Analyse Trouw aan ADO

Ze bestaan dus toch nog: voetballers die hun club trouw blijven

ADO-keeper Robert Zwinkels in actie tegen Willem II, 14 december 2018. ‘Ik houd van dat cluppie.’ Beeld ANP

ADO Den Haag-doelman Robert Zwinkels en FCUtrecht-verdediger Mark van der Maarel zijn een uitstervend ras. Ze spelen tien jaar of langer voor hun club. ‘Ik gedij bij regelmaat en ritme.’

Transferperiodes zijn voor ADO Den Haag-doelman Robert Zwinkels en FCUtrecht-verdediger Mark van der Maarel geen zenuwentijd zoals voor veel ploeggenoten. Ze kijken niet de hele tijd op hun telefoon of hun zaakwaarnemer nog heeft gebeld of geappt. Zwinkels speelt al veertien jaar in Den Haag, Van der Maarel tien jaar in Utrecht. Met Bram van Polen van PEC Zwolle (twaalf jaar PEC-speler) vormen ze met enige afstand de topdrie van spelers die het langst aaneengesloten bij hun club spelen.

Ze zijn uitzonderingen. Voetbalselecties zijn als een perpetuum mobile; almaar is er doorstroming. Clubs en spelers zoeken telkens naar nieuwe horizonten. Stilstand is achteruitgang. Zogeheten clubspelers bestaan haast niet meer. Ja, er kwam wel eens ‘een trein voorbij’, vertelt de 36-jarige Zwinkels. ‘Maar dat voelde steeds niet als de juiste. Bleef ik liever bij ADO. Ik gedij bij regelmaat en ritme.’

Zwinkels heeft net zijn twee Franse bulldogs uitgelaten, zijn 2-jarige zoontje vraagt zijn aandacht. ‘Dit koester ik. Net als mijn voetballoopbaan.’ Het is niet dat hij niet ambitieus is. Ploeggenoot en vriend Lex Immers speelde een periode bij Feyenoord en Club Brugge. Had hij ook best gewild. Of anders een avontuur in Amerika of Australië. ‘Maar 90 procent van de jongens die prof wil worden, valt af. En die verhalen hoor je veel minder. Ik ben een gezegend man.’

Een jongen van teamgevoel

De bijna 30-jarige Mark van der Maarel heeft op moment van spreken weer een trainingskamp afgevinkt met FCUtrecht in het Duitse Harsewinkel. Vooraf kreeg de verdediger berichten van bekenden: succes op je 183ste trainingskamp met de FC. Kan-ie wel om lachen. ‘Ik vind zo’n trainingskamp niet heel erg, ik ben een jongen van het teamgevoel, de teamgeest. Om dat te zien ontstaan met telkens weer nieuwe jongens is mooi.’

Wel mist hij in zo’n week zijn naasten. ‘Daar moet ik eerlijk over zijn. Ik probeer er gewoon niet te veel aan te denken.’ Hij hecht aan een vertrouwde omgeving. ‘Maar ik sta best open voor nieuwe impulsen. De gedachte bekruipt me wel eens hoe het ergens anders zal zijn. Maar sommige spelers nemen die stap en komen van een koude kermis thuis. Het gras lijkt elders vaak groener, maar dat is het niet altijd.’

Mensen zijn in zijn algemeenheid sneller ontevreden, analyseert de oud-rechtenstudent. ‘We moeten allemaal meer meemaken, meer prikkels. Als het even niet bevalt, zappen we verder. Spelers worden zo steeds meer passanten.’ Zwinkels: ‘Clubs zijn ook sneller uitgekeken op spelers lijkt het wel.’

Unicum 

ADO is wat dat betreft een vrij unieke club met veel spelers uit de regio die er al jaren spelen (Zwinkels, Beugelsdijk, Bakker, Immers). Zwinkels, die opgroeide in Kwintsheul, een kwartier rijden van het oude ADO-stadion Zuiderpark: ‘Ik voel me daar prettig bij, je voetbalt met je vrienden. Kan haast niet mooier.’

Hij kent ook veel ADO-fans, is het niet persoonlijk dan wel van gezicht. ‘Ze hebben het hart op de tong, zijn lekker rauw. In moeilijke tijden is het misschien extra zwaar. Ik houd van dat cluppie, dus je neemt het mee naar huis. Tegelijkertijd geniet je extra van de mooie tijden.’

Beiden zijn lang niet altijd onomstreden geweest bij hun club. Zwinkels is pas de laatste seizoenen zeker van zijn plek onder de lat, een zware knieblessure in 2009 hielp daarbij niet mee. ‘Supahkeepah’, noemen ze hem in Den Haag. ‘Maar dat is geen exclusieve bijnaam voor mij, hoor. Zo noemen ze elke ADO-keeper die een goede periode heeft.’

167 wedstrijden

speelde doelman Robert Zwinkels (36) tot nu toe voor ADO Den Haag. Gezien zijn lange periode bij de club, vanaf 1 juli 2005, is dat niet veel en dat komt doordat hij lange tijd als reservekeeper fungeerde.

Van der Maarel is dan wel al een aantal jaren reserve-aanvoerder, hij zit geregeld op de bank en stond vijf jaar geleden na een wedstrijd tegen Vitesse zelfs met de tranen in zijn ogen tegenover zijn vader nadat zijn invalbeurt met fluitconcerten gepaard was gegaan. ‘Toen dacht ik: waar doe ik het nog voor?’

Ploeggenoten, maar ook mensen binnen de club en andere supporters trokken hem uit de put. ‘Dat vond ik mooi, Frank Demouge maakte een duidelijk gebaar van afkeer richting de fluitende supporters.’

Hij dacht wel even aan een vertrek, maar toen werd het zomer, telde hij de plussen en minnen bij elkaar op en ging toch weer mee op trainingskamp. En zie: twee jaar geleden werd Van der Maarel door de fans verkozen tot speler van het jaar. Om afgelopen seizoen toch weer voornamelijk op de bank te zitten.

De Mijdrechtenaar klaagt daar nimmer over. ‘Ik wil helpen bij de teamspirit. Daar voel ik me goed bij, en dan komt het met mij ook wel weer goed.’

Cultfiguur

Van der Maarel volgde zelfs een master Sport Management aan het Johan Cruyff Institute waar hij leerde over groepsprocessen. Het is niet daarom dat enkele honderden studenten juist hem tijdens wedstrijden eren met het opzetten van Van der Maarel-maskers en het ophangen van spandoeken (‘Van der Maarel, onze parel’), vermoedt de voetballer.

Hij is domweg een cultfiguur geworden. ‘Op zich is het mooi dat mensen blij van me worden. Al zie ik ook wel dat er bij sommigen cynisme om de hoek komt kijken.’

Hij is een denker, een gevoelig persoon. Kritiek raakt hem harder dan een ander. ‘Supporters van FC Utrecht zijn trouw, luidruchtig, kritisch en soms keihard. Ik zag een keer een heel negatieve reactie onder een Instagram-post. Bleek het een ventje van 12 te zijn die zelf in een heel laag elftal speelde. Toen zei ik tegen mezelf: oké Mark, hier laat ik me niet meer door van de wijs brengen.’

Ook Zwinkels toonde zich immer geduldig als zijn perspectief aan het begin van het seizoen troebel bleek. ‘Ik kon me er wel bij neerleggen. Keepen is een ervaringsvak. Er is ontzettend veel concurrentie. Zelfs voor een plek op de bank.’

Hij zat nooit stil, probeerde telkens beter te worden. Sinds anderhalf jaar heeft hij een nieuwe krachttrainer in Rotterdam, Hans Kroon. ‘Dat gaat er stevig aan toe, het geeft me een nieuwe prikkel. Op die manier probeer ik vernieuwing en verfrissing aan te brengen.’

Iets van acht of negen trainers maakte hij al mee, en ontelbaar veel ploeggenoten. ‘Saai heb ik het daardoor nooit gevonden.’

269 wedstrijden

heeft verdediger Mark van der Maarel (29) gespeeld voor FC Utrecht. Hij scoorde 9 keer. Zijn eerste contract bij de club ging in op 1juli 2009. Het huidige loopt tot juli 2021.

Zwinkels tekende in februari een contract voor onbepaalde tijd zoals de cao voor profvoetballers sinds 2014 voorschrijft bij spelers die meer dan twaalf jaar een verbintenis hebben. ‘Ha, dat is dan weer het voordeel. Ik ben er trots op.’

Zijn zaakwaarnemer kreeg het daardoor zowaar eens druk met cliënt Zwinkels. ‘Het was nog niet eerder gebeurd. Je moet er allerlei bepalingen in opnemen. Voorlopig ga ik door met keepen, over twee jaar kijken we hoe het ervoor staat. Wellicht ga ik daarna in een andere functie door bij de club.’

Van der Maarel wordt binnenkort 30, de kans op een stap hogerop wordt steeds kleiner, beseft hij. Hij heeft een nieuwe coach, John van den Brom. ‘Het is afwachten of ik in zijn visie pas.’

Hij hoopt meer aan spelen toe te komen dan afgelopen seizoen, maar zal FCUtrecht niet snel uit zichzelf verlaten. Daarvoor heeft hij er te veel mee. ‘In deze club zit groei, dat vind ik heel belangrijk. Dat wil ik ook als mens: groeien.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden