Wonderlijke reis door de voetbalwereld

Op zijn voetbalreis door Europa streek Marko Pantelic dit seizoen neer bij Ajax. Hoewel zijn verblijf waarschijnlijk tot één jaar beperkt blijft, zal het Amsterdams publiek de Serviër niet snel vergeten....

Acht maanden geleden bestelde Marko Pantelic een privéjet naar Amsterdam, zodat ze bij Ajax niet hoefden te twijfelen aan zijn intenties. Hij kwam graag en dat wilde hij de clubleiding het liefst direct uitleggen. In dat ene initiatief komen de twee meest in het oog springende karaktereigenschappen van de 31-jarige Serviër samen. Enerzijds is hij de professional die er alles aan doet om te slagen. Daarnaast is de spits niet vies van een beetje theater.

Transfervrij was hij overgekomen van Hertha BSC, zijn Berlijnse liefde die na vier jaar afscheid van hem nam. Dat was al een ongebruikelijk lang verblijf voor de aanvaller die op zijn 24ste reeds negen clubs had versleten en zijn rondreis na één jaar Ajax waarschijnlijk weer in een ander Europees land zal vervolgen. De club wil wel met hem verder, maar kan niet ingaan op de wens van Pantelic die voor zichzelf een nieuw, driejarig contract in gedachten heeft.

Dus zal het vermoedelijk blijven bij dat ene jaar, waarin de international zich vooral onderscheidde als balvast aanspeelpunt. In de competitie scoorde hij vijftien keer en bereidde hij acht doelpunten voor. Maar bovenal liet hij zich gelden als ontwapenende stimulator van een overwegend jeugdig elftal.

Hij mag dan niet de snelste zijn en technisch beperkt; daartegenover staan andere, ondersteunende kwaliteiten, waarvan coach Martin Jol dankbaar gebruik heeft gemaakt. Al doet de speler er goed aan zijn eigen belang in het juiste perspectief te blijven zien.

Zondag moet Ajax in Nijmegen winnen van NEC, en tegelijkertijd hopen op een misstap van FC Twente in Breda, om de droom van een eerste landstitel sinds 2004 te realiseren. Pantelic zal dan opnieuw met alle liefde zijn rol spelen als uitdrager van positivisme en zelfvertrouwen. Dat is hem ook wel toevertrouwd.

Openhartig vertelt de eeuwige passant, te herkennen aan de immer opgestoken duim en het aanmoedigende applaus voor ploeggenoten, over de wonderlijke reis die hij als voetballer én als mens aflegde. ‘Ik ben geen Houdini, ik heb de mensen geen trucs te bieden. Alleen mijn eerlijkheid, mijn strijdlust en mijn positivisme.’

Op 14-jarige leeftijd nam je vader jullie gezin mee naar Thessaloniki om daar aan het werk te gaan. Jij begon als tiener bij de club Iraklis. In hoeverre heeft die periode jou gevormd?

‘Wat ik me vooral herinner, is dat mijn vader, die in de commerciële sector werkte, naar het buitenland vertrok omdat hij in Belgrado destijds heel slecht verdiende. Hij kreeg een aanbod en besloot te gaan. Het was niet aan mij om daar als kind allemaal vragen over te stellen. Al deed het me pijn mijn stad en mijn vrienden achter te laten. En misschien had ik toen ook wat met een meisje, dat weet ik niet meer.

‘Maar die periode heeft me als mens gevormd. Ik heb het leven spelenderwijs ontdekt. Ik had niet altijd een manager achter me staan die over me waakte, dus heb ik het allemaal zelf een beetje moeten uitvinden. ‘Van straatjongen tot succes’, dat is mijn levensverhaal.’

Vervult dat je met trots?

‘Het heeft me energie en een positieve houding gegeven. En dat probeer ik over te brengen op anderen, zoals hier bij Ajax. Als ik een duim opsteek of applaudisseer voor een ploeggenoot, dan is dat niet gespeeld. Zo zit ik in elkaar. Ik geloof er heilig in dat er alleen mooie dingen kunnen ontstaan in een team als de achterliggende gedachte er een is van oprechte warmte.

‘We komen allemaal uit verschillende culturen, hebben allen onze eigen route afgelegd naar de Arena. Maar samen moeten we één gedachte uitdragen, namelijk dat de weg naar succes loopt via een harmonieuze samenwerking. Zoiets weet je misschien niet aan het begin van je carrière, dat moet je gaandeweg ontdekken. Zo denk ik dat medespelers na een gesprek met mij positiever tegen dingen aankijken.’

Hoe komt dat in jouw ogen?

‘Het leven heeft mij geleerd dat dit het beste voor mij werkt. Hoewel ik slechts één, elf jaar jongere, broer heb, zijn het er voor mijn gevoel in feite zeven. Want de broer en twee zussen van mijn moeder hebben ook allemaal twee kinderen, met wie ik min of meer ben opgegroeid. Twee basiswaarden werden ons meegegeven: leer te delen en leer te geven.’

Dan, lachend: ‘En uiteindelijk kreeg ik altijd een schop van mijn vader, omdat ik zoveel energie had. Ik moest weleens tot rust worden gemaand. Ik probeer dat bij mijn twee dochters achterwege te laten, het uitdelen van straf. En stiekem hoop ik natuurlijk dat ze net zoals ik worden, dus een beetje ondeugend mogen ze van mij wel zijn.’

Hoe was jij als opgroeiende jongen in de straten van Belgrado?

‘Om te beginnen was het geen makkelijke tijd vanwege het uiteenvallen van Joegoslavië. Er was iets gaande, waarvan wij als opgroeiende kinderen natuurlijk niet wisten wat het was. Wij ondergingen de veranderingen en leefden volgens de regels van de straat. Daardoor leer je op een harde manier én in een heel snel tempo hoe het leven in elkaar zit. En daarvan heb je later weer voordeel, al weet je dat op het moment zelf niet.’

Heeft dat harde straatleven je veranderd of ben je in de kern altijd dezelfde Marko Pantelic gebleven?

‘O nee, ik ben absoluut veranderd. Ik heb nu veel innerlijke rust, terwijl ik vroeger erg opvliegend was. Als ik nu mijn geduld verlies, ben ik misschien slechts voor tien procent de jongen die ik voorheen was. Ik heb veel moeten leren. Als je jong bent, denk je dat zelfs de gekste dingen normaal zijn, dat je met alles kunt wegkomen.

‘Maar je kunt niet altijd boos zijn op het voetbal, of boos zijn op de coach, of de manager van de club. Als ik eerlijk ben, heb ik een aantal jaren niet voor het voetbal geleefd. Pas toen ik me ging realiseren dat het toch echt uit jezelf moet komen, heb ik de stap naar volwassenheid gezet.’

Heb je, terugkijkend op die verspilde tijd, spijt van sommige dingen?

‘Nee, dat niet. Soms word je geconfronteerd met harde levenslessen, waarvan je misschien pas jaren later profijt hebt. Ik ben daar nu blij om, omdat ik weet dat ik mijn leergeld al heb betaald. Tussen mijn 20ste en 23ste heb ik drie jaar weggegooid. Daar kun je om treuren. Je kunt ook denken: oké, dat was zonde, maar kijk eens welke stappen ik na die tijd heb gezet.’

Is die omslag gekomen bij Hertha BSC, de enige club waar je langere tijd actief bent geweest, van 2005 tot 2009?

‘Waarschijnlijk wel. In Berlijn, bij zowel de club als in de stad, ben ik van een jongen langzaam getransformeerd in een man, een vader, een gezinshoofd. Ik was er niet alleen populair als voetballer, maar ook als mens.’

Dat is bij Ajax eigenlijk ook vrij snel gegaan. De scepsis van het begin is al tijden weg. En nu zingen de Amsterdamse fans je alweer wekenlang toe.

‘Normaal gesproken kijken supporters natuurlijk naar de kwaliteit van een speler. En als spits naar doelpunten en assists. Maar aan mijn presentatie kan het publiek zien dat ik er oprecht wat van wil maken. Je kunt misschien een paar mensen in de maling nemen, maar niet een stadion met meer dan 50 duizend fans. Die mensen zien dat ik alles geef.

‘Ik zou, bij wijze van spreken, wel iemand kunnen betalen om mijn imago te verbeteren. Maar als ik dat zou doen, zou het publiek daar doorheen prikken. Aan mij zien ze dat ik echt ben, honderd procent toewijding. Ook als ik niet op m’n best ben, verzaak ik niet.’

Je hebt mogen voetballen in Parijs, in Berlijn en in Amsterdam bij mooie, traditierijke clubs. Voel je je bevoorrecht?

Schaterend: ‘Ik denk dat mijn vrouw dat zeker zou moeten zijn. Ze heeft me nooit gezegd dat ik dat allemaal mooi voor elkaar heb gekregen – Parijs, Berlijn en Amsterdam – maar ik denk dat ze me wel dankbaar is. Zelf ben ik ook niet geheel ontevreden hoor.’

Als we jouw periode bij Hertha even buiten beschouwing laten, ben je overal steeds snel weggeweest. Leef je volgens het principe: wherever I lay my hat, that’s my home?

‘Dat heeft een veel te negatieve klank. Dat zou betekenen dat al mijn verblijven bij al die clubs me niets hebben gedaan. En dat is niet zo. Ik geloof graag dat ik er steeds vrij snel en redelijk goed in slaag me aan te passen aan de nieuwe werk- en woonomstandigheden. Zonder mezelf daarmee te complimenteren, wil ik dat wel een kwaliteit noemen.

‘Maar waar ik ook heen ga, Belgrado zal altijd mijn thuis blijven. Wat me heel erg aanstaat, is dat de stad erin is geslaagd zijn humor te behouden. We zijn onze positieve spirit nooit kwijtgeraakt. Er is een hoop gebeurd, maar de mensen weten zich te vermaken en te lachen. Je kunt aan hun gezichten zien dat ze het nodige hebben doorstaan. Maar uit hun houding spreekt een ander gevoel, dat van altijd willen winnen. Het zal je dus niet verbazen dat wij dat ook tijdens het WK willen uitdragen met Servië.’

Probeer je die gedachte ook aan je medespelers bij Ajax over te dragen?

‘Ja, maar dat is niet makkelijk. Soms zit het team in een dip en moet je een grap maken. Al moet je ook niet continu de leukste willen zijn. Dat luistert heel nauw.’

Zien wij jou hier volgend seizoen eigenlijk nog terug, of blijft het bij één jaar Ajax?

Lacht. ‘Ik weet het niet, niemand weet dat. Vraag het me na de laatste speelronde nog eens. De club wil met me door, maar ik zou de invulling van een nieuw contract graag anders zien. Ik moet namelijk ook aan mijn vrouw en dochters denken. Als Ajax en ik niet met elkaar doorgaan, zullen we later moeten beoordelen wie daar het verstandigst aan heeft gedaan. Maar misschien komen we er toch nog uit.’

Toen Ajax jou wilde contracteren, kwam je direct met een privéjet naar Amsterdam om de zaken af te handelen. Destijds zei je: de club moest zien hoe graag ik wilde komen.

‘Ja, dat klopt. We hadden al één dag verloren en ik wilde de medische keuring niet ophouden, dus nam ik een privéjet. Daardoor voelde Ajax mijn professionaliteit vanaf de eerste stap van ons contact. Het is misschien niet gebruikelijk, maar Ajax werkt dan ook vooral met jonge spelers die zoiets niet snel zullen ondernemen.’

Je vorige coach bij Hertha, Lucien Favre, verweet jou het gedrag van een diva. Trek je je zoiets aan?

Verontwaardigd: ‘Mensen die mij een diva noemen, begrijpen niets van mij. Die zijn dom en zo beoordeel ik ze dan ook. In Nederland had men eerst veel kritiek op mij. Ook dat verraste me, want iedere nieuwkomer verdient de tijd om zich te bewijzen. Maar ik ben blij dat vooroordelen en kritiek geen effect op me hebben. Dat krijg je van al dat reizen. En geloof me, bij elke club waar ik ben vertrokken, heb ik vrienden achtergelaten. Of ik er nu één seizoen was of vier jaar.’

En als je hier bij Ajax uiteindelijk maar één seizoen bent geweest?

‘Mijn vriend, zo is het leven. The show must go on.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden