INTERVIEW

Zeldzame nekhernia gooide leven basketbalster Bröring overhoop

Tanya Bröring was profspeelster en de onbetwiste aanvoerster van de Nederlands basketbalvrouwen, tot een zeldzame nekblessure haar leven overhoop gooide. Ze twijfelt over haar toekomst als topsporter.

Tanya Bröring: 'Als er een bal op de grond ligt, lig ik er als eerste bovenop.'Beeld Jiri Buller

Verbaasd kijken de speelsters van het Nederlandse basketbalteam hun aanvoerster aan na de laatste EK-kwalificatiewedstrijd, vorig jaar juni tegen Rusland. Bij de loting om het vaantje steekt zelfbenoemd vaantjeshater Tanya Bröring (30) enthousiast haar hand op.

Niemand snapt er iets van. De wedstrijd in Moskou is er eentje om des keizers baard. Nederland heeft geen zicht meer op deelname aan het toernooi. En in de meer dan honderd interlands die Bröring speelde, deed ze nooit moeite het vaantje van een land in bezit te krijgen.

De basketbalster heeft de hele reis het gevoel dat ze voor de laatste keer met het Nederlands team op pad is. Ze wil een aandenken aan haar mogelijk laatste interland.

Pijnstillers

Waar dat gevoel vandaan komt, weet ze niet. Gezien haar leeftijd heeft Bröring nog wel een paar jaar als international in het vooruitzicht. Wel is er die pijn in haar nek. De hele zomer al, met uitstraling naar linkerduim en -wijsvinger. Bröring is klachtenvrij naar Rusland afgereisd dankzij pijnstillers en vele uren fysiotherapie.

Tijdens de wedstrijd begint haar hand weer te tintelen. Meteen loopt ze na een wissel naar de fysiotherapeut. 'Het is weer mis, het is terug. Het is klaar, hè?', zegt ze in paniek.

'Toen wist ik waar dat gevoel vandaan kwam', zegt Bröring ruim tien maanden na die bewuste wedstrijd, in de kantine van Sporthallen Zuid in Amsterdam. Ze praat inmiddels over een blessure die haar leven overhoop haalde.

Geen 'gewone' blessure

Onbewust wist ze dat haar nekpijn, door artsen bestempeld als een lichte en ongevaarlijke nekhernia, niet een 'gewone' blessure was. Dat idee kreeg ze al toen ze in mei wakker werd, haar hoofd draaide en iets voelde knakken in haar nek. 'Ik kon niet eens mijn telefoon pakken. Ik had zo'n pijn. Het leek alsof er een mes tussen mijn schouders zat.'

Bröring besefte dat er iets moest gebeuren. Ook omdat ze bezig was met het verlengen van haar contract bij de Spaanse topclub Conquero uit Huelva.

Ze overtuigde artsen een MRI-scan te maken. De diagnose was helder: nekhernia, een dubbele en ook nog mediaal. Het ruggenmerg was nog net niet bekneld en werd bedreigd. De boodschap van de neurochirurg was net zo duidelijk: 'Jij wilt hiermee basketballen? Dat kan, en je kunt er 90 mee worden. Maar als er iets gebeurt, is het te laat.'

Riskant

Een verkeerde val tijdens een wedstrijd zou in het ergste geval een hoge dwarslaesie betekenen. Opereren om de klachten te verhelpen was riskant. De kans bestond dat ze dan haar leven lang last zou houden van haar nek. Een reeks second opinions volgde.

De artsen verschilden van mening over wel of niet opereren, maar de weifelende houding als het ging om topsport was bij allen hetzelfde. 'Dat is een boodschap waarmee je als topsporter niets kan', zegt Bröring. 'Ik moet in één klap iets opgeven waar ik vijftien jaar alles voor hebt gedaan.' Haar professionele carrière was einde verhaal, concludeerde ze meteen.

Basketballen deed ze de hele winter niet. Bröring verhuisde van Spanje naar haar ouderlijk huis in Noordwijk. Vanwege haar onzekere sporttoekomst stofte ze haar diploma bewegingswetenschappen af en begon ze aan een maatschappelijke carrière. Ze loopt stage op de wetenschapsafdeling bij de vrouwen van Ajax.

Die turbulente maanden zouden menig topsporter doodongelukkig maken. Bröring was dat geen moment. Het topsportleven heeft haar mentaal gesterkt.

Vleugje maffia

Ze is gewend geraakt aan een leven dat constant verandert. Bröring maakte van alles mee in de zeven jaar die ze doorbracht als profbasketbalster in Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië. Clubs die haar salaris niet betaalden, clubpresidenten die het aanlegden met teamgenotes en zelfs een vleugje maffia, waardoor ze op stel en sprong een hotel in Napels moest verlaten.

'Voor mijn profcarrière leefde ik gestructureerd. Mijn ouders mochten niet eens de klok verplaatsen in huis. Ik wist vaak niet eens in welk land ik het komende seizoen zou wonen. Daarom zei ik tegen mezelf, toen ik hoorde dat ik nooit meer mocht basketballen: het past wel in mijn leven. Het is toch weer iets heel anders volgend jaar.'

Eén keer barstte ze in tranen uit. Dat was toen haar werd gevraagd oude krantenartikelen op te duikelen. 'In een artikel stond dat ik geweldig speelde en dat ik Nederland was ontgroeid. Ik besefte: shit, ik zal nooit meer in Nederland kunnen laten zien wat ik echt kan. Toen heb ik mezelf tien minuten heel zielig gevonden en daarna dacht ik: dit heeft geen zin.'

Dagelijks leven

Het betekent niet dat ze de ernst van haar blessure niet inziet. In het dagelijks leven let ze opeens op heel andere dingen. Bijvoorbeeld wanneer ze in de file staat. Haar ogen gaan dan geen moment van de achteruitkijkspiegel. 'Omdat ik weinig buffer in mijn nek heb, kan een whiplash extra gevaarlijk zijn.' Ze rijdt ook niet meer voor bussen.

Een MRI-scan in januari toonde volgens de artsen opmerkelijke vooruitgang. Het ruggenmerg had meer ruimte gekregen. Sindsdien is ze rustig gaan nadenken over wat er nog mogelijk is op basketbalgebied.

Ze weet dat ze met basketballen een risico neemt, ook al is het niet professioneel. Bij de kleinste tinteling in haar linkerhand stopt ze meteen, heeft ze zichzelf beloofd.

Vraagteken

Achter spelen voor Nederland zet ze een vraagteken. 'Voor die beslissing sta ik nu', zegt ze. Ze zal zich fysiek niet kunnen inhouden als er met twee punten achterstand in de laatste seconde een wedstrijd moet worden gered. 'En ik ben wel het type speelster: als er een bal op de grond ligt, lig ik er als eerste bovenop.'

Alvast haar afscheid aankondigen, weigert ze. Trainen gaat vooralsnog goed en in Spanje speelde ze in een lagere divisie zelfs alweer wedstrijden. 'Eigenlijk moet je gewoon tegen een topsporter zeggen dat het niet kan. Wij gaan toch altijd een uitweg zoeken', zegt ze lachend.

'Ik besef heel goed dat het zomaar voorbij kan zijn. Ik zie het wel. Eerst zien, dan geloven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden