer gezet. Omdat ze pas net de overstap van shorttrack naar langebaan had gemaakt, had ze nog wat moeite met de snellere - en daarmee meer technische - nummers op de 400-meterbaan. Tijdens het olympisch kwalificatietoernooi werd ze kort voor de 3 kilometer ziek. Pech, was toen het oordeel, maar misschien was het een voorbode. Een vroege waarschuwing van haar lijf: wees zuinig met me.

Nadat ze in Sotsji haar motor op volle toeren had laten brullen, nam ze nauwelijks gas terug. Ze ging op vakantie naar Tibet. Eenmaal terug flirtte ze met het baanwielrennen. Ze sloot zich aan bij de nationale selectie. Al vrij snel ging het mis. Uit de Himalaya had ze een streptokokkeninfectie meegenomen en bij het doortrainen had ze haar lichaam uitgeput. Haar ooit zo onwrikbare conditie lag aan diggelen. Zelfs traplopen was zwaar. Overreaching noemde de schaatsbond het: te zwaar belast.

Toen ze na een jaar afwezigheid terugkeerde, sloot ze al snel weer aan bij de wereldtop. In het seizoen van haar rentree won ze de 1.000 en 1.500 meter op de WK afstanden, ze werd vierde op de 500 meter. Dat toernooi in het Russische Kolomna was de basis van de zevenvoudige medaillefantasie van Wennemars.

Onmacht

Daarna bleek telkens dat Ter Mors kwetsbaar was. Ze was vatbaar voor ziektes en kreeg steeds vaker met kleine blessures te maken. Een daarvan, een knieprobleem, werd chronisch. De problemen zijn nog altijd niet voorbij. 'Aan die knie is echt geen touw vast te knopen. Misschien is-ie morgen niet meer pijnlijk en vandaag wel. Ik houd me er niet meer zo mee bezig. Hij zit er nog aan en hij werkt. Daar doen we het mee.'

Een veel groter probleem was haar rug. In het eerste deel van de winter schoot het erin en kon Ter Mors alle krachttrainingen uit haar schema wegstrepen. 'Ik heb zes weken amper krachttraining kunnen doen door mijn rug.' Af en toe tilde ze meer voor de vorm dan voor het effect een halter op. 'Lafjes', vatte bondscoach Jeroen Otter die trainingen samen.

Zonder oefening boette Ter Mors snel aan kracht in. Dat ging ten koste van haar start. Bij het olympisch kwalificatietoernooi in december plaatste ze zich alleen op de 1.000 meter. Ze blameerde zich op de 1.500 meter en mocht haar olympische titel niet verdedigen. Haar lichaam weigerde dienst. Alweer. Ze huilde tranen van onmacht.

Risico

Otter bedacht een noodplan. 'Je moet roeien met de riemen die je hebt en dat is er één: de 1.000 meter.' Die sprintafstand vereist een vlotte eerste paar meters en dus moest Ter Mors haar krachttraining weer oppakken, tegenstribbelend lijf of niet. 'Als we gaan meedoen voor de prijzen, dan zal je alles aan de kant moeten zetten en de pijn verdragen', zei Otter.

Het was gokken met haar lichaam. De ergste rugklachten waren voorbij, maar een terugval of zelfs een verslechtering van haar situatie was niet ondenkbaar. Ter Mors accepteerde dat. 'Het is alles of niets. We nemen een risico, ja. Mocht die rug breken, dan heb ik niets, maar als ik het niet zou oppakken, dan zou ik ook niets halen op de Spelen.' De gewichten gingen weer op de halters en ze plaatste als vanouds foto's van haar krachttraining op Twitter en Instagram.

De jackpot hebben ze nog niet gewonnen, maar de hoofdprijs is mogelijk. 'Ze is er goed doorheen gekomen, kennelijk', constateert Otter na de eerste trainingen op het ijs in Gangneung. De rugpijn is onder controle en haar start is flink verbeterd. In een trainingswedstrijdje bleef ze maar net boven de beste tijd ooit op zeeniveau gereden. Otter en Ter Mors kijken daarom vol vertrouwen naar de 1.000 meter. Haar knie mag dan schrijnen en haar rug zeuren, het schaatsen gaat goed. 'En als het schaatsen goed gaat, zit je al snel lekker in je vel.'


De mooiste verhalen over de Olympische Winterspelen

Lees alles over de gouden regen van de Nederlandse atleten, verzameld op één pagina.