Column Peter Winnen

Willen ze Alaphilippe uit zijn gele trui jagen, dan moet er toch ­minimaal vijf cent tegenaan gesmeten worden

Ik ben al uren met het televisiescherm verkleefd – ja, het schatgraven wordt van begin tot eind de ether in geslingerd. Dit is het eerste deel van het Alpendrieluik. Ze koersen als zotten, de gewezen ­podiumkandidaten die eerder geleden verlies proberen om te zetten in het kleinere geluk van de dagzege ­(Quintana, Bardet). En vijf minuten daarachter het voorzichtige graven van de podiumkandidaten.

Podiumkandidaten zijn centenneukers. Ze geven niks uit als er niet een halve cent rendement tegenover staat.

Dit klinkt onsympathiek, maar is het niet. In het ­moderne wielrennen wordt er nu eenmaal op de halve cent afgerekend.

Waar ben ik intussen? Niet ver van de top van de ­Galibier. Van voren lijkt Quintana anderhalve cent in een demarrage te investeren om zijn verlies in het klassement ten bedrage van viereneenhalve cent enigszins te compenseren.

Hoe mooi is wielrennen op onmenselijke dagen. ‘Geen centje pijn’, zo gaat het Nederlands gezegde, maar dat gezegde heeft nooit aan de Tour deelgenomen. Op een lange dag over tweeduizenders als de Col de Vars, Col d’Izoard en Col du Galibier, is het dringen op de aandelenmarkt van de zuurstofvoorziening.

Bernal, investeert één, mogelijk twee cent in een demarrage. Het Colombiaanse wonderkind van Ineos neemt een serieuze optie op het hoogste schavot van de Tour. Ploegmaat (en titelverdediger) Geraint Thomas zet de achtervolging in. Wat is dit?

Wedden dat Thomas later zal spreken van een tactische manoeuvre. Dat zijn actie bedoeld was om de concurrentie te testen. Of een andere smoes. Zo gaat dat bij een wisseling van generaties en niet te vergeten bij de aanscherping van talent.

Wat het ook is, er zal vanavond nog lang over vergaderd worden bij Ineos. Duidelijk is dat het vacuüm gezogen Sky-blok van weleer luchtlekken vertoont.

Ik bekijk de koppen van de klassementsrenners op de top van de Galibier. Grauw is de kleur van de maskers en zo hoort het. Op Bernal na ontsnapt niemand aan ­zichtbare slijtage. Niemand heeft een cent uitgegeven, toch zijn de beurzen leeg.

En Alaphilippe? Hij kraakt, maar niet heus. Willen ze deze jongen uit zijn gele trui jagen moet er toch ­minimaal vijf cent, zeg maar gerust een dubbeltje ­tegenaan gesmeten worden.

Alaphilippe heeft zijn gele droom allang opgegeven. Dat is zijn kracht. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden