Win-winsituatie, of verkoopt NAC haar ziel aan Manchester City?

Omstreden samenwerking levert NAC zes huurlingen op

Ook de komende weken tot het sluiten van de transfermarkt zullen ze weer uit alle hoeken van de wereld neerstrijken in het Nederlandse profvoetbal. Ondermijnen de huurlingen de identiteit van hun tijdelijke clubs? 'Het is een kortetermijnstrategie.'

De van Manchester City gehuurde NAC-spelers (vlnr) Manu Garica, Pablo Mari, Angeliño en Thierry Ambrose. Foto Jiri Buller / de Volkskrant

Tussen de uitgestrekte weilanden in het Brabantse Zundert schallen termen als 'shoot', 'left, left' en 'pressure' over het trainingscomplex van NAC. Aan de rand van het veld kijken Rinus van Aert en Adrie Verheulen elkaar vragend aan. De twee hondstrouwe supporters moeten er nog aan wennen dat Engels de voertaal is bij hun club.

Het is een direct gevolg van de zes huurlingen van Manchester City die dit seizoen rondlopen bij NAC. De Brabanders werken sinds ruim een jaar samen met de steenrijke club uit Engeland.

'De jongens van vorig seizoen ken ik wel, maar de namen van de nieuwelingen moet ik je schuldig blijven', bekent Van Aert. 'Jij Adrie?'

Die kijkt vertwijfeld. 'Je hebt er eigenlijk niet veel aan omdat de spelers vaak na een jaar weer zijn vertrokken. Aan de andere kant hebben we nu een stevig elftal dat in de eredivisie mee kan.'

In plaats van cultuurbewakers als Rob Penders, Jelle ten Rouwelaar en Anthony Lurling moeten de huurlingen Pablo Mari, Manu Garcia en Thierry Ambrose dit seizoen ervoor zorgen dat het gepromoveerde NAC niet degradeert. Trainer Stijn Vreven benoemde Pablo Mari al tot aanvoerder.

De samenwerking met een van de rijkste clubs ter wereld roept de nodige vraagtekens op. Verkocht NAC haar ziel aan de Abu Dhabi United Group, dat eigenaar is van Manchester City? Zou de club niets meer zijn dan een handelshuis?

Deal maakt spelers bereikbaar

Technisch directeur Hans Smulders wil daar niks van weten. NAC krijgt volgens hem de beschikking over spelers die de club anders niet had kunnen halen. Als voorbeeld noemt hij Manu Garcia. De middenvelder was de tweede seizoenshelft een belangrijke schakel in de ploeg die via de play-offs promotie naar de eredivisie wist af te dwingen. Nu NAC op het hoogste niveau speelt, heeft het nog een jaar de beschikking over de huurling. 'Als de talenten nog niet zijn uitgeleerd bij ons, kunnen wij ze langer houden.'

Vorig jaar telde de eredivisie bij het begin van de competitie een recordaantal van 54 huurlingen, bijna vijf volledige elftallen, zo blijkt uit cijfers van de afdaling competitiezaken van de KNVB. Nu staat de teller alweer op 28. En dan is het einde van de transfertermijn nog lang niet in zicht. Traditiegetrouw wachten clubs tot het laatste moment om spelers die bij andere clubs uit de boot vallen te huren.

Twee clubs uit de eredivisie hebben een samenwerkingsverband met een Engelse topclub. NAC met Manchester City, Vitesse met Chelsea. Verder huurt FC Groningen Todd Kane van Chelsea en Uriel Antuna van Manchester City, PSV Marco van Ginkel van Chelsea en heeft Willem II tijdelijk Pedro Chirivella overgenomen van Liverpool. Het Nederlandse voetbal lijkt een ideale uitvalsbasis voor internationaal talent. De spelopvatting in de eredivisie is doorgaans offensief, je mag hier nog een foutje maken en het is er minder gemeen dan pakweg op het vierde niveau van Engeland.

Real blijft droom Ødegaard

Real blijft droom Ødegaard

De bekendste huurling uit de eredivisie speelt bij Heerenveen. De Friezen namen halverwege het vorige seizoen Martin Ødegaard over van Real Madrid. Ødegaard debuteerde in 2014 op 15-jarige leeftijd voor het Noorse nationale elftal en werd een jaar later voor circa 3,5 miljoen euro gekocht door Real Madrid. Hij geldt als een van de grootste talenten ter wereld. Zijn verhuurperiode bij Heerenveen is tot nu toe geen groot succes. De aanvallende middenvelder had vorig seizoen geen basisplaats. In Voetbal International zei hij deze week: 'Bij Real Madrid kijken ze mijn wedstrijden terug en soms komt er iemand over naar Heerenveen. Nu is het aan mij verdere progressie te boeken. Over een jaar wil ik als een rijpere en betere speler terug naar Spanje. Want dat blijft het grote doel: een basisplaats bij Real Madrid.'

Maar wat schiet Nederland ermee op? Niets, zegt sportmarketingdeskundige Frank van den Wall Bake. 'Het is puur een kortetermijnstrategie. Ik snap het wel, een trainer is ook maar een passant. Die wil zo snel mogelijk succes. Maar eigenlijk zou hij moeten zeggen: ik ben hier voor de lange termijn en ik help eigen jeugdspelers doorstromen.'

En dan is er nog de vraag: wat blijft er over van het dna van een club die haar lot in handen legt van huurlingen? Hilarisch was vorig jaar het filmpje waarin Roda JC-huurling Beni Badibanga, overgekomen van Standaard Luik, stond te hakkelen na de opmerking van de verslaggever dat men in Kerkrade veel van hem verwachtte. 'In eh, wat? Kerklaar?' De Franstalige Belg, een van de zes huurlingen bij Roda JC, had geen idee waar hij terecht was gekomen.

De huidige technisch directeur Harm van Veldhoven zegt: 'Die jongen spreekt geen Nederlands. Beetje flauw van de NOS om hem zo neer te zetten. Het is maar net hoe je zaken belicht.'

Clubidentiteit is achterhaald

Dit jaar heeft de club uit Kerkrade vier gehuurde spelers in de selectie: Hidde Jurjus van PSV, Simon Gustafson van Feyenoord, Jorn Vancamp van Anderlecht en Tsiy William Ndenge van Borrussia Mönchengladbach. Van Veldhoven denkt niet dat Roda JC zich daarmee vervreemdt van de eigen aanhang. Volgens hem is clubidentiteit een achterhaald begrip in het huidige profvoetbal.

'Al sinds het Bosman-arrest is het bij elke club een komen en gaan van spelers. Het is een financieel verhaal. Idealiter zouden we minder spelers willen huren, maar vraag je het mij met het mes op de keel dan zeg ik: liever een goeie huurling dan een iets minder goeie contractspeler. Waar we bij Roda daarom op letten, is dat de huurspelers van Nederlandse clubs komen of uit omringende landen. Zo behoud je een soort eigenheid.'

Ook technisch directeur Gerard Nijkamp van PEC Zwolle heeft niet het idee dat het huren van spelers grote zorgen gaf bij de aanhang. De club huurde vorig seizoen Calvin Verdonk van Feyenoord, Django Warmerdam en Queensy Menig van Ajax, Gustavo Hebling van Paris Saint Germain en Hachim Mastour van AC Milan. Ook dit jaar is de club van plan om op die manier de selectie te complementeren.

Pablo Mari, Angeliño, Manu Garcia en Thierry Ambrose trainen in het krachthonk. Foto Jiri Buller / de Volkskrant

Nijkamp: 'Je identiteit wordt bepaald door de manier waarop je speelt, je visie en de staf die je aanstelt, niet door een gehuurde jeugdspeler van Manchester City of Juventus. Maar krijgen huurspelers de overhand, zoals bij NAC, ja, dan gaat het wringen.'

Smulders kent de bedenkingen vanuit de voetbalwereld, maar ziet alleen maar voordelen. Hij wijst op de tien medewerkers van City die om de veertien dagen naar Breda komen. NAC heeft de beschikking over hetzelfde analysesysteem en dezelfde specialisten als de grootmacht uit Engeland. 'Ook de spelers die bij ons onder contract staan, krijgen hierdoor de mogelijkheid zich sneller te ontwikkelen.'

Middenvelder Mounir El Allouchi, afkomstig uit de eigen jeugdopleiding, zag de club het afgelopen jaar professionaliseren. 'Eerst kregen we krachttraining met de hele groep. Sinds de samenwerking met City heeft iedereen een individueel schema.'

Bovendien investeert City niet alleen in zijn verhuurde spelers, maar heeft het ook oog voor NAC, meent de 22-jarige El Allouchi. De Engelsen zorgden onder meer voor een nieuwe keuken op het trainingscomplex in Zundert. 'Voorheen aten vaak dezelfde pasta. Nu is er een nieuwe kok en krijgen we elke dag wat anders.'

Contrast met Manchester

Op een houten bankje voor de kantine kijkt de Spaanse huurling Manu Garcia (19) uit over het trainingsveld. Kassen grenzen aan het vangnet achter het doel. Een tractor rijdt het erf op van de boerderij naast het veld. Het staat in schril contrast met de zwembaden, slaapkamers en zeventien voetbalvelden op het trainingscomplex van Manchester City. 'Als daar het ene veld slecht was, kozen we een van de andere zestien velden', zegt Garcia.

Maar klagen hoor je hem niet. Hij wist precies wat hij kon verwachten in Breda. Bij Manchester City wordt wekelijks een samenvatting van de wedstrijd van NAC getoond. Bovendien draait er met enige regelmaat een documentaire over de club waarin de trainingsaccommodatie, fans en het stadion worden uitgelicht. Garcia: 'Ik had eerlijk gezegd nog nooit van NAC gehoord. maar de video sprak mij aan. Mijn vrienden kenden de club via het spel Fifa.'

Op die manier hoopt NAC een probleem te voorkomen waarmee PEC Zwolle vorig jaar te maken kreeg met Hachim Mastour. Overgekomen van het grote AC Milan dacht hij in Zwolle wel eventjes 25 wedstrijden in de eredivisie te gaan spelen. Het werden er uiteindelijk vijf. Technisch directeur Nijkamp steekt de hand in eigen boezem: 'Met iedere speler hebben we vooraf een gesprek, waarin we de kans op speeltijd schetsen. Kennelijk zijn we met Hachim niet duidelijk genoeg geweest. Al denk ik dat hij zich toch wel heeft ontwikkeld bij ons. Voetbal bestaat niet alleen maar uit balbezit. Er zijn ook momenten dat je die bal niet hebt. Wat doe je dan? Ik denk dat hem dat gaat helpen in de rest van zijn carrière.'

Huurlingen perspectief bieden

Volgens Van Veldhoven van Roda JC is het allerbelangrijkste om huurlingen voldoende perspectief te bieden. 'Neem goed de doelstelling van zo'n jaar door. Zo zullen ze inzien dat als ze bij ons goed presteren de kans op een basisplaats bij hun eigen club ook groter wordt. Als zo'n jongen niet lekker in zijn vel steekt, denkt hij al snel: ach, Roda JC is toch maar een tussenstation.'

Met de talenten van Manchester City die aan het begin van het seizoen naar NAC kwamen zijn geen afspraken gemaakt over het minimaal aantal wedstrijden dat zij moeten spelen, verzekert directeur Smulders. 'Maar het zou gek zijn als de huurlingen met hun kwaliteiten niet aan een bepaald aantal wedstrijden komen. Wij kijken op welke positie we spelers nodig hebben en overleggen dat met City.'

Dat het clubs als Sparta en Excelsior met een vergelijkbaar budget wel lukt een eredivisiewaardig elftal samen te stellen zonder een rits huurlingen aan te trekken, zegt hem weinig. Alleen de topdrie en subtop hebben in Nederland volgens Smulders de middelen om zelf een goed team op de been te brengen. 'In de groep daaronder heeft elke club een aantal huurspelers. Door de huurlingen hebben wij een bredere selectie dan Excelsior. Of het werkt, zal de toekomst leren.'

Succes maakt veel goed. Ook voor de NAC-supporters Verheulen en Van Aert die dagelijks langs het trainingsveld staan. Laatstgenoemde: 'Als we tien wedstrijden achter elkaar verliezen met allemaal jongens uit de regio, maak je mij ook niet vrolijk. Dan kom ik op een gegeven moment ook niet meer.'

Meer over