WK levert burger de Gautrain op

De overvolle treinen van Soweto naar Johannesburg zijn verleden tijd...

Van onze correspondent Kees Broere

SOWETO Hier, in Piliso Street, begon elke schooldag zijn ‘korte mars naar de vrijheid’. Al om half zeven ’s ochtends liep Tabitho Mokhatla door het township Soweto. Op weg naar het treinstation, op weg naar school, op weg naar een betere toekomst dan zijn ouders ooit mogelijk hadden geacht. De nu 25-jarige herinnert het zich nog goed.

‘Van hier naar Orlando station is het een halfuurtje lopen. En dan was het wachten op de eerste trein. De vertrektijdenstonden nooit aangegeven.

Soms kwamen we wel een uur te laat in de klas, maar dat begrepen de leraren wel. Ook zij hadden soms moeite om op tijd op school te komen. Het is nu heel veel verbeterd.’

De beelden van de overvolle treinen van Soweto naar de binnenstad van Johannesburg zijn uit de tijd van de apartheid nog zeer bekend. Tabitho heeft het zelf niet meer bewust meegemaakt. Hij was pas vijf, toen Nelson Mandela werd vrijgelaten. Vier jaar later, in 1994, kwam voor zwarten zoals hij de vrijheid.

Infrastructuur
Zuid-Afrika’s grootste stad en haar townships zijn in de loop der jaren naar elkaar toegekomen. Om dat mogelijk te maken, is veel werk gemaakt van wegen en transport. En in de voorbereiding van het wereldkampioenschap deed de regering er flink wat scheppen bovenop. Meer dan 3,5 miljard euro is uitgetrokken om de infrastructuur in het land, of in elk geval de voetbalsteden, te verbeteren.

‘Maar het is eerder begonnen’, meent Tabitho. We staan op perron 2 van Orlando, wachtend op de grijsgele, Nederlands aandoende trein. Het station ziet er schoon en waardig uit. De stevige gele zitbanken in de treinstellen lijken nu meer dan voldoende plek te bieden. Wel zijn de vertrektijden nog altijd onbetrouwbaar: de vertraging van zeven minuten, die op de digitale borden staat, is een aankondiging van ruim twee uur geleden.

Vlak bij het Orlando station ligt de halte voor de nieuwste busdienst die sinds een paar maanden door Soweto loopt. Het is de Rea Vaya (‘We gaan’).

De splinternieuwe rode bussen, met aparte ingang voor mensen in een rolstoel, beschikken grotendeels over hun eigen rijbaan. Dat maakt ze sneller dan de even dure ‘taxi’s’, zoals in Zuid-Afrika de minibussen heten.

Tabitho Mokhatla neemt tegenwoordig zelf de Rea Vaya als hij naar de stad gaat. Hij studeert computertechniek. Volgend jaar hoopt hij klaar te zijn. In een baan heeft hij een vast vertrouwen.

Dan al zal hij in één klap meer verdienen dan zijn vader, die het als kleine handelaar in alcohol nooit echt breed heeft gehad.

Op de investeringen die voor het WK voetbal zijn gedaan, is veel kritiek gekomen. De regering van Jacob Zuma, zo klonk het, kon het geld beter besteden aan zaken als onderwijs en gezondheidszorg voor de nog altijd vele zwarte armen in Zuid-Afrika. Van nieuwe wegen, luchthavens en ander fraais zouden alleen de buitenlandse bezoekers en de rijke Zuid-Afrikanen profiteren.

Voetbalevenement
Tabitho, zelf nog allesbehalve een rijke Zuid-Afrikaan, is het met de kritiek maar ten dele eens. ‘Al die dingen zijn nodig’, zegt hij. ‘Maar ik vind het begrijpelijk dat voor het voetbalevenement de nadruk lag op verbeteringen in de infrastructuur.’ President Zuma zelf zegt al dat de investeringen lonend zijn, maar dezer dagen vraagt even niemand hem naar de feiten.

Dat Zuid-Afrika’s grootste stad zich presenteert als Joburg, A World Class City, is echter geenszins overdreven. ‘Dat moet iedereen toch kunnen zien’, meent Tabitho. ‘Ik vind eigenlijk ook dat voor ons hele land geldt, dat het meer een eerstewereld- dan een derdewereldland is.’

De spectaculairste verbetering in het transport heet de Gautrain. Volgend jaar moet het traject van deze supersnelle trein van de binnenstad van Johannesburg naar de regeringshoofdstad Pretoria lopen. Op dit moment is enkel een rit van de chique wijk Sandton naar luchthaven O.R. Tambo mogelijk. Die is ook de moeite waard – voor wie het kan betalen.

Voor Tabitho is de ritprijs van ongeveer tien euro voor vijftien minuten ver boven zijn budget, dus de verslaggever past bij. Bij de haltes van de Gautrain staan nu nog talloze mensen die, net als bij de invoering in Nederland van de chipcard, de reizigers vertrouwd proberen te maken met de regels van dit nieuwe transport.

Tijdens de rit meldt de machinist dat we 160 kilometer per uur rijden. Dat is niet zo, maar het klinkt goed. ‘En geen bekeuring!’ voegt hij eraan toe.

De reizigers schieten in de lach. Het is sowieso een vrolijk tochtje, met Zuid-Afrikanen die met camera’s en mobieltjes foto’s maken van dit nieuwe wonder.

Eén reiziger geniet nog maar dan de anderen. Hij fluit het deuntje van Waka Waka, het songlied van het WK: It’s time for Africa. ‘Wow’, zegt hij, ‘eigenlijk zou elk land zo’n WK moeten kunnen organiseren. Iedereen is vrolijk, en het land krijgt er ook nog eens een opknapbeurt bij.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden