Willem Vissers bezoekt een wedstrijd van FC Ards in Noord-Ierland

Op reis naar het voetbal van vroeger, weg van het grote geld

Willem Vissers

Sport is de pronkkamer van cijfers, van onvergetelijke wedstrijden met sensationele omkeringen, van verbijstering en verbazing. Arjen Robben: elf keer kampioen, vaker dan Cruijff. PSV, bijna weer een landstitel, door volharding, geloof in eigen kunnen en een topcoach. Een schril contrast met het wanbeleid bij Ajax, club van kongsi’s en hooghartigheid.

Sport is ook melancholie en gevoel, zin in zwijmelen. Juist die emoties geven warmte aan cijfers. En dus staan wij met onze vriendenclub tijdens de jaarlijkse reis naar het voetbal van vroeger een meter achter het doel bij FC Ards – Glentoran in Bangor, op een half uurtje treinen van Belfast. Hoogste klasse, Noord-Ierland, semiprofs.

Doelman Hogg vraagt, halverwege de tweede helft: ‘Jongens, hoe lang is het nog?’ Had hij het tegen ons? Ja, want verder staat er niemand. Hij vloekt hartgrondig als de scheidsrechter een penalty tegen geeft. De voorzitter van het clubje met een begroting van een half miljoen euro vertelt over geluk dat schuilt in het kleine. Hoe kan het dat je als buitenstaander binnen een halve minuut meer sympathie koestert voor FC Ards uit Bangor dan voor pakweg Chelsea of Manchester City, boegbeelden van niet meer te bevatten geldstromen?

Als één van onze vrienden de loterij wint, loopt de mevrouw van de speciale evenementen hem tegemoet, met haar emmer lootjes en twee wapperende briefjes van tien pond. ‘The winner is… Jan from Holland’, klinkt de omroeper statig.

Na de wedstrijd kijken we naar Manchester City – Manchester United. Bijna alle anderen in de bestuurskamer van FC Ards kijken met maximaal een half oog. De kampioenswedstrijd van Engeland is bewegend behang, roodwit en hemelsblauw gestreept. Wie alle tv-voetbal wil volgen, heeft geen tijd meer om lief te hebben, om te leven, om te zoeken naar juist dat detail dat het sportleven kleurt.

Daarom dalen wij soms af naar de schatkamer van onze melancholie. We hebben daar ook de leeftijd voor en het referentiekader. We bezoeken in een buitenwijk het geboortehuis van George Best, voormalig dribbelaar zonder grenzen. Vijfde Beatle, met zijn wapperende haar.

Het vliegveld van Belfast draagt zijn naam. Hij is vereeuwigd op talloze muurschilderingen en krijgt deze zomer een hotel, ter nagedachtenis. Maradona - good. Pelé - better. George - Best, staat op de aankondiging van de bouw. Best was ongelukkig, behalve als hij in Belfast was. Hij was verslaafd aan alcohol en vrouwen. Op een muur in het centrum jongleert hij. De beroemde tekst in de bal op zijn hoofd luidt: ‘Ik heb veel geld uitgegeven aan drank, vrouwen en snelle auto’s. De rest heb ik over de balk gesmeten.’

In de stromende regen staan we bij zijn sobere graf, waar ook zijn vader en moeder liggen. Bloemen, een sjaal, trofeeën, een foto, de tekst van een dichter. Best is al ruim twaalf jaar dood, maar hij leeft voort in de herinnering, in de fantasie. Hij dribbelt voor eeuwig door de kruipruimten van de melancholie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.