Verslag Ronde van Vlaanderen

Wonderbaarlijke wederopstanding levertVan der Poel vierde plek in de Ronde van Vlaanderen op

Toen hij op 60 kilometer van de streep onderuit ging, leek een goede klassering niet meer haalbaar. Toch eindigde Mathieu van der Poel tijdens zijn debuut in de Ronde van Vlaanderen alsnog in de voorhoede. ‘Ik ben er trots op dat ik nog vierde ben geworden.’

Op 11 km van de finish trekt Mathieu van der Poel op de Paterberg volop door.

Was het nu al de macht der gewoonte dat Mathieu van der Poel (24) zondag meteen na het passeren van de finish in de Ronde van Vlaanderen terug fietste naar de afgesloten zone van de medaillewinnaars? De poort ging wel voor hem open, de uitstraling is er kennelijk al, met zijn twee zeges in zijn 2,5 week geleden begonnen loopbaan als renner in klassiekers. Misschien droeg zijn witte koersbroek eraan bij, in het wielerpeloton algemeen geldend als een faux pas, maar Van der Poel heeft nu eenmaal lak aan ongeschreven regels. ‘Ik vind het wel mooi’, had hij bij de start nog gezegd. 

De weg terug naar de eindstreep zal een vergissing van zijn begeleiders geweest zijn, die hem naar enkele cameraploegen wilden leiden. Het had niet eens zoveel gescheeld of hij had zomaar het recht kunnen claimen op alweer beklimming van het podium. Achter de verrassende Italiaanse winnaar Alberto Bettiol, eindigde hij als vierde. Het gat was 17 seconden.

Dat hij zover had kunnen reiken, was al een mirakel. In de Vlaamse eredienst van het wielrennen was sprake  geweest van een heuse verrijzenis. Op 60 kilometer van de aankomst, smakte hij op de stoep, na een confrontatie met een obstakel waarmee naar ’s lands traditie de zogeheten steenwegen bezaaid liggen. Slechts twintig kilometer verder, na een goeddeels eenzame inhaalrace, was hij weer aangesloten bij een grote groep met favorieten. De tol betaalde hij ook. ‘Het heeft me uiteindelijk te veel kracht gekost. Ik ben er trots op dat ik nog vierde ben geworden.’ Het was een evenaring van de plek vorige week zondag in Gent-Wevelgem, zijn allereerste grote klassieker.

Hij leek zichzelf zondag uit te schakelen, toen hij in een lichte afdaling iets naar rechts uitweek en er plotseling een met betonranden afgezoomd perkje opdook. De huidige wereldkampioen veldrijden besloot in een reflex er dwars overeen te rijden, maar zijn voorwiel overleefde de klap niet. Zijn fiets begon te driften, hij had moeite overeind te blijven. Op het moment dat hij bijna tot stilstand kwam en zijn hand opstak om assistentie te vragen, brak het wiel volledig doormidden en gingen fiets en berijder over de kop. Van der Poel, tussen de hekken van de afgeschermde zone: ‘Ik heb nog geluk gehad dat het wiel het niet gelijk begaf.’ Maar reed hij niet op de verkeerde plek, zo rechts van het peloton, met weinig zicht op de gebeurtenissen verderop? Hij verweet zichzelf niets. ‘Ik kreeg geen ruimte meer. Ik moest wel in die bak springen.’

Hij bleef een tijdje zitten. Met een van pijn vertrokken gezicht hield hij zijn arm vast. Zijn elleboog had de grootste klap opgevangen. De wedstrijd die hij vooraf had bestempeld als zijn grootste uitdaging – nooit eerder had hij 270 kilometer gefietst – leek voorbij. Maar dan volgde de wederopstanding. ‘Het deed even pijn, ik dacht dat het verloren was, maar dan besef je dat het nog 60 kilometer is.’ Voor zijn team zal het niet geheel als een verrassing zijn gekomen: het herstelvermogen van Van der Poel is al herhaaldelijk wonderbaarlijk gebleken. Zo won hij vorige maand nog een koers in Noord-Frankrijk, vier dagen nadat hij per ambulance de Nokereberg had moeten verlaten, na een driedubbele koprol op de kasseien, gevolgd door een aanrijding met een achteropkomende renner.

Aanvalslust

De val van zondag kwam op een ongelukkig moment. De wedstrijd leek na een lange, tamme aanloop zo langzamerhand te gaan ontbranden. De locatie van het onheil werkte ook al niet mee: de venijnige reeks met de kasseienbulten de Koppenberg, de Taaienberg, de Kruisberg, de Oude Kwaremont en de Paterberg wachtten nog. Hij vond er toch de aansluiting, ook al omdat de grootste kanshebbers vooral elkaar in de gaten hielden. Hij toonde zowaar nog de meeste aanvalslust. De anderen gaven hem geen ruimte.

Van der Poel: ‘Daar heb ik mijn beste pijlen verschoten. Ik hoopte nog op steun van ploeggenoten, maar ik heb veel alleen moeten rijden.’ Balsem op de gehavende elleboog: de toejuichingen vanaf de kerkbanken van de hoogmis, de volgepakte berm van de Oude Kwaremont, waar hij zijn opmars voortzette door de ene renner na de ander te passeren. ‘Zoiets heb ik nog nooit gehoord.’

Dat hij op de laatste helling, de korte maar gruwelijk steile Paterberg, iedereen voorbij stak, was een krachtsinspanning die nog maar weinigen hadden voorzien. De drijfveer bleek een vergissing: hij wist niet dat Bettiol voorop reed. ‘Ik hoorde uit de volgauto dat er een gat was van 30 seconden, maar ik dacht dat tussen ons en de volgende groep was.’

Voelde het toch een beetje als een overwinning, die vierde plek, met zo’n voorgeschiedenis? Het antwoord was resoluut. ‘Nee. Dat is iets heel anders.’ De winst van deze dag was vooral het bewijs geweest dat hij de beproevingen van deze lengte aankan. Dan zal dit dan toch wel zijn zwaarste wedstrijd ooit zijn geweest? Weer een ontkenning. ‘Gent-Wevelgem was lastiger. Dat was de hele dag koers.’

Eenmaal weer buiten het traliewerk was er gelegenheid voor een zoen met vriendin Roxanne en een schouderklop van moeder Corinne. Winnaar Bettiol had hij al gefeliciteerd. Toen had hij de omstanders al gezegd dat hij graag weer terugkomt, en dan wil hij degene zijn die de handen omhoog steekt.

Val kost Terpstra Parijs-Roubaix

Niki Terpstra zal door zijn val in de Ronde van Vlaanderen volgende week ook niet kunnen deelnemen aan Parijs-Roubaix. Dat meldt zijn ploeg Direct Energie. ‘Onze arts bevestigt dat het goed gaat met Niki’, schrijft de ploeg op Twitter. ‘Hij heeft bij zijn val wel een hersenschudding opgelopen en is ook even buiten bewustzijn geweest. Daarom kan hij zondag niet starten in Parijs-Roubaix.’

Terpstra, vorig jaar winnaar van de Ronde van Vlaanderen, ging 160 kilometer voor de streep in Oudenaarde onderuit en werd per ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis. Daar werden in ieder geval geen breuken geconstateerd.

Terpstra liet zich vanuit het ziekenhuis op sociale media zien. Vanuit zijn bed sprak hij een hoopvolle boodschap: ‘I’ll be back.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden