Column Willem Vissers

Zelfs als hij niet goed voetbalt houdt Frenkie de Jong het waakvlammetje in het voetbalhart brandend

Frenkie de Jong had veel rode vlekjes in zijn gezicht. Hij kuchte fors. Het klonk als een onderhuids griepje. Hij keek naar de verslaggever van de NOS, aan de andere kant van de tafel in een zaaltje in Belfast.

Althans, De Jong is specialist in praten zonder iemand aan te kijken. Af en toe blijven zijn ogen, onderweg naar elders, even hangen bij zijn gesprekspartner. Verder kijkt hij naar een punt in het niets, ergens in de buurt van het plafond, alsof daar in een wolkje staat geschreven wat hij wil zeggen.

Hij had de pest in, ondanks de kwalificatie voor het EK. Dat was een feestje waard, polonaise desnoods, maar lekker voetballen is zeker zo belangrijk voor hem. En hij had de bal niet zo vaak gekregen als hij wilde. Hij had willen winnen, trouwens.

Noord-Ierland – Nederland was een vreselijke wedstrijd om te bekijken. Wie als argeloze toeschouwer niet had geweten dat het in deze wedstrijd alleen of vooral om kwalificatie draaide, had zich midden in de crisis van een paar jaar geleden gewaand. Dat gekmakende, eindeloze terugspelen naar de keeper was helemaal terug van weggeweest. Dat vertragen, het geknoei, de elektriciteit in de voeten van sommigen. Anderhalve kans kreeg Oranje. Meer niet.

En daarom is het zo fijn dat Frenkie de Jong op zo’n avond meedoet. Die zit op voetbal, zoals ze dan zeggen. Als hij de bal aanneemt, oogt voetbal opeens gemakkelijk. Hé, zo kan het ook. Dat zwierige in de heupen, dat overstappen en terugdraaien. De andere kant verkennen als het aan de ene kant vaststaat, alsof in zijn navigatie de toevoeging zit van de omleiding bij files.

Als hij dribbelt, vonkt het even. Later viel Davy Pröpper in voor Marten de Roon. Hij is iets minder geniaal dan Frenkie, trager ook, maar ook Pröpper is een fijne voetballer, zo’n man die verlichting brengt, dankzij wie anderen beter gaan voetballen. Mede door Frenkie de Jong speelde Georginio Wijnaldum zijn beste kwalificatiereeks ooit.

Dat is het mooie van voetbal. Dat het je kan betoveren, zelfs op een qua voetbal verloren avond. Dat de wedstrijd het aanzien niet waard is, maar dat één van de elf speciaal is, dat je verlangt naar het moment waarop hij aan de bal is, al is het maar om het waakvlammetje in het voetbalhart brandend te houden. En dan was De Jong niet eens echt goed zaterdag.

De verslaggever van de NOS vroeg ook over de snelheid waarmee zijn loopbaan zich voltrekt. Snelheid? Hij snapte de vraag niet helemaal. Ja, inderdaad, sinds hij in het eerste van Ajax stond, ging het snel. Hup, halve finale Champions League, hup naar Barcelona, naar het assistentschap van Messi.

Maar hij is ‘al’ 22. Hij was bepaald geen speler die op 17-jarige leeftijd doorbrak in de eredivisie, zoals zoveel talenten in Nederland. Met terugwerkende kracht vindt hij dat toch tijdverspilling geweest. Zo snel ging het allemaal niet. Althans, niet snel genoeg voor de altijd vooruit denkende snelheidsmaker van Oranje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden