Zesdaagse voor alles een onderonsje

De tweede Zesdaagse van Amsterdam zit erop. De sterk verbeterde accommodatie bood veel winstpunten, maar het idee dat dit wielerspektakel vooral een kroegsport is kon zij niet wegnemen....

Een heel tribunevak van het Velodrome in Sloten is op de slotavond van de Amsterdamse Zesdaagse het domein van de familie, vrienden, kennissen en klanten van slagerij Slippens uit Opmeer. De slagerij is tevens sponsor van het evenement en ondersteuner van het Nederlandse koppel Danny Stam/ Robert Slippens.

Die andere familie - die van Danny Stam - blijkt ook over een forse kennissenkring te beschikken. Danny en vader Cees (viervoudig wereldkampioen achter de grote motoren, nu bestuurder van de derny) hebben het, ook onder het rijden, maar druk met het zwaaien naar bekenden op de tribunes. De Zesdaagse is voor alles een onderonsje.

'Mooi hé, dat meelevende publiek', probeert Velodrome-directeur Frank Boelé de onophoudelijk dreunende muziek te overstemmen. Staande aan de binnenste rand van de beangstigend steile baan valt dat nog niet mee. Praten tijdens een Zesdaagse leidt als vanzelf tot keelproblemen. Die vorderend de avond toenemen naarmate het wielerbaantje meer en meer in sigarettenrook wordt gevangen.

Dat is dan weer een nadeeltje - zeker voor de naar lucht happende renners - van de opknapbeurt die het Velodrome de afgelopen maanden heeft ondergaan. Vorig jaar, toen voor het eerst sinds 1969 weer eens een zesdaagse werd verreden in Amsterdam, was het overdekte wielerbaantje nog zo tochtig dat de rook vanzelf wegtrok. 'We hebben nu de knusse accommodatie die bij zo'n evenement past', brult directeur Boelé.

De baas van het Velodrome - een pretentieuze naam voor wat hijzelf vorig jaar nog als 'een trainingsschuur' aanduidde - straalt deze avond een en al tevredenheid uit. Het complex is vrijwel volgestroomd en dat betekent dat bijna 2500 mensen getuige zijn van de finale. Waarmee het totale toeschouwersaantal op bijna twaalfduizend uitkomt, zo schat de organisatie vergenoegd.

Wat het aandeel van de betalende bezoekers daarin is vooralsnog onduidelijk. Ook op deze slotavond wemelt het van de sponsors en genodigden. De sfeer heeft iets weg van een reünie. Oud-renners halen verhalen op, de sponsors maken er een fijn avondje uit van. De renners rijden hun rondjes, op het middenterrein zijn de rondjes bier populair.

De onvermijdelijke Queen-klassieker Bicycle schalt uit de luidsprekers als aan het begin van de avond dertien koppels zich aan het publiek presenteren. Waaronder drie Nederlandse. De baanspecialisten Danny Stam en Robert Slippens gaan de slotavond in als klassementsleiders. Het wegrennerskoppel Servais Knaven/Leon van Bon - beiden hebben een verleden als baanrenner - en de broers Matthé en Jos Pronk completeren het nationale aandeel.

'Heel belangrijk' vindt organisator Patrick Sercu die Nederlandse inbreng. De Belgische ex-renner (zijn aantal Zesdaagse-zeges, 88, is onovertroffen) is nog uit de tijd van de Zesdaagsen in Rotterdam en Maastricht en poogt sinds vorig jaar het Nederlandse publiek weer warm te krijgen voor dit wielerspektakel. Oude tijden moeten en kunnen herleven, denkt Sercu.

Nabij het rennerskwartier op het middenterrein doemen beelden van weleer als vanzelf weer op. Verantwoordelijk daarvoor zijn vooral de bestuurders van de derny's. Bruno Walrave, Jan Jonker, Joop Zijlaard, de gangmakers die al decennia geleden met hun brommertjes over de banen raasden, ze zijn er weer allemaal op deze baan.

Maar kunnen de oude tijden werkelijk herleven? Velodrome-directeur Boelé weet het wel zeker. Vorig jaar beleefde de Amsterdamse Zesdaagse een moeizame herstart, de afgelopen week heeft hem echter optimistisch gestemd. 'Je ziet in meerdere sporten dat het publiek breder vermaakt wil worden. Amusement in combinatie met topsport slaat aan.'

Het baanwielrennen geniet in Nederland weinig populariteit maar dat komt vooral door het accommodatievraagstuk, denkt Boelé. 'Ik vergelijk het altijd met het schaatsen. Sinds we in Nederland meer kunstijsbanen hebben gekregen is het bezoeken van een wedstrijd het deelnemen aan een soort volksfeest geworden. In een wat bescheidener omvang moet dat ook met het baanwielrennen kunnen.'

Zijn Velodrome moet het vooral van de niet-sportevenementen hebben. 'Concerten, bedrijfsfeesten, dance-events.' Een Zesdaagse ziet Boelé vooral als 'transportmiddel' voor naamsbekendheid. 'We hebben dit jaar ook tv-aandacht gekregen. Hopelijk trekt dat sponsors. Een Zesdaagse kost ons in principe geld.'

De klassieke vraag of een Zesdaagse eerder een kermis dan een topsport evenement is laat Boelé onberoerd. 'Dit ís een kroegsport! We creëeren juist heel bewust een soort bruine kroeg-sfeer. Maar ondertussen zie je wel échte sport.'

De hoofdrolspelers, de renners, blijken ernstig bedreven in het opvoeren van spektakel. Tot het laatste moment blijft het zaterdag ongewis wie zich tot winnaars mogen kronen. De laatste madison (koppelkoers) moet uitsluitsel geven. Danny Stam en Robert Slippens proberen meerdere keren een ronde voorsprong te nemen, bevreesd als ze zijn voor de sprintcapaciteiten van de Italiaan Silvio Martinello die met koppelgenoot Marco Villa de grootste bedreiging vormt.

De vrees blijkt terecht. De 39-jarige Martinello - in vroeger jaren al een gekend sprinter op de weg - manifesteert zich als een geroutineerd 'klever' om op de beslissende momenten toe te slaan. Op tien punten achterstand grijpt het Nederlandse duo naast de eerste Zesdaagse-zege. De uitgeputte Robert Slippens krijgt van het 'slagerij-vak' op de tribune dusdanig luide bijval dat de muziek voor even lijkt verstomd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden