Wimbledon-blog tennis

Wimbledon-blog: Wimbledon had met vier dertigers de 'oudste' halve finale ooit. Waar blijven de nieuwe uitdagers?

Wimbledon, dat heeft iets magisch. Verslaggever Robèrt Misset is in Londen en verzamelt in dit blog wetens- en lezenswaardigheden over het oudste tennistoernooi ter wereld.

Rafael Nadal en Novak Djokovic. Foto epa

Zondag 15 juli, 12:30

De laatste dag op Wimbledon stemt altijd weemoedig. De paar Nederlandse verslaggevers die de finale hebben gehaald sluiten het toernooi traditioneel af bij Thai Girder, tegenover metrostation Southfields op loopafstand van het tennispark. Jane is de frivole en keiharde gastvrouw, haar moeder staat in de keuken en soms werkt een van de dochters tijdens Wimbledon in de bediening. Jane hoort voor ons net zo bij Wimbledon als Roger Federer en Serena Williams.

Misschien maakt het familiegevoel Wimbledon wel zo uniek. Sinds 1988 wandel ik in juli door de gietijzeren poort op Church Road en juist de kleine dingen maken dit toernooi zo vertrouwd. Wimbledon is een jaarlijkse reünie, want het internationale journaille is een rondreizend circus.

Op Wimbledon wordt de vernieuwing niet alleen geremd door de soms belachelijke tradities. Vier dertigers stonden in het mannentoernooi in de ‘oudste’ halve finales ooit, sinds de invoering van het proftennis van het 1968. De spelersvakbond Association Tennis Professionals (ATP) organiseert zelfs een seizoensfinale voor de ‘Next Gen’, maar bij de grandslamtoernooien laten de tennissers van de nieuwe generatie het opzichtig afweten.

Als kopman van de nieuwe lichting worstelt de 21-jarige Alexander Zverev met het moordende format van zeven partijen om drie gewonnen sets. Verder dan de kwartfinales is ‘Sascha’ nog niet gekomen. Dominique Thiem verloor in de finale op Roland Garros van Nadal, maar bij andere ‘slams’ speelt hij vooralsnog geen hoofdrol.

Vanwege de dominantie van de zogeheten ‘Big Four’ (Federer, Nadal, Djokovic, Murray) heeft de tennissport een verloren generatie opgeleid. Dimitrov, Nishikori, Raonic, maar ook de dertigers Tsonga, Gasquet, Monfils, Berdych en Ferrer; ze liepen telkens tegen een glazen wand. En de 23-jarige Nick Kyrgios maakte zichzelf weer eens belachelijk op Wimbledon door zijn partij tegen Nishikori te ‘tanken’ door openlijk punten weg te geven.

Waar blijven de nieuwe uitdagers van de elite?

De briljante partijen van Nadal tegen Juan Martin del Potro en Novak Djokovic illustreerden nog eens waarom de oude garde ook na tien tot vijftien jaar proftennis tot de buitencategorie hoort. Kyrgios zou de beelden van Nadal-Djokovic nog eens moeten terugzien.

Het krankzinnig hoge niveau is een bron van inspiratie voor elk talent. Maar laat vooral de mentale weerbaarheid van beide topatleten een les zijn, zo speel je dus elk punt op leven en dood. Daarom moet het tennis zich ernstig zorgen maken om een toekomst zonder deze gladiatoren.

Wimbledon zal alles overleven. Wimbledon ontstijgt de sport, hier wordt het leven gevierd. De accreditatie om mijn nek voelt ook na dertig jaar als een ‘ticket to heaven’. Ik verheug me nu al op Wimbledon 2019.

John Isner. Foto REUTERS

Zaterdag 14 juli, 13:30

Als twee hevig bloedende soldaten strompelden John Isner en Kevin Anderson vrijdagavond van het slagveld. Hun partij duurde 6 uur en 36 minuten, met een surrealistische laatste set van vijftig games die alleen al bijna drie uur in beslag nam. Anderson won met 26-24, maar hij waande zich geen winnaar. Het voelde alsof hij met Isner in een arena had gestaan en de All England de leeuwen op hen af had gestuurd. Wie het strijdperk levend verliet, mocht naar de finale.

Een vijfde set zonder tiebreak voelt als een woestijntocht zonder uitzicht op verlossing. Het is bijna een morele kwestie geworden op Wimbledon, hoe lang mag een sportwedstrijd duren? Hoe lang mag je atleten elkaar laten bestoken met hun beste wapens, in de wetenschap dat ze hun kunsten eindeloos kunnen blijven vertonen? Er zijn grenzen aan de zelfkwelling van de sporter.

John McEnroe, drievoudig Wimbledonkampioen, had de kern geraakt, nadat Isner in 2010 een even hilarische als gruwelijke vijfde set tegen Nicolas Mahut met 70-68 had gewonnen. In die partij van 11 uur en 5 minuten daalde een bijna Kafkaëske gekte over Wimbledon. McEnroe sprak van een ultieme tweestrijd, die de ziel van de tennissport had blootgelegd. Maar zijn boodschap was helder. Zorg dat het record nooit meer wordt verbeterd door de tiebreak op alle grandslamtoernooien ook in de vijfde set in te voeren.

Anderson en Isner verklaarden in koor dat het afgelopen moest zijn met de monsterlijke vijfde set. Zet twee servicespecialisten tegenover elkaar en ze kunnen elkaar blijven geselen. Zie de ander dan maar eens te breken, tot er twee games verschil zijn in de set. Wimbledon onderscheidt zich met meerdere tradities, maar het wordt tijd dat ze kritisch tegen het licht worden gehouden.

Isner pleitte voor een tiebreak vanaf 12-12 in de vijfde set, ergens moeten de tennissers en de fans toch het licht aan het einde van de tunnel zien. 6-6, 10-10, 12-12, het moment van de apotheose is arbitrair. Als Federer en Nadal zo’n vijfde set spelen, wil jij geen tiebreak, twitterde oud-prof John van Lottum. Toch wel.

Ook de beste tennissers ter wereld verdienen een grandioze finale, geen lijdensweg waarin ze tegen wil en dank een karikatuur van zichzelf worden. En het publiek bijna smeekt om een winnaar. Ik geef toe dat ik er een dubbel gevoel bij heb. Als oudere romanticus kan ik die 26-24 wel waarderen, al zaten we dan naar tennis uit de Keuken Kampioen Divisie te kijken.

De Champions League met Nadal en Djokovic in een hoofdrol was van een andere planeet en had van mij de hele nacht mogen duren. Deel 2 van die partij op zaterdag voelt bijna als een anticlimax. Dus Wimbledon: voer in 2019 een tiebreak in de vijfde set in en doe het lekker eigenwijs op 9-9. Want het unieke karakter van Wimbledon moet wel behouden blijven.

Vrijdag 13 juli, 13.30

Serena Williams op Wimbledon. Foto AFP

Ik zag vrijdag een misprijzende tweet voorbijkomen over een zin waarin ik Serena Williams als moeder beschreef. Ik moest erom lachen, omdat Serena op Wimbledon dagelijks over haar dochter Olympia praat. Ze had de baby voor het toernooi op het Centre Court gefotografeerd en op Instagram gezegd dat ‘mama hier aan het werk ging’. En dus was het voor mij een verleidelijke conclusie dat ‘mama de baas was op het Centre Court’, want ze veegde Julia Görges in grootse stijl van de baan en bereikte haar tiende Wimbledonfinale.

Het venijn zat hem meer in de tweede opmerking bij de tweet. ‘Of zoals @RMisset over Federer schreef: ‘Papa had zijn dag niet tegen Anderson’. Dat had ik inderdaad kunnen schrijven, wanneer ik een merkwaardige en achterhaalde traditie op Wimbledon zou hebben gevolgd. De All England Club maakt nog altijd onderscheid tussen getrouwde en ongehuwde speelsters. En dus wordt Serena Williams tijdens elke partij ‘Mrs. Williams’, mevrouw Williams, genoemd. En ze versloeg ‘Miss’ Görges, mejuffrouw Görges.

Voordeel mevrouw Williams, game mejuffrouw Görges: dat klinkt misprijzend, heb ik al eens getwitterd. De mannen worden op Wimbledon nog Federer en Anderson genoemd, behalve als ze een zogeheten ‘challenge’ aanvragen en het elektronische oog Hawkeye laten bepalen of de bal in of uit was. Dan betwist ‘meneer Federer’ de call aan de rechterkant van de baseline. Ik vind het volstrekt bezopen.

Hilarisch zijn de beelden van een vloekende en tierende John McEnroe die de umpire ‘het laagste van het laagste’ noemt. Of ‘meneer McEnroe’ zo vriendelijk wil zijn om het spel te hervatten? In een genderneutrale samenleving kan Wimbledon het niet meer verkopen dat getrouwde vrouwen anders worden aangesproken. De ongehuwde Venus Williams vond het maar niks dat haar jongere zus plotseling ‘Mrs’ was op Wimbledon. ‘Remember Miss Jackson, dat klinkt beter’, zei Venus.

Ze refereerde aan de hit van de Amerikaanse band Panic! at the Disco uit 2013, een ode aan Nasty van Janet Jackson, met daarin de veel geciteerde zin: ‘My First name ain’t baby, it’s Janet, Miss Jackson if you’re nasty’: Ik heet niet baby, maar Janet. Miss Jackson als je vervelend bent. Zo moet het ook zijn op Wimbledon. De Braziliaanse volleybalsters laten zich al lang bij hun voornaam noemen. ‘Sheila’ en ‘Jacque’(line) werden een begrip.

Het zou een mooi gebaar zijn wanneer Serena Williams en Angelique Kerber zaterdag in de Wimbledonfinale worden aangekondigd als ‘Serena’ en ‘Angie’. Veel gemakkelijker voor de umpire, herkenbaar voor het publiek. Voordeel Serena, game Angie, klinkt goed toch? En mocht Serena Williams haar 24ste grandslamtitel behalen en daarmee het record evenaren van Margaret Court? Dan kan de umpire de partij maar op één manier besluiten: ‘Game, set, match Serena, the greatest of all times’. Discussie gesloten. En zal ik nooit meer schrijven dat mama de baas was op het Centre Court.

Donderdag 12 juli, 15:15

‘Bring it home, Roger’ was de leus op Wimbledon, tien jaar na zijn historische finale tegen Rafael Nadal. Maar de Zwitserse magiër faalde woensdag net zo opzichtig als de Britse voetballers. Geen reden om met een kater wakker te worden, ook al heeft Mozart het toneel verlaten en moeten we verder met een clubje strijkers zonder dirigent. Federer draagt zijn sport. Ik vrees nu al een toekomst zonder King Roger. Maar hé, dit is Wimbledon! Niemand is groter dan Wimbledon, er staat zondag een nieuwe kampioen op.

Ik word niet vrolijk van de gedachte dat de servicebeulen Kevin Anderson en John Isner tegen elkaar spelen in de halve finales. Het liefste zou ik ze achter gesloten deuren bomen laten hakken op de grasbanen van Roehampton, waar het kwalificatietoernooi voor Wimbledon wordt gespeeld. Sluit ze op en vraag na vijf dagen of Isner opnieuw met 70-68 heeft gewonnen in de vijfde set, als in 2010 na zijn legendarische marathon tegen Nicolas Mahut.

Toch is Wimbledon ook het toernooi voor de servicekanonnen, of beter gezegd het toernooi waar de meeste servicekanonnen de laatste twintig jaar keurig werden ontmanteld. Ik zag Federer woensdag ploeteren tegen Anderson en plotseling miste ik Andy Murray. De tweevoudig kampioen trok zich een dag voor Wimbledon terug als de ‘Drama Queen’, zoals hij ooit door Virginia Wade, Wimbledonwinnaar in 1977, werd genoemd.

Murray is nu commentator, met zijn Britse voorganger Tim Henman. Wie is het saaist van ons tweeën, grapte Henman. Ik riep meteen voor de televisie: ‘jij Tiny Tim, met je keurige, Britse volzinnen zonder jus, gif of inhoud’. Laat de stem van Murray klinken als schuurpapier, zijn haar als aardappelpuree op zijn hoofd plakken; Murray is zelfs als analist een verrijking, geen enkele man in de BBC-studio weet meer van het vrouwentennis dan hij.

Toch had ik Murray het liefste op de tennisbaan gezien. Hij heeft het minste aanzien van de ‘Big Four’ met Federer, Nadal en Djokovic, die samen 49 grandslamtitels hebben gewonnen, waarvan 13 op Wimbledon. Murray beëindigde de Britse banvloek op Wimbledon in 2013 en won opnieuw in 2016. Federer had de beelden van die finale nog eens moeten terugzien. Het was een masterclass met het wapen, dat werkelijk telt op Wimbledon. ‘It’s the return stupid!’

Als iemand een boomlang servicebeest tot zwijgen brengt, is het Murray. Met zijn fantastische returns, zijn fameuze oog-hand coördinatie, atletisch vermogen en snelle handen degradeert hij de reuzen in de ATP Tour tot houten klazen. Hij lokt ze naar het net, maakt ze gek met schitterende passeerslagen. Een Murray in topvorm had Anderson en Isner gesloopt.

Ik hoop vurig dat Murray zijn oude niveau weer haalt, al vrees ik het ergste. Zijn heupblessure lijkt chronisch. In dat geval zou ik hem op Wimbledon 2019 meteen aanstellen als coach van Federer. Wedden dat hij dan nooit meer verliest van kleurloze beukers als Anderson?

Roger Federer in de kwartfinalewedstrijd tegen Kevin Anderson. Foto AFP

Woensdag 11 juli, 18.30

Roger Federer is verrassend uitgeschakeld in de kwartfinales op Wimbledon. De achtvoudig kampioen van het grandslamtoernooi moest in vijf sets buigen voor de Zuid-Afrikaan Kevin Anderson. Na 4 uur en 13 minuten spelen stonden de volgende setstanden op het scorebord: 6-2 7-6 (5) 5-7 4-6 11-13.

‘Ik bleef maar vechten en voelde: dit wordt mijn dag’, zei Anderson na afloop. ‘Op het einde dacht ik niet te veel na maar bleef ik punt voor punt spelen en nu heb ik Roger Federer verslagen op Wimbledon. Dit zal ik nooit meer vergeten, ik ben in de zevende hemel.’

Lees hier een uitgebreid wedstrijdverslag.

Woensdag 11 juli, 15.30

Kiki Bertens met haar coach Raemon Sluiter. Foto ANP

Voor het laatst spraken we Raemon Sluiter dinsdag op Wimbledon, op het terras voor de perszaal. Toevallig stonden we in een kring rond een afvalbak. ‘Symbolisch’, aldus Sluiter. ‘Het is kut, maar het is prima.’ De coach van Kiki Bertens heeft de lach aan zijn kont hangen en hij zegt graag in metaforen te spreken. Sluiter is net zo sensibel als zijn pupil. Het lijntje tussen ‘kut’ en ‘prima’ is ook bij hem dunner dan je zou veronderstellen.

En dus breekt Sluiter voor de camera van Ziggo. Vloeien de tranen als hij zegt trots te zijn op ‘Kiek’. Ze stond toch maar mooi in de kwartfinales op het gras van Wimbledon, de baansoort die jaarlijks ‘haatgevoelens’ bij haar oproept. Alsof een kind verplicht spruitjes moet eten, inhaleert Bertens de lucht van het gras. Ze heeft niet de bravoure van haar coach, die juist op het Centre Court van Wimbledon een van de mooiste partijen in zijn carrière speelde.

Met zijn onorthodoxe, dubbelhandige slagen geselde Sluiter de Rus Yevgeni Kafelnikov, voormalig nummer 1 van de wereld. Hij zou Bertens ongetwijfeld wat meer flair willen meegeven, in zijn rol als coach kan hij niet altijd de spiegel van zichzelf zijn. Sluiter kan er prachtig over vertellen, in dat zangerige, Rotterdamse accent. Dan klinkt hij als de legendarische bokser Bep van Klaveren, die iedereen een ‘klap op zijn muil’ wilde geven.

Als speler heeft Sluiter niet het beste uit zichzelf gehaald. Heimwee naar zijn familie bepaalde geregeld zijn programma en dat levert nu eenmaal te weinig punten voor de wereldranglijst op. De dood van zijn grootouders en zijn nichtje hebben hem geknakt. Eind 2014 sprak ik Sluiter uitvoerig over zijn depressies. Ook toen hanteerde hij een metafoor en was zijn hoofd een kamer, waarin de ‘teringzooi’ stap voor stap moest worden opgeruimd.

Voor Bertens was Sluiter aanvankelijk de ‘feel good coach’, de man met wie ze de wereld ging veroveren. Eind vorig jaar leek een breuk nabij. Sluiter accepteerde het negatieve gedrag van Bertens niet langer. Te vaak was hij de ‘ambulance’ die met gillende sirenes moest uirukken als Bertens werd verstikt door de faalangst. Steeds vaker is Sluiter nu de ‘hulplijn’ voor Bertens. Op Wimbledon zagen we een zelfbewuste vrouw, die volgens Sluiter ‘haar plek opeist.’

Voor de laatste stap in haar ontwikkeling moet Team Bertens worden uitgebreid met een supervisor, een coach naast de coach, schreef ik na de pijnlijke nederlaag van Bertens op Roland Garros tegen Angelique Kerber. Sluiter reageerde geprikkeld, terwijl zijn vriend en voormalige coach Tjerk Bogtstra altijd een klankbord is gebleven. Die rol heeft zijn vriendin en oud-hockeyinternational Fatima Moreira de Melo ook. Zij is nu achter de pokertafel de killer die Sluiter nooit is geweest.

Toch vertolkt ‘Sluit’ een kernwaarde, die hem ook als coach zo bijzonder maakt. Hij is authentiek en oprecht, elke dag een vleugje Sluiter en de wereld ziet er een stuk leuker uit. En je gaat er ook beter van tennissen.

Novak Djokovic op de trainingsbaan van Wimbledon. Foto AFP

Dinsdag 10 juli

Gras is voor de koeien. Ga er lekker op voetballen. Tennissen doen we op gravel of hardcourt. Ik hoor het Paul Haarhuis nog zeggen in de jaren negentig. Het is precies 20 jaar geleden dat hij met zijn vaste partner Jacco Eltingh het dubbelspel op Wimbledon won, op het gras dat hij zo verafschuwde. Maar is tennis op gras nog wel zo bijzonder? Kijk naar de partijen in 2018 en je waant je geregeld bij toernooien op hardcourt. De kleur van het gras is anders, het spel wordt steeds eenvormiger.

Dinsdag mochten ook de ‘Legends’ aftrappen op Wimbledon: de oude sterren die ooit schitterden op Wimbledon en nu hun kunsten mogen vertonen in een vriendschappelijke sfeer. De Iraanse clown Mansour Bahrami brengt nog altijd stiekem een tweede bal in het spel als hij heeft gemist. Hij vormt op Wimbledon een koppel met de eveneens grijzende Goran Ivanisevic, kampioen in 2001. Entertainment verzekerd.

Ook Richard Krajicek doet mee, maar de winnaar van 1996 herkent ‘zijn’ Wimbledon niet meer. Op het snelle gras in de jaren negentig kon hij als service-volleyspecialist de grootste triomf uit zijn loopbaan behalen. Nu is een netspeler als Mischa Zverev een ridder van de droevige figuur geworden, een anachronisme in het tijdperk van de hardhitters vanaf de baseline.

De All England Club houdt weliswaar stug vast aan oude tradities, maar de directie van Wimbledon heeft indirect het service-volleyspel vermoord. Het gras is trager geworden, de ballen zwaarder. Vroeger was Wimbledon het theater van de grastovenaars, waar Spaanse gravelspelers in een wijde boog omheen liepen. In die zin is Wimbledon minder speciaal geworden: je hoeft het gras niet langer lief te hebben om er toch goed op te spelen.

Krajicek merkte het meteen toen hij op het gras van Wimbledon een balletje sloeg. Hij speelde vroeger korte punten, rally’s van drie, vier slagen. Als zijn service draaide meestal twee, opslag en volley of forehandwinner. En nu? Ging de bal zomaar twintig keer heen en weer over het net, alsof hij op het hardcourt van de US Open stond. Zo kan een man van 46 jaar nog lekker dubbelen op Wimbledon, ook na zijn laatste twee knieoperaties.

Gras is vooral een mentale factor geworden, de aanpassingen in het spel zijn te overzien. Een kortere achterzwaai met de forehand is wel nodig, verder is een cursus bewegen op gras vereist. Accepteren is het motto, accepteer dat de bal soms raar wegstuit. Accepteer dat je soms uitglijdt en op je kont ligt, terwijl je tegenstander het punt maakt. Stop die ergernis weg, omarm het gras als een oude bekende die je al ontmoette op gravel en hardcourt.

Toch is de magie van Wimbledon ongebroken gebleven, ook nu het mysterieuze, groene tapijt tegenwoordig voor iedereen een rode loper is geworden.

Rafael Nadal zondag op Wimbledon. Foto Getty Images

Maandag 9 juli

De middelste zondag biedt een traditioneel beeld op Wimbledon. Het gras mag uitrusten van een week tennis. De omwonenden in SW 19, Londen, zijn voor even verlost van de dagelijkse invasie op Wimbledon. Alleen de spelers die nog in het toernooi zitten, zijn welkom op Aorangi Park. En waar zie je Roger Federer, Novak Djokovic en Rafael Nadal nog naast elkaar trainen?

Slechts vier keer in de rijke geschiedenis van Wimbledon sinds 1877 opende de All England Club de poorten op de rustdag, omdat het programma vanwege de aanhoudende regen ernstig was vertraagd. Van mij mag Middle Sunday elk jaar People’s Sunday zijn, want vooral de unieke ambiance in 1991 en 1997 gaf Wimbledon een nieuwe impuls.

Toen trok het toernooi een ander publiek dan normaal. Het aristocratische, Britse geluid (‘nice shot’) van de leden of de welgestelden die zich een kaartje op het Centre Court kunnen veroorloven, werd verruild voor ruig voetbalpubliek. In 1991 wist Jimmy Connors bij de primeur van People’s Sunday niet wat hij meemaakte.

‘Kill him, Jimbo’ schreeuwden de fans op Wimbledon, alsof de Amerikaanse straatvechter bij een boksgala in Madison Square Garden in New York was. ‘Waar waren jullie al die tijd?’, vroeg Connors. Plotseling zagen we de wave op het Centre Court en de Hertog van Kent deed vrolijk mee.

Het was ook een bizarre editie op Wimbledon. Het regende dagelijks, waardoor Jacco Eltingh zijn partij uit de eerste ronde tegen de Tsjech Vogel pas op vrijdag kon voltooien. Toen waren zijn ouders alweer naar huis gegaan. Ik herinner me een wanhopige collega die op de tafel ging staan en krijste: ‘Nee, ik tik geen regenverhaal meer’. Er mocht toen nog worden gerookt in de perskamer, een troost voor velen bij de zoveelste regenpauze.

People’s Sunday was een uitkomst, alleen al vanwege de sfeer die in schril contrast stond met de meer ingetogen beleving van het publiek op Wimbledon. Ook als BBC-commentator vertegenwoordigt Tim Henman de upper class, maar in 1997 werd hij door fans in Britse voetbalshirts naar een van de mooiste zeges in zijn loopbaan getild. De beschaafde, Britse servicespecialist stond tegenover Paul Haarhuis en de All England Club verkocht 11 duizend kaarten voor het Centre Court en baan 1 voor 24 pond per stuk, nog steeds een koopje.

Het Centre Court veranderde in een theater met fans die hun gezicht hadden geschminkt en Tiny Tim toezongen. Boegeroep na een foute call, gejuich na een dubbele fout; alles kon op People’s Sunday. Het publiek was niet stil te krijgen, toen Haarhuis op matchpoint mocht serveren.

Nog hoor ik die ‘beeeeeep’ na zijn dubbele fout, gevolgd door een orkaan van geluid. Henman won met 14-12 in de vijfde set, het was de best denkbare ode aan People’s Sunday. Het leek er zaterdagavond een beetje op, toen het publiek van Edmund - Djokovic een WK-wedstrijd Engeland - Servië maakte. Maar bij deze een oproep aan de bestuurders van de All England Club: zet open die poort op Middle Sunday.

Zaterdag 7 juli

Michaëlla Krajicek, die in de eerste ronde van Wimbledon 2013 werd uitgeschakeld. Foto EPA

Het kan niet anders of Michaëlla Krajicek heeft gisteren even teruggedacht aan Wimbledon 2007, toen ze op 18-jarige leeftijd de kwartfinales bereikte. Het heeft elf jaar geduurd voor het Nederlandse tennis met Kiki Bertens weer een vertegenwoordiger heeft in de tweede week op Wimbledon. Krajicek zou er blind voor tekenen als zij nog één keer op het gras van Wimbledon mag tennissen.

Michaëlla Misa Krajicek zien we tegenwoordig vooral op haar Instagram-account en haar berichten maken me vooral weemoedig. Ik ontmoette het halfzusje van Richard Krajicek voor het eerst als meisje van 10 jaar, toen haar vader Petr me uitvoerig vertelde over de herkansingen in het leven met zijn nieuwe vrouw Pavlina.

Misa was een zelfbewuste meid, die haar bekende achternaam niet als een last beschouwde. Ik bezocht de familie in 2003 in Praag, toen Misa 14 jaar oud was en droomde van een leven als prof, met haar eerste vaderland Nederland als uitvalsbasis. Het leek voorbestemd, nog een Krajicek die Wimbledon zou winnen. Zo kon Petr eindelijk het geluk ervaren dat zoon Richard hem bij zijn Wimbledontitel in 1996 had onthouden.

Na de scheiding van zijn ouders had Richard Krajicek elk contact met zijn dominante vader gemeden. In zijn autobiografie Harde Ballen beschrijft Richard hoe hij de breuk koesterde als een noodzakelijke stap op weg naar volwassenheid.

De ironie wilde dat ook Misa tijdelijk haar ouders opzij zette, tijdens een geruchtmakende affaire met haar vijftien jaar oudere coach Allistair McCaw. Ze sprak er uitvoerig over in een interview dat ik met haar deed voor Volkskrant Magazine.

In 2007 hadden vader en zoon Krajicek het contact allang hersteld, toen Petr met Misa de triomftocht van Richard in 1996 mocht herbeleven. Petr was die middag niet weg te slaan uit het perscentrum om te vertellen dat hij voor Misa een andere vader was geweest dan voor Richard. Misa had nog verder kunnen komen dan de kwartfinales, ze verloor van Marion Bartoli, de verrassende Wimbledonkampioen van 2013.

Sindsdien werd Misa Krajicek evenals Richard achtervolgd door blessureleed. Na haar zesde knieoperatie wil ze nog één comeback maken, vermoedelijk alleen in het dubbelspel. Het is bijna symbolisch dat ze ook een paar toernooien gaat dubbelen met Bibiane Schoofs, die een tweede tennisleven begon na haar scheiding.

Krajicek werd in 2014 nota bene op het centre court van Rosmalen ten huwelijk gevraagd door de Duitse dubbelspecialist Martin Emmrich. De relatie hield niet lang stand, op Instagram zien we Krajicek nu als hobbyschilder en revaliderend na de zoveelste operatie. Ik gun haar nieuw geluk, op en buiten de tennisbaan.

Vergeefs droomde ze van deelname aan de Spelen, de laatste droomreis moet volgend jaar eindigen op Wimbledon. Nog één keer terug naar Londen, zodat ze op 30-jarige leeftijd in stijl afscheid kan nemen van haar jeugd. Op het toernooi dat zo verweven is met de saga van de familie Krajicek.

Vrijdag 6 juli

Jana Novotna na het winnen van de finale op Wimbledon, 1998. Foto AFP

Elke tennisser die de kleedkamer verlaat op weg naar het centrecourt van Wimbledon leest de beroemde regels uit het gedicht If van Rudyard Kipling.

If you can meet with triumph and disaster

And treat those two imposters just the same

Het is het motto voor elke atleet die onder druk moet leren presteren. Triomfen en rampzalige nederlagen, ze zijn allebei bedrieglijk, behandel ze dus ook identiek. Je vindt pas stabiliteit en geluk als je de pot met goud net zo liefdevol kan kussen als de gifbeker. Het is gemakkelijk gezegd, maar Wimbledon is niet voor niets het theater van de dromen. Op het grootste tennistoernooi ter wereld gaan euforie en depressie hand in hand, zijn tranen van vreugde en verdriet niet van elkaar te scheiden.

Het is precies 25 jaar geleden dat Jana Novotna na haar smartelijke nederlaag in de Wimbledonfinale tegen Steffi Graf uithuilde op de schouders van de Hertogin van Kent. De beroemde ‘Crying Game’ sneed elke toeschouwer dwars door de ziel. Ook ik was getuige van de verbijsterende zelfdestructie van Jana Novotna, die met haar klassieke service-volleyspel Steffi Graf na de verloren eerste set (7-6) alle hoeken van de baan had laten zien.

Novotna was 24 jaar en in de stijl van haar voormalige landgenote Martina Navratilova was ze op weg naar de mooiste zege in haar loopbaan. Set 2 6-1, set 3 4-1 en 40-30 op haar service. Nog één punt had Novotna nodig voor een geruststellende 5-1 voorsprong, toen ze blokkeerde door de zenuwen. Het werd een megachoke: zelden was een speler op Wimbledon zo verlamd door faalangst als Novotna.

Ze zoeken die tennisbal nog na de afgrijselijke dubbele fout van Novotna, die vervolgens geen game meer maakte: 4-6. Graf had de finale moeten verliezen, maar Novotna was te bang om te winnen.

Als één vrouw de pijn herkende van de verliezer was het de Hertogin van Kent. Ze zag de tranen in de ogen bij Novotna en drukte haar bij de huldiging moederlijk tegen zich aan. Toen brak Novotna en huilde uit op haar schouder. Ze hoorde de Hertogin zeggen: ‘ik weet zeker dat jij hier eens als winnaar staat’. Het was die andere ‘imposter’, de bedrieger, die Novotna nog niet aankon.

In 1997 verloor ze opnieuw de finale op Wimbledon, van de jonge Martina Hingis. De Hertogin van Kent glimlachte en hield Novotna aan de afspraak van 1993. In 1998 was het zover. Je hoorde het publiek zuchten toen Novotna in de finale tegen Nathalie Tauziat opnieuw kraakte van de zenuwen. Maar ze overwon zichzelf en huilde dit keer van geluk.

De beelden van de huldiging zijn schitterend en aangrijpend. De Hertogin van Kent strekte haar armen uit, alsof ze haar dochter eindelijk wilde eren met de schaal voor de kampioen. Vorig jaar overleed Novotna op 49-jarige leeftijd aan kanker. Veel te vroeg, maar ze had de twee ‘bedriegers’ van voorspoed en tegenslag allang verslagen.

Laat haar droomreis een bron van inspiratie blijven, voor iedereen die denkt dat de wereld instort na een nederlaag op Wimbledon. Je vindt altijd een schouder om op uit te huilen.

Donderdag 5 juli 2018

John McEnroe, niet bekend om zijn ingehouden taalgebruik, wint Wimbledon in 1981. Foto afp

Nergens moet je zo op je taalgebruik letten als op Wimbledon. Je kunt het ook omdraaien en concluderen dat ze bij het grootste tennistoernooi ter wereld nog manieren kennen. Ook als je Boris Becker heet en Wimbledon drie keer hebt gewonnen. Zei hij als analist voor de BBC echt ‘bastard’ in het gesprekje met Sue Barker? Hij werd onmiddellijk gecorrigeerd, even was Becker de scholier die een oorvijg kreeg van de strenge meester.

Oud-prof Barker is het gezicht van de Britse beschaving, iedereen is ‘lovely’ en ‘brilliant’. Ze knuffelt de spelers nog net niet dood, nooit zal uit haar mond één woord van kritiek komen. Als Barker zegt dat je partij ‘a bit disappointing’, een beetje teleurstellend was, heb je vermoedelijk als een bejaarde recreant op de baan gestaan. Engeland is het land van het understatement, van de onderkoelde ironie. De ware Brit heeft zichzelf altijd onder controle.

In de schitterende film The Remains of the Day uit 1993 staat Anthony Hopkins het zichzelf niet toe om verliefd te worden op de onweerstaanbare Emma Thompson. Hij kent zijn plaats als butler in het huishouden van Lord Darlington. De storm raast door zijn ziel, alleen een trekje om zijn mond verraadt zijn gevoelens.

Zo accepteert ook een tennisser zijn nederlaag op Wimbledon, als een gentleman die de ridderlijke strijd prefereert boven de rauwe emotie. Dat is althans het ideaalbeeld. De werkelijkheid is natuurlijk weerbarstiger.

De gevallen held Becker verschuilt zich opzichtig achter een al dan niet bestaand, diplomatiek paspoort van de Centraal Afrikaanse Republiek om aan zijn faillissement te ontkomen. Dan glipt er wel eens een ‘bastard’ tussendoor. En de ironie wil dat de meest geliefde commentator op Wimbledon de beroemdste vloek uitte, zonder een vloekwoord te gebruiken. ‘You cannot be serious’ werd het handelsmerk van drievoudig kampioen John McEnroe.

Toch durfde zelfs de in aristocratie gedrenkte woordvoerder op Wimbledon niet in te grijpen, toen McEnroe tijdens een persconferentie het ‘f-woord’ hanteerde. Wat hij vond van zijn dubbele fouten met de service, wilde een Australische verslaggever weten. McEnroe liep rood aan en blafte: I don’t give a f… about your opinion. Next question.’

Durf dan nog maar eens een vraag te stellen, niemand in de perszaal wenste zich te laten roosteren door ‘Super Brat’. Tot een meisje opstond en zei dat ze voor haar schoolkrant een stukje over McEnroe schreef. Je voelde een lichte siddering door de zaal gaan. McEnroe zou dit kind toch niet schofferen?

Daar stond ze, het Britse meisje met paardenstaart. En ze las voor van een briefje: ‘Dear John, we all love you, beloof ons alsjeblieft dat je Wimbledon nog één keer wint.’ Het bleef even stil, de bevrijdende lach volgde pas toen McEnroe opnieuw bloosde. Maar nu uit verlegenheid. Hij riep het meisje bij zich en zei, met een brok in zijn keel: ‘Vertel al je klasgenoten dat ik alles ga doen om jullie droom te realiseren’.

Ontroerd verliet ik de perszaal. McEnroe won niet. Maar ruim 25 jaar later vind ik hem nog altijd de liefste ‘bastard’ op Wimbledon.

Woensdag 4 juli 2018

Halverwege de Olympische Spelen in 2000 in Sydney zei een collega op verongelijkte toon dat ik meer medailles had gewonnen dan hij. Ik? Hij bedoelde de sporters die ik destijds voor NRC Handelsblad volgde. Ik vereenzelvig me nooit met de atleten over wie ik schrijf, laat staan dat de glans van hun medailles ook een beetje op mij afstraalt. Toch schuurt het nog steeds dat ik er niet bij was, toen Richard Krajicek in 1996 Wimbledon won.

Richard Krajicek schrijft Wimbledon op zijn naam in 1996. Foto EPA

Lekker Richard, heb ik je al die jaren gevolgd op Wimbledon, al je smartelijke nederlagen beschreven, zo lang moeten aanhoren dat je gras maar niks vond, terwijl je er de ideale wapens voor had. En wat flik je me in 1996 als ik noodgedwongen één jaar oversla, omdat Het Parool me naar het EK voetbal en de Olympische Spelen in Atlanta stuurde? Je wint niet alleen de grandslamtitel, waardoor je ook dit jaar als lid van de All England Club eregast bent op Wimbledon, maar je hebt tegelijk een bijna onmogelijke standaard gezet voor je opvolgers.

Wimbledonkampioen ben je voor het leven, het is prachtig om te zien met hoeveel respect Krajicek wordt onthaald in Londen. Hij speelt er nog een balletje, scout spelers voor het ABN Amro World Tennis Tournament in Rotterdam en zat in de spelersbox op het centrecourt als coach van Stan Wawrinka. In diverse tennisboeken die ik heb geschreven, speelt Krajicek een hoofdrol. Maar had hij Wimbledon echt niet kunnen winnen in 1995 of na zijn comeback in 2002?

Ik biecht het maar meteen op: ik was stiekem een beetje opgelucht dat Krajicek in 1998 op Wimbledon de halve finale tegen Goran Ivanisevic met 15-13 in de vijfde set verloor. Ik deed toen verslag van het WK voetbal in Frankrijk; nóg een gemiste grandslamfinale had ik niet kunnen verdragen. Het was een schrale troost dat ik na die prachtige kwartfinale van Oranje tegen Argentinië in de mixed-zone maar drie woorden hoefde te zeggen voor een topverhaal met Dennis Bergkamp: ‘Dennis, die aanname!’

Sjeng Schalken in 2002 op Super Saturday bij de US Open, ik was erbij. Ik heb Roger Federer een jaar later zijn eerste Wimbledontitel zien behalen, in 2005 mocht ik de eerste grandslamtitel voor Rafael Nadal bij zijn debuut op Roland Garros verslaan. Maar de finale van Martin Verkerk op Roland Garros in 2003? Ik dacht dat het sneeuwde in Parijs, al lag dat aan de televisie op een resort in mijn vakantieadres in Turkije.

Ik droom dus van drie woorden na een grandslamfinale. ‘Kiki, eindelijk gelukt’! Ik blijf het herhalen: waarom zou Kiki Bertens Roland Garros niet kunnen winnen? Heb ik na dertig jaar tennisjournalistiek ook mijn eerste grandslamtitel behaald.

Kiki Bertens Foto BELGA

Dinsdag 3 juli 2018

Marin Cilic won het grastoernooi op Queens en geldt na zijn finaleplaats op Wimbledon in 2017 ook dit jaar als titelkandidaat. Met een tweede grandslamtitel zal de 29-jarige Kroaat definitief uit de schaduw treden van zijn illustere landgenoot Goran Ivanisevic. Toch zal een mogelijke Wimbledonbokaal voor Cilic minder betekenis hebben dan de bijzondere triomftocht van Ivanisevic in 2001.

‘Crazy Goran’ gaf in de jaren ’90 niet alleen de jonge republiek Kroatië een nieuw gezicht, het linkshandige servicekanon verbeeldde als geen ander het avontuur in de tennissport. Met Ivanisevic wist je nooit wat je kon verwachten, hijzelf evenmin. Het was niet altijd even leuk om naar hem te kijken, laat staan om tegen hem te spelen.

Ace, dubbele fout, servicewinner, ace, dubbele fout. Nog eens pats, boem, punt na de opslag en misschien nog een volley. Game Ivanisevic, zonder dat de tegenstander een bal had geraakt. Evenals voor Richard Krajicek was de Wimbledontitel voor Ivanisevic de rechtvaardiging van een turbulente jeugd.

Welke tennisser moest ooit een partij opgeven, omdat hij al zijn rackets kapot had geslagen? Laconiek zei Ivanisevic tegen umpire Alan Mills dat hij vooral de waarheid moest vertellen. Denk er een beschaafde, Britse tongval bij: ‘Opgave meneer Ivanisevic, door gebrek aan materiaal.’

In juni 2001 was de reeds afgeschreven Ivanisevic op het bescheiden toernooi in Rosmalen verbannen naar baan 2. Drie Wimbledonfinales had hij al verloren, tegen Andre Agassi in 1992 en twee keer (1994 en ’98) tegen Pete Sampras. Ze hadden een open wond achtergelaten, die nooit meer zou helen. Dachten we allemaal.

Alleen met een wildcard kon Ivanisevic in 2001 meedoen aan Wimbledon, maar hij zag een sprankje hoop. Het werd het toernooi van de regenpauzes, de halve finale tussen Ivanisevic en de Brit Tim Henman werd noodgedwongen over drie dagen uitgesmeerd. Goran ontsnapte en ook de naar maandag verschoven finale was de perfecte samenvatting van zijn leven.

Voor de finale tussen Ivanisevic en Patrick Rafter was het centrecourt van Wimbledon veranderd in een voetbalstadion, met uitzinnige Kroatische en Australische fans in voetbalshirts. Zo’n ambiance heeft Wimbledon nooit meer meegemaakt. Zelfs de Hertogin van Kent deed in de Royal Box mee aan de wave.

Op de tribunes duwde vader Srdjan nog een pilletje onder zijn tong vanwege zijn hartproblemen. Goran lag op zijn knieën, biddend voor die laatste ace. Op 9-7 in de vijfde set vond hij verlossing, een jaar later reed ik met zijn ouders door het kapotgeschoten Kroatië. Hun zoon had een kapitale rol gespeeld bij de wederopbouw, door zijn sociale engagement en die unieke zegetocht op Wimbledon in 2001.

We dronken een kop koffie in Split. Nooit zal ik de begroeting van Ivanisevic vergeten. ‘Ik voorspelde het je toch in Rosmalen, my friend? Ik was zelfs gek genoeg om Wimbledon te winnen.’

Maandag 2 juli 2018

In 1988 reisde ik voor Het Parool met twee koffers naar Londen voor mijn eerste Wimbledon. Een koffer gevuld met kleding, een gevuld met krantenknipsels. Dat was mijn archief met verhalen over grootheden als Boris Becker, Stefan Edberg, Ivan Lendl en John McEnroe. De Engelse kranten wogen toen al vijf kilo per stuk, ik zeulde dus een loodzware koffer mee.

Wimbledon heeft 18 banen, waarop in de eerste week dagelijks vier tot vijf partijen per dag worden gespeeld. En in het prehistorische tijdperk zonder internet of mobiele telefoon kon je als verslaggever onmogelijk 18 partijen tegelijk in de gaten houden.

Steffi Graf, winnaar van het vrouwentoernooi in 1988. Foto EPA

In de perszaal stond één televisie, BBC 1 zond de partijen op het centrecourt uit. We tikten onze verhalen op de Tandy, de opvolger van de Olivetti, die zo’n klein beeldscherm had dat je slechts een alinea kon lezen. De Tandy had een iets groter scherm, maar het versturen van de verhalen was een uitdaging op zich.

Je moest een ronde telefoon in de coupler duwen en stevig vasthouden, tot je witte knokkels kreeg en het bevrijdende, schurende geluid hoorde dat nog altijd door mijn hoofd spookt. Ieaaaaahhh, en die stem van Inge, de telefoniste die 40 jaar lang opgewonden verslaggevers gerust moest stellen als het seinen weer niet was gelukt. De stenotypiste was de reddende engel als achtervanger, maar je liep dan wel het risico dat Boris Becker met dubbel k in de krant stond.

Zestien Nederlanders

Het is nu nauwelijks voor te stellen, maar aan Wimbledon deden begin jaren ’90 soms wel zestien Nederlanders mee, acht mannen en acht vrouwen. We moesten de Nederlanders zelf opvangen na hun partijen en verdeelden ons over de banen. Ik weet nog ik dat op baan 4 bijna vier uur heb staan kijken bij Jan Siemerink, een notitieblokje in de hand.

De Zweed Stefan Edberg, die in 1988 bij de mannen Wimbledon wist te winnen. Foto AFP

Data waren er niet, je moest de partij zelf bij houden. Zei ik iets te uitdagend tegen Michiel Schapers dat hij de grote Lendl had kunnen verslaan op baan 2? Oh, hoe dan, vroeg hij. Ik had geen antwoord.

Sindsdien houd ik elk punt bij als ik een tennispartij in zijn geheel volg. Ik heb mijn eigen geheimschrift ontwikkeld. Fh-w (forehand-winner), bh-f (backhand-fout), volley: 15-0, ace, 30-0, fh/ll, forehand langs de lijn.

Tennissers spoelen moeiteloos de film van hun partij terug, ik kan ze nu corrigeren als het nodig is. Mij pakken ze niet meer, als Schapers in 1988.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.