'Zeilen, dat kon ik helemaal niet'

Ze hadden een keurige baan, of een topfunctie. Maar besloten na zoveel jaren toch hun hart te volgen. Peter van Weelderen (40) was geluidstechnicus bij de NOB, en is nu zeilschipper op zijn eigen tjalk....

'HET IS eigenlijk gekomen door een collega die net zo'n schip had als ik nu. Ik ging weleens met hem mee. Wedstrijden varen, met vakantie naar Denemarken. En een keer met Kerstmis naar Terschelling. We konden toen niet terug omdat het te hard waaide. We kwamen niet verder dan Makkum. Een paar dagen later gingen we de boot daar ophalen. 's Nachts. Zeilen naar Monnickendam. Dat was zó mooi! Je moet je voorstellen: een compleet heldere nacht, het vroor hooguit één graad, en al die lichtjes langs de kant. Waanzinnig! Toen dacht ik: dat wil ik ook.

Ik zat in die tijd al zo'n anderhalf jaar te denken dat ik iets anders moest. Je hoort dat dan weleens van anderen. Iemand die bijvoorbeeld een restaurantje begint in Griekenland. Maar eigenlijk durf je zoiets dan niet. Aan de andere kant: ik was nergens aan gebonden. Geen gezin, geen hypotheek. Dus toen heb ik de knoop toch maar doorgehakt.

Mijn baan als geluidstechnicus heb ik daarna nog wel twee jaar aangehouden. De eerste twee jaar hebben we een schipper in dienst genomen die voornamelijk de charters deed, samen met Birgit, mijn vrouw. In mijn vrije tijd ging ik dan mee.

Geluidstechnicus was mijn eerste vaste baan na de militaire dienst. Ik had mts werktuigbouw gedaan. En ik schreef op goed geluk op een advertentie van de NOS. Een afwisselende baan, geen kantoortijden. Dat trok me aan. En natuurlijk het image van de radio, hè.

Ik heb eerst een opleiding gehad van een halfjaar. Daarna ging ik aan het werk als assistent-programmatechnicus. Je deed dan alles. Je reed de vrachtwagen, sloot alles aan, zorgde voor het geluid. Fantastisch werk. En afwisselend. De EO Landdag, jazzconcerten, Ischa Meijer, Jan Rietman. De meest uiteenlopende programma's deed je. En alles kon, want er was toen nog geld zat.

Maar in 1986-'87 werd de NOS de NOB. En moest alles commerciëler. Het werd drukker en drukker. En je had steeds minder vrije tijd. Soms moest je helemaal alleen op pad, anders werd het te duur. Als er iemand ziek was, werd je thuis op je vrije dag gebeld: of je maar wilde komen. Als ik dan tegensputterde, zeiden ze: je móet. Maar als ik dan eens een vrij weekend wilde, kon dat niet. En dan ga je je afvragen: leef ik nou om te werken, of werk ik om te leven?

We liepen tegen dit schip aan via een advertentie. Het lag in Luik; het heette toen al l'Arche de Noë. Het was één stuk schroot. Oud roest. Een verrotte houten opbouw erop. Ontzettend verwaarloosd. Maar wel authentiek. Een hektjalk van honderd jaar oud. Hektjalk wil zeggen dat de achterkant over de helmstok heen gaat.

De prijs was vrij laag: twaalfduizend gulden. Dus we konden hem zó kopen. We hebben hem naar Osingahuizen gesleept, vlak bij Heeg. Daar heb je een werf waar ze dit soort schepen repareren en verbouwen. Ik heb toen iemand gevonden die er verstand van had. En die rekende uit dat een complete ombouw drie ton zou gaan kosten. Dus nieuw ijzerwerk, nieuwe opbouw, nieuwe mast, giek, zeilen, alles. Begin juli 1988 hebben we hem gekocht, begin augustus zijn we begonnen. En in april 1989 was hij klaar.

We zijn eerst een aantal charterkantoren langsgegaan om te informeren naar de financiële kant. Want je wilt natuurlijk wel eerst weten of je ervan kunt leven. Daar komt dan een begroting uit. Daar zijn we mee naar de bank gegaan. En die vond het goed.

Het grappige is: toen we dit schip kochten, kon ik helemaal niet zeilen. Op andere schepen had ik alleen maar zeilen gehesen, aan de grootschoot getrokken en zwaarden opgehaald. Ik heb het dus in die eerste twee jaar moeten leren. Daarna, in 1991, heb ik ontslag genomen bij de NOB en ben ik volledig zelfstandig gaan varen.

In het begin was het soms nog wel angstig. Niet het zeilen op zich. Maar het manoeuvreren bij bruggen, sluizen. En vooral havens. Ik bedoel: dit schip weegt zestig ton, het is ruim twintig meter lang en steekt maar tachtig centimeter diep. En als we dan met harde wind een haven in voeren, dacht ik weleens: als-ie maar niet wegwaait naar lager wal.

Onze maximale capaciteit is zestien personen. Dat kan een groep zijn, of individuen die zich afzonderlijk bij ons charterkantoor hebben aangemeld. Het meest varen we met Duitsers. Zo hadden we laatst een groep uit het voormalige Oost-Duitsland. Dat was interessant. Je hoort dan verhalen die je nergens leest. En daar leer je van. Groepen zijn erg leuk. Maar je moet er wel mee kunnen omgaan. Als je dit werk alleen voor het zeilen wilt doen, kan je het maar beter vergeten.

Ik vind het nog altijd leuk. Het is geen vetpot, maar je kunt ervan leven. En de bekoring is er nog steeds. Maar het is ook het gevoel dat je je eigen winkeltje hebt. Dat je het voor jezelf doet: het schip schoonmaken en onderhouden. Zo kan je je bestaan op je eigen manier invullen.'

Wim Wirtz

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden