Wij zijn allemaal tijdgenoten van Lionel Messi, dat moeten we beseffen. We kunnen Messi zien, dat is het voorrecht in ons bestaan.

Verslaggever John Schoorl ging naar Barcelona om samen met zijn zonen Messi te zien spelen. Want, schrijft hij, als Messi zestig jaar eerder bij FC Barcelona had gespeeld, hadden wij nooit Messi kunnen zien. Een on-ge-loof-lijke gedachte, als je er goed over nadenkt, tijdgenoten van Messi. We zijn min of meer geslaagd als hedendaagse mensheid.

Messi staat erom bekend dat hij fans die het veld oplopen vriendelijk bejegent. Hier tijdens een wedstrijd in Lissabon in september 2017.Beeld AFP

Ik heb Messi gezien - en ik ben niet de enige. Ik heb Messi gezien, en dat is niets uitzonderlijks, want er zaten 99.354 mensen in Camp Nou, op 24 februari 2018. En miljoenen, wellicht miljarden, zagen de beelden van de voetbalwedstrijd FC Barcelona tegen Girona rechtstreeks voorbij-komen, of in de herhaling, verspreid over het heelal.

Ik heb Messi gezien, en velen zijn me voorgegaan in de 409 wedstrijden die hij in totaal voor FC Barcelona heeft gespeeld, uit en thuis, in allerhande nationale en internationale competities. Zelf had ik Messi ook al gezien, op televisie, thuis op de bank, zelfs spelend in het shirt van Argentinië.

Ik heb Messi gezien, en terwijl ik ’m zag, dacht ik hoog in het stadion opeens aan de Nederlandse schrijver Frans Pointl (1933-2015), toentertijd een chagrijnige voetbalhater. Hij kwam niet zomaar voorbij. De selfmade-autist zat ooit met een oude typemachine en het muziekmeubel dichtbij in zijn laatste kamer, en ik zat tegenover hem, als verslaggever, een paar jaar voor zijn dood. Op mijn vraag of het allemaal wat te betekenen heeft gehad, zijn schrijverij, haalde hij zijn schouders op.

Als hij dan toch iets is geweest, dan mocht je hem een tijdgenoot noemen van de Russische-Amerikaanse pianist Vladimir Horowitz (1903-1989), zonder dat hij hem natuurlijk echt heeft gekend. Maar als hij tweehonderd jaar eerder had geleefd, had hij nooit naar Horowitz kunnen luisteren. Dat noemde Pointl zijn voorrecht in dit bestaan.

Ik ben een tijdgenoot van Lionel Andrés Messi Cuccittini (24 juni 1987, Rosario, Argentinië). Wij zijn allemaal tijdgenoten van Messi, dat moeten we beseffen. Als hij zestig jaar eerder bij FC Barcelona had gespeeld, hadden wij nooit Messi kunnen zien. Dat is het voorrecht in ons bestaan, van de mensheid zelf, het hele universum, nu. Een on-ge-loof-lijke gedachte, als je er goed over nadenkt, tijdgenoten van Messi. We zijn min of meer geslaagd als hedendaagse mensheid.

Ik heb heel veel Dennis Bergkamp gezien, Marco van Basten, en dan kan ik nog wel een regiment aan Ajacieden noemen, de 1995-generatie. Maar die zag ik terloops, die zag ik omdat ik naar Ajax ging. Een week voor FC Barcelona gingen we naar Telstar tegen Jong Ajax. Dat is naar voetbal kijken, in een stadion.

Dit is een ander verhaal, dit is Messi, de beste voetballer aller tijden, in deze gaat het om ZIEN, in de zin van in ECHT zien.

Ik heb Messi gezien, samen met mijn zoons Flint (11) en Wester (14). We hadden voor deze voetbaltrip gespaard. Flint mocht een wedstrijd uitkiezen, in zijn laatste basisschooljaar. Hij wilde Messi zien, want hoe lang zou je Messi nog kunnen zien, hij is de 30 al gepasseerd, misschien raakt-ie wel geblesseerd of gaat hij naar een rotclub, niet zijnde FC Barcelona, de club van Johan Cruijff. En hij wilde per se dat zijn broer mee zou gaan, anders zou hij Messi niet kunnen zien. Dan hadden wij Messi gezien, en hij niet. Dat vond hij zielig.

De middag voor de wedstrijd aten we op de Plaça Reial een bordje patatas bravas, en jambonkroketjes, en dronken er een kleintje pils en twee Fanta lemon bij. In het hotel aten we nadien twee pizza margherita’s en één gebakken zeebaars. Bij de supermercado kochten we drie flesje cola, een pak aardbeienkauwgum en een rol Pringles, voor tijdens de wedstrijd. Met tram T3 gingen we naar het stadion. We stapten uit bij de halte Avinguda de Xile en liepen langs bowlingcentrum Pedralbes. Nabij Camp Nou kochten we drie FC Barcelona-sjaals (12 euro).

Voordat we het stadionterrein op liepen, en de doppen van de colaflessen werden ingenomen, raakten we bevangen door TOTALE PANIEK.

Flint: ‘Messi zijn opa is overleden. Ik zie het net.’

Wester: ‘Neee toch. Dan doet-ie vast niet mee.’

Ik: ‘Wat zeg je nou? Dat kan niet. Is het geen fake news? Een tweet van Trump? Doe normaal. Heb je het wel gezien? Wat heb je gezien? Laat eens zien? Jezus, het is waar. Wat erg!’

Messi doet niet mee! Zou Messi niet meedoen? Opgepropt in de massa en verward, maar we leken die enigen die het wisten, de enigen in TOTALE PANIEK. Gaat het nog pap? We gaan Messi NIET zien, in Camp Nou - dat idee. Ik begon over twee collega’s die Messi wilden gaan zien, een paar jaar geleden, en ter plekke vernamen dat hij niet meedeed vanwege een blessure.

FOK! Een nachtmerrie.

Op de iPhone waren foto’s te zien van de grootvader van Messi, Antonio Cuccittini. #RIP. Zoals bekend eert Messi bij elk doelpunt zijn oma, omhoogkijkend, met de vingers in de lucht, hij deed het al bijna zeshonderd keer in Barça-shirt. Ga er dan maar vanuit dat als zijn opa opeens dood is, de opa die alles volgt van zijn kleinzoon, hij in het vliegtuig springt om ’m nog boven aarde te zien zweven. Zo is Messi, dat weet je - anders dan zo kon deze onheilstijding niet worden gewogen.

Suarez, Busquets, Piqué, Coutinho, Alba - die zouden we, onder andere, gaan zien. Iniesta deed al niet mee. Best aardig dat soort gasten. Eerlijk: mweeeuuuuuuhhh.

Messi doet mee, hij staat in de opstelling, zei Flint. Van de officiële FC Barcelona-account op Instagram, bevestigde Wester. Rustig maar pap, geen paniek.

We zaten aan de noordkant en gingen door poort 95, naar vak 450, rij 17, plaatsen 9, 11 en 13. Het was best een klim en zo nieuw zag het er niet uit. We zaten heel hoog, zo hoog als een skipiste, maar we zagen het goed. Een stel Aziaten naast ons kwam te laat, voor ons gilden en ruftten Franse scholieren.

Ik zat in het midden, Wester zat links, Flint zat rechts, en Messi was op het veld. Het was begonnen, we zagen Messi.

Tegengoal, na 2 minuten! Even gas erop. Messi maakte miniatuurtjes, als pianist Bill Evans, subtiel en vloeiend, een wals voor ons, zijn tijdgenoten. Wandelend, stilstaand, baffff, versnellend, zipzapzipzap, boffff, schietend, inhoudend - pats!

Droog pasje op Suarez, 1-1. Als een grimas van Bill Murray: de grap hoeft niet gemaakt te worden, de grap is er al.

Ik keek naar links, en naar rechts - extatische roes. Kneep de jongens in hun benen.

Flash!

Ik zat weer naast mijn vader (1922-2010) in de regen, op 27 mei 1971, in het Olympisch Stadion. Ik ging Johan Cruijff zien - ik ging Johan Cruijff zien spelen tegen Feyenoord, voor het eerst. Maar ik zag niks, ik zag amper Johan Cruijff. Ik zag alleen springende achterhoofden en ruggen van juichende Feyenoord-supporters, 1-3. Mijn Ajax-petje was doorweekt.

Ik zag Messi voetballen, en ik had nog nooit zoiets gezien. Hij kwam tussen de linies, hij werd omringd door drie spelers, er waren vier man in de achtervolging, altijd ontsnapte hij, gevolgd door een steekpas, boogje of schot op doel. De bal was bij hem, en die kon er alleen maar blijven.

Wat hij deed, deed hij, op geheel eigen wijze, the man in full. Alles in dienst van dat moment, als taoïsten en hun tao, het ondeelbare en onbeschrijfbare principe waaruit alles voortvloeit. Zijn voeten als ritmisch bewegende castagnetten, een polyritmisch samenspel.

Onbegrijpelijk in stilstand of suggestief wandelend en dan als een woestijnschorpioen op volle snelheid, ontembaar - zwoeffffff. Zipzapzipzap, bocht, naar buiten, binnen, links, nog meer links, zipzapzipzap, baf - pats, doelpunt. 30ste minuut. Iedereen lag op de grond, geslagen zonder te zijn geraakt.

In de 36ste minuut, als gevolg van Messi’s tweede doelpunt - een ongelooflijke goal, door een vrije trap ONDER DE MUUR door te spelen - werd naast mij in Camp Nou een colaflesje omver gestoten, in alle euforie, we zouden de rest van de wedstrijd met de schoenen blijven plakken aan de betonnen vloer. Doordat elke bezoeker de dop van zijn fles moest inleveren, vanwege het mogelijke werpen van een dop richting het veld, bestond het gevaar dat bij algehele opwinding door een actie van Messi, de frisdrank her en der over de tribune golfde, en wij allen in intense beroering aan elkaar bleven plakken.

Mijn advies aan de stadiondirectie: laat die doppen zitten.

Ergens las ik dat Messi soms maar net meer meters maakt dan de keeper. Volgens zijn oude trainer Pep Guardiola maakt Messi de hele wedstrijd mentale röntgenfoto’s, vooral op momenten dat hij amper beweegt. Dan legt hij vast wie waar staat, waar de ruimte is, en waar de ruimte gaat komen. En als de röntgenfoto is ontwikkeld en hij zijn innerlijke donkere kamer verlaat, staat hij precies op het goeie moment, met de juiste snelheid, en de bal aan de voet op de plek die voor iedereen onbereikbaar is, en hij volledig doeltreffend is, als een centrifugale kracht.

Ik probeerde Messi te volgen, in real time, in de gaten te houden, hoog in Camp Nou. Ik zag een surplace, een pirouette op twee benen, ik raakte ’m kwijt, huh? Hij was er weer - waar was hij geweest? Hij liet zich lanceren, en het lobje werd door een Girona-verdediger van de doellijn gehaald.

Hij was vrij, hij liep vrij, altijd vrij - de mens in 2018, in zijn ultieme vrije variant. Hij hoeft nergens te zijn, hij beweegt, zijn instinct is direct gekoppeld aan een wiskundig systeem dat hij intuïtief afloopt, in alle vrijheid.

Wellicht dat hij daarom het Catalaanse onafhankelijkheidsstreven in de kern niet begrijpt, en in het geval Catalonië los komt van Spanje, hij zijn contract wil ontbinden, zoals onlangs werd gesuggereerd. Hij is al vrij, in wie hij is - en zo luisterde hij ook tijdens deze Catalaanse derby naar het zingen van Libertad, Libertad, waarin de FC Barcelona en Girona-supporters elkaar vonden. Of keek hij zo naar al die gele sjaals en vlaggen.

‘Normaal gaat de tijd altijd snel als iets leuk is, maar nu gaat de tijd langzaam’, zei Flint in de rust.

De Italiaanse fysicus en schrijver Carlo Rovelli (61) zei onlangs in een interview over zijn nieuwste boek Het mysterie van de tijd: ‘Tijd is lokaal, hangt af van beweging. Zelfs de richting staat niet vast’, aldus Rovelli. En: ‘Ik denk dat op het allerdiepste niveau tijd niet bestaat, in het diepst van zijn bestaan is het universum tijdloos.’

In het diepst van zijn bestaan is Messi tijdloos, hij heeft zijn eigen klok. Dat voelde Flint, er werd gesold met de tijd, tijd hoort snel te gaan als het vakantie is, je op plaats 9 zit op rij 17, in vak 450, poort 95 in het stadion van Messi. Maar zoals bij elk genie geniet hij de vrijheid om zijn eigen tijd en ruimte te kiezen.

GENIE - het hoge woord is eruit. Messi is een genie, en niet eens geniaal, want dan zou zijn actieradius een aaneenschakeling zijn van incidenten. Wij als tijdgenoten moeten zeggen dat hij de genie van onze tijd is, hij hoeft er niet voor dood te gaan, zodat we dat in retrospectief vaststellen. Het is al zo.

De voorpagina van Sport, de volgende dag: genio. Genie, dus. Geen woord van gelogen.

Zoveel geniën van onze tijd zijn er niet, geniën waarvan wij ons tijdgenoten kunnen noemen.

We stonden op voor Messi en deden alsof we meezongen met het Barça-lied, met zelfverzonnen woorden. We hadden als het ware John Coltrane (1926-1967) live zien spelen, maar nu werden we geacht het stadion te verlaten, waar hij nog ergens was. In de kleedkamer maakte hij zijn Messi-schoenen los, trok zijn Messi-shirt uit, in zijn Messi-tas had hij Messi-shampoo en een Messi-kam, voor zijn Messi-haar. Veel kon het ’m niet schelen, als hij maar op het veld kon staan.

De kranten gaven hem de volgende dag bijna allemaal een 10. Het was een Messi-festival geweest, volgens El Periόdico. Een galavoorstelling. Een banket. Magie, aldus Sport. Ongenaakbaar. Ze schreven dat hij naast genie ook een koning is en wij in zijn koninkrijk leven. Behalve tijdgenoten zijn we dus ook onderdanen, draaiend om de keizerlijke planeet Messi.

Versuft stonden we bij de halte Avinguda de Xile, met onze Barça-sjaals om onze nek. Mooi hè pap. Zo voelde het als je een genie hebt gezien, daarover waren we het snel eens. Ongelooflijk, was zo’n woord dat de hele tijd voorbijkwam, in repeat, wachtend op de tram. ‘Dit is een van de mooiste dagen van mijn leven’, zei Flint.

Op de hotelkamer speelden de jongens als toegift het wereldkampioenschap hotelbedkeepen met een kleine Barça-bal. Onbeslist geëindigd, gingen ze onder de wol. ‘Ik hoef niet meer naar school’, zei Wester, nog net met zijn hoofd boven het laken. ‘Ik heb Messi gezien.’

Sportjournalistiek is bij uitstek het speelveld van de romanticus. Deze verhalen bewijzen dat

De Volkskrant houdt van verhalen die voldoen aan de Wet van Wagendorp, verhalen die de droge cijfers overstijgen en de meeslepende menselijke geschiedenis achter de sport beschrijven. Een aantal van deze verhalen – eerder gepubliceerd in de Volkskrant – kun je hier lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden