ColumnWillem Vissers

Zeg eens iets moois over sport, minister

De sport tintelde en knisperde dit weekeinde, in tijden van het oplaaiende virus dat buiten de arena verlammend werkt en de welvaartsstaat onderdompelt in verdeeldheid. De superbe solo van Anna van der Breggen over ruim 40 kilometer naar de wereldtitel wielrennen, de omhaal van Feyenoorder Marco Senesi tegen ADO, de krachtdribbels van Oussama Tannane van Vitesse, de integratie van Antony en Kudus bij Ajax; prachtige sport.

Of anders de ontsnapping van de Franse avonturier Julian Alaphilippe op de laatste beklimming van de Cima Gallisterna, fietsend met de kracht van de Drie Musketiers samen. Het WK wielrennen was zeker qua tv-regie een hoogtepunt, met betoverende decors. Het was verleidelijk om uren te zwelgen in genot. Lekker veilig en op afstand. Het is zelfs weer mogelijk om aan allerlei sporten te doen of te gaan kijken naar topsporters in het echt. Althans, als dat straks nog mag van de minister.

Want ja, we hebben een minister van Sport in Nederland, naar het schijnt. Ze heet Tamara van Ark en ze is aangesteld in juli, als opvolger van Bruino Bruins. Ze is vooral druk met medische zorg in deze coronatijd, maar ze is ook van sport, want dat staat in haar functieomschrijving. We zouden daarom weleens een fijn verhaal van haar willen horen over prestaties, over verbindingskracht, over de zalvende werking van sport in tijden waarin afstand houden tot nieuwe norm is verheven.

Vorige week liet Van Ark van zich horen. Nou ja, het ging over corona hier en corona daar, en op het eind over supporters van Feyenoord die zich tegen FC Twente te luidruchtig hadden getoond en te dicht bij elkaar stonden te schelden en juichen. Niet in een of ander bedompt hok overigens, nee, in de heerlijke buitenlucht van de Kuip. Ze sprak haar afkeuring uit en gaf supporters bij wijze van spreken strafregels. Een soort van: schrijf honderd keer ‘houd je bek in het stadion’. Ze dreigde dat voetbal in Nederland weer zonder publiek gespeeld gaat worden.

De KNVB was verrast. De betaalde sector valt bijna om van financiële ellende en werkt zich uit de naad om mondjesmaat publiek toe te laten. Trainer Erik ten Hag van Ajax oordeelde dat de sport de zaken gemiddeld gesproken beter op orde heeft dan de maatschappij buiten de stadions. Kijk alleen naar Tilburg, waar de burgemeester rond een Europese wedstrijd van Willem II een plein liet vollopen met lallende en drinkende jeugd en daarna begon te kontendraaien. Terwijl: als je ziet hoe de sport, met bubbels, looproutes in stadions, gesloten kiosken, beperkt publiek en eventueel mondkapjes zijn best doet, is dat lovenswaardig.

Maar het lijkt erop dat Nederlandse politici inzien dat ze het hebben laten lopen met de discipline in virusbestrijding. De sport is een makkelijke sector om frustraties te botvieren. Juist daarom kan Van Ark misschien eens iets aardigs zeggen over sportprestaties, voorbeeldig gedrag en de troost van sport in diffuse tijden. In deze wereld in verwarring biedt de vrijheid van sport tenminste nog referentiekader, met herinneringen aan tijden die zijn geweest en misschien eens weer komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden