Winnaar van WK is niet per se de beste ploeg

Het WK-voetbal is voorbij. Dat Oranje het ondanks de hoge verwachtingen niet tot de finale bracht, hoeft volgens Wim Westera niet per se aan de kwaliteit van het Nederlandse voetbal te liggen....

EEN sportkampioenschap is een middel om vast te stellen wie van de deelnemers de beste is. Teams of individuen krijgen een duidelijke opdracht, die binnen strikte regels moet worden uitgevoerd en die uiteindelijk wordt getoetst aan harde, ondubbelzinnige criteria.

Zo moet iedere marathonloper het voorgeschreven parkoers van 42.195 meter afleggen, niets meer en niets minder. Wie het snelste is mag zich kampioen noemen; wie later eindigt, heeft geen excuus en weet zich de terechte verliezer.

Bij het WK-voetbal ligt het anders. Wereldkampioen wordt die ploeg, die in de finale de meeste doelpunten maakt. Tot zover niets aan de hand. Maar de eerstvolgende vraag is natuurlijk: hoe kom je in de finale? En daar begint het probleem. De weg naar de finale is immers niet voor ieder team gelijk. Frankrijk heeft een volstrekt ander traject afgelegd dan Brazilië, met andere tegenstanders, andere omstandigheden en andere scheidsrechters.

In het speelschema schuilen daardoor onrechtvaardigheden omdat het niet alle deelnemers gelijke kansen biedt. Wie bij een marathonkampioenschap twee kanshebbers een verschillend parkoers zou laten lopen, zou worden weggehoond om zoveel oneerlijkheid en onredelijkheid. Maar bij voetbal is dit de feitelijke gang van zaken.

Het speelschema draagt ook sporen van klassejustitie. Net als bij tennis worden de vermeend sterkste teams tegen elkaar beschermd door een plaatsingssysteem. Nieuwkomers hebben daardoor veel minder kans op vermeend zwakke tegenstanders dan de gevestigde landen en hebben het dus extra zwaar.

Ondanks het plaatsingssysteem blijft de poule-indeling toch vaak onevenwichtig. Er blijkt altijd wel een zogenoemde poule des doods te zijn, waarvan de verzwakte en moegestreden winnaar in de volgende ronde door een zwakkere, maar uitgeruste tegenstander wordt uitgeschakeld. Wie twee marathons in de week moet lopen zal zeker niet winnen.

De beperktheid van het speelschema blijkt ook uit het feit dat lang niet alle denkbare finales mogelijk zijn. Na de poulewedstrijden wordt overgestapt op een knock-outsysteem, zoals bij het tennis. Toen was direct duidelijk dat Brazilië en Nederland (nota bene allebei poulewinnaar) nooit samen in de finale zouden staan. De finale van het WK is dus niet per se een wedstrijd tussen de twee sterkste teams.

Maar hoe moet het dan? De meest rechtvaardige oplossing zou natuurlijk zijn een volledige competitie waarin elke deelnemer tegen elke andere deelnemer aantreedt. Dat is precies wat bij een marathonloop gebeurt. Maar kom daar maar eens mee aan. De wedstrijden zouden drastisch moeten worden ingekort, bijvoorbeeld tot 2 keer 10 minuten.

Velen zullen bij dat idee moord en brand gaan roepen, met als argument dat ploegen dan onvoldoende in hun spel kunnen komen of dat doelpunten meestal pas na 30 minuten vallen.

Maar daarmee wordt onbedoeld een nieuwe zwakheid van het voetbalspel blootgelegd. Inderdaad zijn tempo, daadkracht en precisie vaak in grote delen van de wedstrijd beneden peil.

Vergelijk dat maar eens met basketball, darts of, pakweg, kleiduiven schieten. Er worden inderdaad zo weinig doelpunten gemaakt dat ieder doelpunt een onevenredig zwaar gewicht krijgt. Hoe vaak komt het niet voor dat een doelpunt meer geluk dan wijsheid is: een gevaarlijke klutsbal, een van richting veranderd schot of een onterechte strafschop?

Als negentien van de twintig schoten naast het doel belanden, is die ene treffer vaak louter toeval. Wat trainers ook mogen beweren, dit soort geluk valt niet af te dwingen: wie twintig keer schiet kan pech hebben, wie een keer schiet geluk.

Het voetbal is een prachtige sport, waarvan velen genieten, waarin veel gebeurt, maar waarin lang niet altijd het beste team wint. Misschien is het juist die intrinsieke onrechtvaardigheid, die onontkoombare frustratie en eeuwige onvoorspelbaarheid die het voetbal zijn charme en dramatiek verleent. Geen probleem.

Maar laten we dan erkennen dat je voor het winnen van een toernooi nogal wat geluk moet hebben, zoals ook het verliezen vooral een kwestie van pech is. Misschien biedt dat nog wat troost.

Wim Westera is wetenschapsjournalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.