Wil tot aanvallen bij jonge renners is al overwinning

Analyse..

Amsterdam De liefhebber van het Nederlandse wielrennen kon het seizoen in elk geval met opgeheven hoofd afsluiten. Johnny Hoogerland eindigde achter winnaar Philippe Gilbert als vijfde in de Ronde van Lombardije, Robert Gesink zette met de zesde plaats een punt achter zijn seizoen.

In zeker opzicht symboliseren de uitslagen van de sterkste en de meest besproken renner in de najaarsklassieker, de prestaties van de Nederlandsers dit jaar. Dat die vaker niet wonnen dan wel, was niets nieuws vergeleken met de afgelopen seizoenen. Dat ze eindelijk en ook nog eens in groten getale aanvielen, wel.

Er valt tegenwoordig weer wat te genieten in de koersen waaraan Nederlanders deelnemen. Onder aanvoering van de onvermoeibare Hoogerland reden ze dit jaar brutaal weg uit het peloton, dichtten ze gaten en kleurden ze de koers. Zaterdag was het al niet anders.

Reinier Honig behoorde tot de vroege groep vluchters die op de Madonna del Ghisallo door het peloton werd opgeraapt, maar had nog wel puf om de demarrage van Vacansoleil-ploegmaat Hoogerland voor te bereiden. Bauke Mollema toonde zich de steun en toeverlaat van Gesink die in Como de sprint van Hoogerland verloor.

De intrede van Vacansoleil heeft het peloton goed gedaan. De derde Nederlandse ploeg kende zijn opdracht en viel aan waar het kon, en even vaak waar het niet kon. Het vergde misschien wel te veel van de renners. Maar met die instelling joeg de ploeg Rabobank en het buiten de Tour onzichtbare Skil-Shimano geregeld de stuipen op het lijf.

Of moest het als een gezonde prikkeling worden opgevat? Lars Boom legde het zondag liever op die manier uit. Het kiezen van de aanval stimuleerde andere Nederlanders het ook eens te proberen en te breken met ploegafspraken en lak te hebben aan de hiërarchie in het peloton.

Waarschijnlijk daarom waren het de jongeren als Gesink (23), de pas laat neoprof geworden Hoogerland (26) en Lars Boom (23) die het Nederlandse wielrennen weer een blosje op de wangen gaven. Alleen routinier Karsten Kroon was wat dat betreft met zijn tweede plaats in de Amstel Gold Race een vreemde eend in de bijt.

Het leverde Nederland net als vorig jaar de zevende plaats op in het klassement van Cycling Quotient Ranking. De website geeft renners punten op basis van hun prestaties. De koersen zijn in gradaties onderverdeeld.

In de door Spanje aangevoerde topzes valt tussen de traditionele wielerlanden alleen Australië op, dat wereldkampioen Evans leverde. Die onderstreepte in Mendrisio vorige maand dat het continent een land is geworden in het peloton om serieus rekening mee te houden.

Voor Nederland geldt dat voorlopig niet. Daarvoor is het nog te afhankelijk van de grillen van individuen als Lars Boom. Die won dankzij een magistrale aanval een etappe in de Vuelta en loste eindelijk Max van Heeswijk af als laatste ritwinnaar in een grote ronde.

Na de Ronde van Lombardije kondigde de uit het veldrijden overgekomen Boom aan, komend jaar op dezelfde voet verder te willen gaan. Er moet ‘iets worden rechtgezet’, zei hij. Het klonk dreigend.

Boom doelde op het WK, waaraan Nederland dit jaar maar met zes in plaats de gebruikelijke negen renners mocht deelnemen. Het was een direct gevolg van de tegenvallende prestaties dit seizoen, met name in het voorjaar.

De onheilstijding van bondscoach Leo van Vliet tijdens de Tour kwam dan ook te laat. Het voor velen (Langeveld, Maaskant) mislukte voorseizoen viel niet meer te compenseren, de voormalige Nederlandse wielerhoop Thomas Dekker viel van zijn voetstuk na een positieve dopingtest.

Het nieuws, een paar dagen voor de start van de Tour, bleek de opmaat naar een voor Nederland wederom weinig succesvolle ronde. De renners van debutant Skil grepen de gelegenheid nog aan zichzelf in de schijnwerpers te rijden, maar bij de grootste Nederlandse ploeg leken de eigen prestaties en het zelf gecreëerde verwachtingspatroon als een molensteen om de nek te hangen.

Zo eindigde de Tour in een drama voor Rabobank, dat als een kip zonder kop rond reed nadat kopman Mentsjov zijn klassement om zeep had geholpen. De grootste Nederlandse troef maakte het einde zelfs niet eens meer mee.

Met een polsbreuk gaf Gesink op om zich vervolgens op te laden voor de Ronde van Spanje. Het bleek een geluk bij een ongeluk. Zonder zijn zware valpartij zou de Achterhoeker het podium van de Vuelta hebben gehaald.

Met twee renners in de toptien van de slotwedstrijd van het seizoen troefde Nederland alle andere landen af. Veertien Nederlanders konden nog puf opbrengen voor de reis naar Noord-Italië. In Parijs-Tours waren er zelfs 23 van start gegaan.

Rabobank-ploegleider Adri van Houwelingen zag er een bemoedigend teken in, maar meer ook niet. Pas volgend jaar zal blijken of 2009 een trendbreuk is geweest met het verleden, of dat het een uitzonderlijk jaar is geweest waarin de successen van jonge eenlingen op zichzelf stonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.