Reportage Kwalificatie EK

Worsteling van Oranje tegen Noord-Ierland met winst bekroond

Op de euforie van Hamburg, na de sublieme zege op Duitsland vorige maand, volgde de ontsnapping in de slotfase, na een achterstand. Van de 75ste minuut tot de 94ste minuut ging het van 0-1 naar 3-1 bij Nederland - Noord-Ierland. Het EK van 2020 is bijna bereikt.

Luuk de Jong scoort de 2-1. Beeld AP

De wereldtop in de dop werd bijna bedwongen door modale voetballers. Bijna, want de versnelling van Oranje in de slotfase was knap. Luuk de Jong maakte in blessuretijd het beslissende doelpunt dat paste bij de wedstrijd. In twee instanties frommelde hij de bal in het doel. De 1-1 en 3-1 waren van ­Memphis Depay met een punter en een schuiver. 

Nederland is zelfs koploper in de groep nu, maar het spel hield bepaald niet over. Het was eerder een les in ­organisatiekunde, door de Noord-­Ieren dan. Pas na hun late voorsprong veerde Oranje op, met Luuk de Jong als extra aanvaller en de gelijkmaker van Memphis Depay, met een punter in een vol strafschopgebied.

De Kuip ontwaakte daarmee uit de schoktoestand, na de onverwachte 0-1 in de 75ste minuut door een kopbal van Magennis. Daley Blind liet Dallas te makkelijk voorzetten, Matthijs de Ligt stond vast in het gras, Jasper Cillessen oogde hulpeloos.

Nederland en Noord-Ierland blijven derhalve met Duitsland strijden om de twee directe plaatsen voor het EK van 2020. Nog drie duels volgen voor Oranje: zondag Wit-Rusland in Minsk, volgende maand Noord-Ierland (uit) en Estland (thuis).

Met name aan de eerste helft viel geen greintje kijkplezier te beleven. Althans, voor degenen die voetbal wensen te beschouwen als amusement, als spel van kansen, doelpunten en snelheid. De Noord-Ieren waren een geconcentreerd spelende ontregelingsmachine. Oranje zette daar traagheid, gebrek aan initiatief en creativiteit alsmede onzorgvuldigheid tegenover, met als verzachtende omstandigheid dat voetballen moeilijk is als de tegenstander nauwelijks de intentie heeft om mee te werken aan de show.

Nederland miste ook scherpte, hetgeen sinds de entree van Ronald Koeman als bondscoach een zeldzaamheid is. Slechte aannames, nonchalance en, naarmate het langer 0-0 bleef, groeiend ongeduld tegen de voortdurend tijdrekkende tegenstander.

Dat is ook voetbal, dat is interlandvoetbal: dat mannen van miljoenencontracten, mannen van de grootste clubs op aarde, acteurs die over de lopers van de gala’s paraderen, in het shirt van hun land opeens kunnen ogen als hulpeloze jongens. Driftig op zoek naar een kans, naar een mogelijkheid de muur van de tegenstander open te breken, om de bijna computergestuurde tegenstander te ontregelen.

Op zo’n avond krijgt Frenkie de Jong een bewaker mee, Patrick McNair van Middlesbrough, die 90 minuten alleen in de buurt blijft, als ware hij een hulphond van de zorgverlening. Een elftal organiseren, dat kunnen ze bij Noord-Ierland, het elftal van bondscoach Michael O’Neill. Kijk naar de vorige uitslagen in de kwalificatiegroep en Nederland was al gewaarschuwd voor het nihilisme. Vier van de vijf duels waren gewonnen, van de Duitsers was verloren. Doelsaldo: 7-4. 

Noord-Ierland is een elftal van werkers, van Britse profs zoals er tientallen zijn. Niet uitmuntend, een enkele uitzondering daargelaten, gedegen, met arbeidsethos, met begrip van het spel. Zo ontstond een eerste helft zonder echte kans. Dat is toch zeldzaam. Een half kansje van Wijnaldum. Steeds kwam Marten de Roon vrij en dat is bepaald geen garantie voor uitbundigheid.

Als dan toch kritiek is te geven op Koeman, is het wel de gretigheid waarmee hij vasthoudt aan zijn opstelling. De Roon en Denzel Dumfries zijn harde werkers, geen creatieve geesten. Ze waren de minsten in Hamburg, tegen de Duitsers, maar ze keerden terug in de ploeg. Dumfries en De Roon hadden de bal eindeloos vaak op rechts. De een schoof hem naar de ander, de ander koos de weg terug naar de een.

De aanvallers Ryan Babel, Memphis Depay en Steven Bergwijn speelden niets klaar voor rust. Ze kregen ook nauwelijks een bespeelbare bal. Achterin gebeurde ook al niets. Als kijkspel was het een vreselijke wedstrijd, met als aantekening dat de Noord-Ieren gaandeweg meer durfden uit te gaan van een succesje.

Ja, tegen Duitsland is het lekker voetballen voor Nederland, want Duitsland probeert actief een doelpunt te maken, al viel dat de laatste keer dan een beetje tegen. En Ajacieden lieten vorige week na de zege op Valencia in de Champions League weten dat ze houden van dat type Spaans spel. ‘Voetbal tegen voetbal’, zei Hakim Ziyech. ‘En dan zien wie wint.’

Na rust drukte Oranje de tegenstander verder naar achteren en lag een doelpunt meer voor de hand. Georginio Wijnaldum en Denzel Dumfries waren al aardig dichtbij, alvorens Bergwijn had kunnen scoren. Tegen die tijd waren Donny van de Beek en Donyell Malen al ingevallen voor De Roon en Babel. De spectaculaire slotfase kon beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden