Wouda blijft de nuchterheid zelve na wereldtitel op 200 meter wisselslag; 'Ik heb hier wel goed gezwommen'

Marcel Wouda, sinds zaterdag de eerste Nederlandse wereldkampioen zwemmen bij de mannen, keert van de dopingcontrole terug als Cees Rein van den Hoogenband, arts van de zwemploeg, hem gillend van de pret suggereert: 'Kom op Marcel, we gaan een biertje drinken'..

Van onze verslaggever

Marcel van Lieshout

PERTH

De gezichtsexpressie van Wouda verraadt dat hem zojuist een oneerbaar voorstel is gedaan. Drinken? 'Nee, ik niet.' Wouda gaat rusten. Hij hoeft op de slotdag van de WK weliswaar niet meer aan te treden, maar deze week wacht nog een wereldbekerwedstrijd in Sydney. Wouda, zo eentje die heel erg voor de sport leeft, is al weer bezig met zijn volgende wedstrijd.

Winnen gaat niet vanzelf.

Jaren achtereen, ruwweg vanaf de Olympische Spelen van Barcelona (1992), heeft de 25-jarige Eindhovenaar alles op het zwemmen gericht. Twee jaar lang laat hij zich in Amerika bij het universiteitsteam van Michigan afbeulen door Jon Urbanchek, één van 's werelds beste zwemtrainers. Terug in eigen land zet hij zijn harde, on-Nederlandse aanpak voort.

Vaak in zijn eentje reist hij de hele wereld af om zich in het internationale zwemcircuit te meten met de concurrentie. Thuis in Eindhoven pijnigt de PSV'er het 2.02 meter lange lichaam dag in dag uit door meer en intensiever te trainen dan wie van zijn ploeggenoten ook. En altijd weer zijn er de hoogtestages, in de VS, Canada of Spanje, waar aan het duurvermogen wordt geschaafd.

Na jaren van teleurstellingen (Wouda heette een verliezer te zijn, iemand die zich nooit zou weten te bevrijden van faalangst) komt in 1997 de grote doorbraak.

Begin van het jaar vestigt hij een wereldrecord op de 400 wissel op de korte baan (25 meter), nadien lijkt het alsof hij zich verlost weet. In augustus wordt hij in Sevilla tweevoudig Europees kampioen, sinds afgelopen zaterdag mag hij zich 's werelds beste op de 200 wisselslag noemen.

De dubbele afstand geniet zijn voorkeur, de afstand waarop hij vorige week dinsdag juist naast de wereldtitel greep (de Amerikaan Dolan tikte ruim een halve seconde eerder aan).

De grote beloning komt op zijn tweede nummer. Halverwege de finale keert hij nog als vijfde, maar een verwoestende inhaalrace op zijn favoriete onderdelen (school- en vrije slag) brengt hem voorbij de concurrentie.

Als een oude man, stram van de pijn, hijst Wouda zich na de race uit het water. Zelfs Jon Urbanchek, de hoofdcoach van de VS die zich bij herhaling sceptisch heeft uitgelaten over zijn oud-pupil, moet met een zuur lachje toegeven dat Wouda de titel verdient: 'Hij heeft er heel veel voor gedaan, hij is een échte kampioen.'

Zelf zegt Wouda: 'Ik heb hier, dacht ik, wel goed gezwommen.' Uitbundigheid is hem nu eenmaal vreemd, de afgestudeerd informaticus is een koele. De felicitaties na afloop van de finale neemt hij met de linkerhand in ontvangst, rechts heeft hij pijn. Kort voor de race, bij het losgooien van de spieren, kwam hij met die rechterhand in een ventilator terecht.

Zo'n akkefietje zou Wouda in het verleden volledig uit zijn evenwicht hebben gebracht. Bij de Spelen van 1992 is hij zo op van de zenuwen dat hij bijna van zijn startblok dondert. Vier jaar later, in Atlanta, laat hij zich te veel imponeren door de concurrentie en mist hij zowel op de 200 als de 400 meter net een medaille.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.